Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de lever benoemen.
Je kunt drie functies van de lever noemen.
Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de nieren noemen.
Je kunt de functies van de nieren omschrijven.
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 4
In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Leerdoelen
Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de lever benoemen.
Je kunt drie functies van de lever noemen.
Je kunt in een afbeelding de onderdelen van de nieren noemen.
Je kunt de functies van de nieren omschrijven.
Slide 1 - Tekstslide
maar eerst kleine herhaling van de laatste 2 basisstoffen
Slide 2 - Tekstslide
Bij dit dier vindt gaswisseling plaats doormiddel van de huid en de longen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 3 - Quizvraag
Bij dit dier vindt gaswisseling via.......
A
Kieuwen
B
Longen
C
Tracheën
D
Huid
Slide 4 - Quizvraag
Welke dieren gebruiken tracheeën voor gaswisseling
A
vogels
B
insecten
C
spinnen
D
eencelligen
Slide 5 - Quizvraag
Waar vindt bij eencellige dieren de gaswisseling plaats
A
In de celkern
B
In de vacuole
C
Op het celmembraan
D
In de bladgroenkorrels
Slide 6 - Quizvraag
COPD:
A
Is te genezen
B
Gaat vanzelf over
C
Is chronisch
D
Is geen longaandoening
Slide 7 - Quizvraag
Kan door roken astma worden veroorzaakt? En kan door roken COPD worden veroorzaakt?
A
Alleen Astma
B
Alleen COPD
C
Beide
D
Geen van Beide
Slide 8 - Quizvraag
Een gevolg van roken is dat je bloedvaten .........?......... worden
A
wijder
B
nauwer
Slide 9 - Quizvraag
Wat raakt beschadigd door teer en andere giftige stoffen in de rook van een sigaret?
A
Alleen trilharen.
B
Trilharen en slijmvlies.
C
Trilharen, slijmvlies en cellen van de longen.
D
Trilharen, slijmvlies, cellen van de longen en bloedvaten.
Slide 10 - Quizvraag
Welke stof uit een sigaret vermindert het zuurstoftransport in je bloed
A
Teer
B
Koolstofmonoxide
C
Nicotine
D
Rook
Slide 11 - Quizvraag
Bij welke longaandoening worden de luchtwegen nauwer, door samentrekkende spiertjes in luchtpijptakjes?
A
Astma
B
COPD
C
Beide
D
Geen van beide
Slide 12 - Quizvraag
Wat is passief roken?
A
Je ademt rook van anderen in
B
Je bent heel rustig als je rookt
C
Je inhaleert zo diep mogelijk
Slide 13 - Quizvraag
Wat is astma?
A
Een ziekte waarbij de bronchiën ontstoken zijn.
B
Een ziekte waarbij de longblaasjes kapot gaan.
C
Een ziekte waarbij de bronchiën altijd ontstoken zijn.
D
Een ziekte aan de luchtwegen die binnen een aantal maanden weer weg is.
Slide 14 - Quizvraag
Welke stof is verslavend?
A
nicotine
B
koolstofmonoxide
C
teer
D
rook
Slide 15 - Quizvraag
Basisstof 7: De lever en nieren
Slide 16 - Tekstslide
Lever
Slide 17 - Tekstslide
Bouw van de lever
Slide 18 - Tekstslide
Functies lever
constant houden van glusocegehalte. Glusose->glycogeen.
voedingsstoffen omzetten.->uit eiwitten fibrinogeen vormen. Fibrinogeen is een eiwit in het bloedplasma dat belangrijk is bij de bloedstolling.
Slide 19 - Tekstslide
Functies lever
giftige stoffen uit het bloed halen en afbreken. (bv. alcohol, medicijnen en drugs)De onwerkzaam gemaakte gifstoffen worden weer aan het bloed afgegeven en door de nieren uitgescheiden.
gal maken (opgeslagen in galblaas. Via de galbuis wordt gal naar de twaalfvingerige darm gevoerd. (emulgeert vetten)
Slide 20 - Tekstslide
Andere functies van de lever
afvalstoffen uit het bloed halen en afbreken (bv. eiwitten en rode bloedcellen)
Bij de afbraak van dode rode bloedcellen ontstaan galkleurstoffen die door de lever samen met gal worden uitgescheiden.
De galkleurstoffen verlaten het lichaam via de endeldarm. Ze geven de ontlasting een bruine kleur.
Slide 21 - Tekstslide
Andere functies van de lever
De lever breekt overtollige eiwitten af. Eiwitten kunnen niet in het lichaam worden opgeslagen. De lever breekt eiwitten af die niet meteen worden gebruikt.
Hierbij ontstaat de giftige afvalstof ureum. Ureum wordt door de lever aan het bloed afgegeven. De nieren scheiden het vervolgens uit.
