Da Vinci brug bouwen

Brug bouwen
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
TechniekMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1,2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Brug bouwen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Welke beroepen 
Voorbereiding:
  • Constructeur – om sterkteberekeningen te maken.
  • Architect – Zorgt voor het  ontwerp, vooral bij zichtbare of iconische bruggen.
Uitvoering:
  • Werkvoorbereider – Plant de werkzaamheden, maakt draaiboeken en bestelt materialen.
  • Uitvoerder – Leidt de dagelijkse werkzaamheden op de bouwplaats.
  • Grondwerker – Bereidt de ondergrond voor, graaft en egaliseert.
  • Betontimmerman – Maakt bekistingen waarin beton wordt gestort.
  • Kraanmachinist – Bedient hijskranen voor zware onderdelen.
  • Lasser / metaalbewerker – Bevestigt stalen onderdelen van de brug.
  • Asfalteur – Brengt asfalt aan op de brug als die onderdeel uitmaakt van een weg.

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je leert wat constructies zijn.
- Je leert wat stevige constructies zijn.
- Je leert op schaal werken.
- Je leert volgens ontwerpeisen werken.
- Je leert in een team je eigen dragende constructie bouwen volgens een bouwplan.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een constructie?

Een constructie is een manier waarop iets gebouwd is.


Slide 5 - Tekstslide

Overal ter wereld en om je heen vind je constructies!
  • In je eigen huis, het schoolgebouw, je fiets
  • En buiten nog meer
     Bruggen, hoge kerktorens, kantoorgebouwen

Slide 6 - Tekstslide

Ook alle botten in ons lichaam vormen een constructie. Ze zitten perfect in elkaar!
Of het reuzenrad waarbij alles precies moet passen

Slide 7 - Tekstslide

Constructie
Materiaal
Stevigheid
Ideeën?
Ideeën?
Wat gebeurt er wanneer de constructie niet stevig is?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Stevigheid: 
Proefje: Maak een vierkant en een driehoek
Wat is steviger? Een vierkant of een driehoek?

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Door de brede basis en de smalle top zijn piramides erg stevig. Ze zijn vooral heel stabiel. Kijk maar naar bijvoorbeeld een elektriciteitsmast of de Eiffeltoren.

Slide 12 - Tekstslide

Stevigheid: boogconstructie
Als laatste hebben we de boogconstructie. Die bestaat uit bogen.

De vorm van een boog kan goed duwkrachten opvangen. Bij een boogconstructie worden de krachten gelijkmatig verdeeld. Dit zorgt ervoor dat de boogconstructie erg stevig is. 
De boogconstructie wordt veel gebruikt bij bijvoorbeeld viaducten 
en bruggen.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Hoe bouw je nu een brug?

Slide 15 - Tekstslide

Ontwerpeisen 
     Neem deze eisen over op je opdracht.
1 Je maakt eerst een schaalmodel van de brug op je bouwplan.
    De schaal is 1 :10. 
2 Je schaalmodel maak je met latjes van 100 en 200 mm.
3 Je schaalmodel moet in het midden 3 bakstenen van 1.8 kg 
     per stuk kunnen dragen (5.4 kg in totaal).
4 De overspanning van je schaalmodel moet minstens 50 cm zijn.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Leerdoelen
- Je leert wat constructies zijn.
- Je leert wat stevige constructies zijn.
- Je leert op schaal werken.
- Je leert volgens ontwerpeisen werken.
- Je leert in een team je eigen dragende constructie bouwen volgens een bouwplan.

Slide 18 - Tekstslide