Observeren Signaleren en Rapporteren Les 3

Observatiemethoden
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Observatiemethoden

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
Deel 1:
1. Lesdoelen
2. Terugblik vorige les
3. Theoretische gedeelte over:
  • Observatiemethoden en technieken

5. Afsluiting les

Slide 2 - Tekstslide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

5 min. Welkom en AWR
5 min. Energizer
4 min. lesdoelen
10 min Terugblik vorige les
4 min. Programma
40 min  Theoretische gedeelte (actief)
10  min  Leeropdrachten 6
10 min Afsluiting les en huiswerk

88 min. totaal




Lesdoelen
Aan het einde van deze les kun jij:

- de verschillende observatiemethoden toe passen, zoals gestructureerde observatie, interval observatie, contextuele observatie, protocollaire observatie of een vrije observatie 

- observatietechnieken toe passen, zoals participerend en niet participerende observatie



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weet je het nog?
Wat is observeren?
Wat is signaleren?
Wat is interpreteren?
Wat betekent waarnemen?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent objectief?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Objectief, objectiviteit:


- Op feiten gebaseerd/ feitelijke informatie
- Iemand wordt niet beïnvloed door gevoel, mening of vooroordeel


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef 2 voorbeelden
van een subjectieve
waarneming?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Functie van observeren
Om antwoord te krijgen op bepaalde vragen, je observeert:

- Als je signalen opvangt dat er iets mis is;
- Als je een vraag hebt hoe te handelen; 
- Als er problemen zijn; 
- Als je iemand beter wil leren kennen; 
- Als je over iemand rapporteert; 





Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theoretische gedeelte

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Observatiemethoden

​Observeren doe je altijd volgens een methode. ​ 

4 hoofdgroepen:​ 
1. Participerend/gestructureerd​
2. Participerend/ongestructureerd 
3. Niet-participerend/gestructureerd​
4. Niet-participerend/ongestructureerd​

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent dit?
Participerend: 
je neemt zelf deel aan de situatie
Niet-participerend: 
je bent toeschouwer (onopvallend aanwezig)
Gestructureerd: 
je weet precies wat je gaat observeren en volgens welk systeem (SELECTIEF)
Niet-gestructureerd: 
er ligt niet vast hoe je gaat observeren, je maakt van je aantekeningen later een verslag

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van observeren
zie je in de afbeelding
hiernaast?
A
Participerend
B
Niet-participerend

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vorm van
observeren zie je in
de afbeelding hiernaast?
A
Niet-participerend
B
Participerend

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende observatiemethoden
(Thema 3.4 uit Methodisch begeleiden)
Observatiemethoden zijn:
  • vrije observatie
  • gestructureerde observatie
  • intervalobservatie
  • contextuele observatie
  • protocollaire observatie

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
  • Verdeel de klas in 5 groepen. 
  • Elke groep werkt in een mindmap 1 observatiemethode uit.
  • 1 persoon geeft na 15 minuten een korte presentatie in de klas erna!
  • Geef ook (eigen) voorbeelden!

Gebruikt thema 3.3. en 3.4 uit Methodisch begeleiden
  1. vrije observatie
  2. gestructureerde observatie
  3. intervalobservatie
  4. contextuele observatie
  5. protocollaire observatie
timer
15:00

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Presentaties

vrije observatie
gestructureerde observatie
intervalobservatie
contextuele observatie
protocollaire observatie

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vrije observatie
  • Je werkt altijd met een doel, maar de 'observatievragen' zijn niet concreet.
  • Vooronderzoek
  • Alleen vastleggen wat je ziet
  • Gedrag van de cliënt volgen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

gestructureerde observatie
  • Je hebt een exact doel en duidelijke vragen
  • Vastleggen hoe vaak iets voorkomt (gedrag)
  • Hoelang iets voorkomt
  • Gebruikt een formulier om te turven

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

intervalobservatie
  • Observeren op wisselende tijden
  • Je hebt een doel en vragen
  • Je wilt voortgang over een langere periode vastleggen
  • Tijd en periode zijn van belang