Slide 22 - Tekstslide
Hepatitis
Ontsteking van de lever door hepatitisvirus
Een besmet persoon heeft dan hepatitis
hepatitis A,B,C,E
Hepatitis B
- bloed, sperma, vaginaal vocht
- eerst milde verschijnselen
Slide 23 - Tekstslide
Hepatitis
De ziekte kan ook chronisch worden en een leverontsteking veroorzaken. Door de ontsteking in de lever kunnen levercellen afsterven.
Dat heet levercirrose. Ook is de kans op leverkanker groter door de ontsteking.
Slide 24 - Tekstslide
www.rivm.nl
Slide 25 - Link
Nieren
liggen boven in de buikholte achter de lever en de maag.
nierslagaders =zuurstofrijk bloed naar de nieren. Dit bloed bevat onder andere schadelijke (afval)stoffen (zoals ureum). De nieren verwijderen deze stoffen uit het bloed.
Door de nieraders stroomt het gezuiverde bloed weg uit de nieren.
Slide 26 - Tekstslide
Nieren
nierschors, niermerg en nierbekken.
In de nierschors en het niermerg vindt uitscheiding plaats.
Slide 27 - Tekstslide
De nieren
Uitscheiding van overtollig water, overtollig zouten, afvalstoffen en schadelijke stoffen:
Urine: alle verwijderde stoffen.
Urine wordt in nierbekkens verzameld.
Afgevoerd via urineleiders
-> urineblaas -> urinebuis -> WC
Slide 28 - Tekstslide
Samenstelling urine
Overschot van zouten uit het bloedplasma en ureum wordt door de nieren aan de urine toegevoegd
Veel zouten --> donkere urine
Weinig zouten (veel water) --> lichte urine
Slide 29 - Tekstslide
Slide 30 - Video
Wat is GEEN functie van de lever?
A
De lever haalt gifstoffen uit het bloed
B
De lever breekt rode bloedcellen af
C
De lever breekt virussen af
D
De lever maakt gal
Slide 31 - Quizvraag
Welk orgaan kan worden aangetast bij Hepatitis B ?
A
Hart
B
Nieren
C
Lever
D
Hersenen
Slide 32 - Quizvraag
Wat is de functie van dit orgaan in de spijsvertering?
A
Gal verwijderen
B
Gal maken
C
Gal opslaan
D
Gal verteren
Slide 33 - Quizvraag
Hoe heet het bloedvat wat van de lever weggaat?
A
Leverslagader
B
Leverader
C
Leverhaarvaten
Slide 34 - Quizvraag
Wat vervoert de poortader naar de lever?
A
Urine
B
Stoffen die zijn opgenomen
in de longen
C
Zuurstofrijk bloed
D
Stoffen die zijn opgenomen in de darmen
Slide 35 - Quizvraag
Een bloedvat loopt van het hart naar de lever, welk bloedvat is dit?
A
De poortader
B
De leverader
C
De leverslagader
D
De onderste holle ader
Slide 36 - Quizvraag
Wat is er bijzonder aan het bloed dat de poortader naar de lever brengt
A
Zuurstofrijk
B
Zuurstofarm
C
Voedselrijk
D
Voedselarm
Slide 37 - Quizvraag
Een belangrijke taak van de lever is om het bloed te zuiveren. Wat moet een lever uit het bloed verwijderen?
A
alleen giftige stoffen
B
afvalstoffen en onverteerde voedselresten
C
afvalstoffen en giftige stoffen
D
Giftige stoffen en onverteerde voedselresten
Slide 38 - Quizvraag
Hieronder zie je een doorsnede van een nier.
Zet de namen van de onderdelen op de juiste plaats.
nierbekken
nierschors
niermerg
urineleider
nierslagader
niersader
Slide 39 - Sleepvraag
Welk geeft nummer 3 aan?
A
Urineleider
B
Nierschors
C
Niermerg
D
Nierbekken
Slide 40 - Quizvraag
A
Nierbekken
B
Niermerg
C
Nierschors
D
Urineleider
Slide 41 - Quizvraag
De onderdelen van de nier zijn van buiten naar binnen:
A
Nierbekken; niermerg; nierschors
B
Nierschors; nierbekken ;niermerg
C
Niermerg ; nierschors; nierbekken
D
Nierschors; niermerg; nierbekken
Slide 42 - Quizvraag
Een nierontsteking komt wel eens voor als gevolg van een blaasontsteking. Bacteriën gaan vanuit de blaas dan richting de nieren. Hoe komt de bacterie in de nieren?
A
nieren - urineleiders - blaas - nieren
B
urinebuis - blaas - urineleider - nieren
C
urineleider - blaas - urinebuis -nieren
D
blaas- urinebuis - urineleider -nieren
Slide 43 - Quizvraag
Je ziet een nier en de bloedvaten. Hoe heet het bloedvat met de blauw pijl?
A
Nierader
B
Nierslagader
C
Nierhaarvat
Slide 44 - Quizvraag
Hoe heet het bloedvat dat naar de nier toe stroomt?