3M week 37 les 1

3M week 37 les 1
Please sit down, put your books on the table
 and start reading in your reading books. If you have not listed your readingbook yet please do so. 
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

3M week 37 les 1
Please sit down, put your books on the table
 and start reading in your reading books. If you have not listed your readingbook yet please do so. 

Slide 1 - Tekstslide

Kijkluistertoets

Slide 2 - Tekstslide

Start lesson 2
Let's do excercises 10a/b to 13 together

Slide 3 - Tekstslide

Grammar

Slide 4 - Tekstslide

SOME / ANY

SOME en ANY betekenen beide:

  • enkele
  • wat 
  • een paar
  • geen (in combinatie met NOT)
                                                                           Ik koop elke dag wat snoep in de kantine.
                                                                     Every day I buy some sweets in the canteen.
                                                           Mijn broer mag geen noten eten, hij is allergisch.
                                                                        My brother can't eat any nuts, he's allergic.


Slide 5 - Tekstslide

SOME / ANY
Some en any hebben dus dezelfde betekenis, 
maar worden in verschillende soorten zinnen gebruikt. 

Some gebruik je in bevestigende zinnen, deze eindigen altijd met een punt of een uitroepteken en er staat geen 'not' in.

Any gebruik je in zinnen met een vraagteken 
en zinnen met het woord 'not' er in.

Slide 6 - Tekstslide

Daffy has some money.
Patrick doesn't have any money.

Slide 7 - Tekstslide

I have ___ apples left.
A
any
B
some

Slide 8 - Quizvraag

Are there ___ cakes left?
A
any
B
some

Slide 9 - Quizvraag

He hasn't got ___ time.
A
any
B
some

Slide 10 - Quizvraag

He has ___ money.
A
some
B
any

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Extra oefenen met 
some / any?



Slide 13 - Tekstslide

Grammar
excercise 14

Slide 14 - Tekstslide

little/few
Little/few = weinig

little: bij ontelbare dingen / enkelvoud
I have little money in my wallet.

Few: bij telbare dingen / meervoud
I have few books at home.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Link

much/many
little/few
a little/ a few 

Slide 17 - Tekstslide

much: veel
bij niet telbare zelfstandige naamwoorden

- was there much rain in the afternoon?
-no, i didn't get much money this month


many: veel
bij telbare zelfstandige naamwoorden

- how many friends did you bring to the party?
- she doesn't have many things to do


Slide 18 - Tekstslide

few: weinig/ bijna geen
telbare zelfstandige naamwoorden

- oh no! I only have few dollars in my pocket



little: weinig/ bijna geen
niet-telbare zelfstandige naamwoorden

- Too bad I found little gold in that lake 


Slide 19 - Tekstslide

a few: paar/ een beetje
telbare zelfstandige naamwoorden

- Don't worry guys. I have a few dollars in my pocket



a little: paar/ een beetje
niet-telbare zelfstandige naamwoorden

- yeah! I found a little gold in the river


Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

bijna geen + niet telbaar
bijna geen + telbaar
Een beetje + niet telbaar
Een paar + telbaar
veel + niet telbaar
veel + telbaar
many
much
a few
A little
few
little

Slide 22 - Sleepvraag

Slide 23 - Link

I'd like .......... pancakes
A
few
B
a few
C
little
D
a little

Slide 24 - Quizvraag

I'd like .......... pancakes
A
few
B
a few
C
little
D
a little

Slide 25 - Quizvraag

I'd like .......... bit of milk.
A
few
B
a few
C
little
D
a little

Slide 26 - Quizvraag

There is ......... coffee
for all of us.
A
little
B
a little
C
too little

Slide 27 - Quizvraag

There are ........ tomatoes
in the salad. Just perfect.
A
few
B
a few
C
too few

Slide 28 - Quizvraag

Finish lesson 2
Do the excercises 15,16, 17, 18 and 20. 20 you do on a piece of paper and hand in next lesson!

Slide 29 - Tekstslide