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

contextuele observatie
  • Niet alleen letten op de cliënt, maar ook zijn omgeving
  • Je kijkt naar de gezinssituatie (netwerk!)
  • Woonsituatie 
  • Dagindeling van de gezinsleden

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

protocollaire observatie
  • Gebruik maken van protocollen of schema's
  • Vastgelegd hoe vaak, wat en wanneer er geobserveerd moet worden
  • Letten op de observatiepunten; ook al is er niks aan de hand, je wil niks over het hoofd zien. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Participerend observeren
Wanneer je gaat observeren, bepaal je vooraf of jij participeert binnen de observatie of juist niet.

Participerend observeren:
- Intern observeren
- lastig begeleider - 2 dingen tegelijkertijd
- valkuil; beïnvloeden situatie
- vooral handig als vraagstelling/ doel niet concreet is/ informatie verzamelen.
- vaak ook doordat er niet voldoende collega's zijn om te observeren.


Slide 22 - Tekstslide

Participerend observeren noem je ook wel intern observeren. Je bent dan actief bezig in de groep, terwijl je meteen ook observeert. Deze methode vraagt veel van jou als begeleider. Je doet immers twee dingen tegelijk. Je observeert en tegelijkertijd voer je de dagelijkse werkzaamheden uit. Er is een valkuil bij deze manier van observeren: je kunt namelijk makkelijk invloed uitoefenen op de situatie. Intern observeren is een goede keuze wanneer je vraagstelling nog niet concreet is. Op deze manier kun je eerst meer informatie verzamelen en op basis hiervan je vraagstelling concretiseren. Ook is het vaak een praktische keuze. Er is niet altijd iemand aanwezig die je taken kan overnemen, terwijl jij observeert.

niet participerend observeren

Niet - Participerend observeren:
- Extern observeren
- Begeleider observeert alleen, je kunt observatie nauwgezet uit te voeren
- Geen invloed op de situatie
- Vooral handig als je lastige observatievraag hebt
- Valkuil: Observeren kan de cliënt afleiden
- voldoende collega's nodig/ voldoende tijd nodig


Slide 23 - Tekstslide

Niet-participerend observeren noem je ook wel extern observeren. Bij deze manier van observeren ben je wel aanwezig in de groep, maar neem je niet deel aan de activiteiten. Je richt je volledig op de observatie. Extern observeren is prettig wanneer je een Niet-participerend observeren noem je ook wel extern observeren. Bij deze manier van observeren ben je wel aanwezig in de groep, maar neem je niet deel aan de activiteiten. Je richt je volledig op de observatie. Extern observeren is prettig wanneer je een complexe observatievraag hebt. Je hebt de tijd en de ruimte om je observatie nauwgezet uit te voeren. Een ander voordeel is dat je geen invloed kunt uitoefenen op de situatie. Je kijkt er tenslotte als buitenstaander naar. In de praktijk is deze manier van observeren niet altijd uitvoerbaar. Iemand moet tenslotte jouw taken overnemen, terwijl jij observeert. En het kan zo zijn dat jij, door te observeren, de cliënt te veel afleidt. Je kunt dit voorkomen door gebruik te maken van een spiegelwand. Degene die jij observeert, ziet jou niet – dus is er geen sprake van beïnvloeding.hebt. Je hebt de tijd en de ruimte om je observatie nauwgezet uit te voeren. Een ander voordeel is dat je geen invloed kunt uitoefenen op de situatie. Je kijkt er tenslotte als buitenstaander naar. In de praktijk is deze manier van observeren niet altijd uitvoerbaar. Iemand moet tenslotte jouw taken overnemen, terwijl jij observeert. En het kan zo zijn dat jij, door te observeren, de cliënt te veel afleidt. Je kunt dit voorkomen door gebruik te maken van een spiegelwand. Degene die jij observeert, ziet jou niet – dus is er geen sprake van beïnvloeding.
Leeractiviteit 6


Ga nu voor jezelf aan de slag met de leeractiviteiten.


timer
10:00

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies