Formuleren V4 Op niveau

Formuleren
Formuleren blz. 175-178                       
Leren voor de toets:

117 storende woordherhaling, foutieve tautologie, foutief pleonasme, dubbele ontkenning
118 niet bedoelde dubbelzinnigheid -> krijg je niet op de toets
119 storend figuurlijk taalgebruik -> krijg je niet op de toets
120 overdrijving -> krijg je niet op de toets
122 telegramstijl, woord(en) te weinig
123 congruentiefout
124 gebruik van de lijdende vorm -> krijg je niet op de toets
126 tangconstructie en dat/als-constructie
127 verkeerd aansluitende beknopte bijzin
130 foutieve inversie
132 verwijswoorden

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Formuleren
Formuleren blz. 175-178                       
Leren voor de toets:

117 storende woordherhaling, foutieve tautologie, foutief pleonasme, dubbele ontkenning
118 niet bedoelde dubbelzinnigheid -> krijg je niet op de toets
119 storend figuurlijk taalgebruik -> krijg je niet op de toets
120 overdrijving -> krijg je niet op de toets
122 telegramstijl, woord(en) te weinig
123 congruentiefout
124 gebruik van de lijdende vorm -> krijg je niet op de toets
126 tangconstructie en dat/als-constructie
127 verkeerd aansluitende beknopte bijzin
130 foutieve inversie
132 verwijswoorden

Slide 1 - Tekstslide

117 storende woordherhaling, tautologie, pleonasme, dubbele ontkenning
In het volgende filmpje worden dubbelopfouten behandeld. In het filmpje wordt ook 'contaminatie' behandeld. Deze fout is niet in het boek behandeld. Je krijgt daar dus ook geen vragen over op de toets. 

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

122 telegramstijl / woord(en) te weinig
Vermijd telegramstijl in zakelijke teksten en samenvattingen die voor anderen bestemd zijn. Gebruik telegramstijl nooit tijdens het examen Nederlands. 

Soms worden er te weinig woorden gebruikt waardoor de zin niet meer klopt.
Bijvoorbeeld: 
Wybe vertrouwt dat ik een computer kan huren -> ... vertrouwt erop dat...

Slide 4 - Tekstslide

123 congruentiefout
Congruentie = 
enkelvoudig onderwerp -> enkelvoudige persoonsvorm
meervoudig onderwerp -> meervoudige persoonsvorm
Fouten hierbij = incongruentie

Op de volgende dia vind je een filmpje met uitleg.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

126 tangconstructie en dat/als-constructie
Vermijd tangconstructies en dat/als-constructies (dat als, omdat als, dat wanneer, omdat wanneer, omdat indien enz.)

Op de volgende dia vind je uitleg over de dat/als-constructie in het filmpje.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

127 verkeerd aansluitende beknopte bijzin
Een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm. Het 'denkbeeldige' onderwerp van de beknopte bijzin moet wel hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin. 

In het filmpje op de volgende dia vind je uitleg.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

130 foutieve inversie
Op de volgende dia vind je een filmpje met uitleg. 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

132 verwijswoorden
Het is belangrijk dat je het juiste verwijswoord kiest en dat het duidelijk is waarnaar het verwijswoord verwijst.

Op de volgende dia vind je een filmpje met uitleg.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video