8 juni - oefentoets en herhaling grammatica

Welkom!
Oefenen met grammatica
Voorlezen John Stedman
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Oefenen met grammatica
Voorlezen John Stedman

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Donderdag: formatieve toets grammatica

Even herhalen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdeel de zin in zinsdelen
Deze sportman geeft zijn kinderen elke dag twee gezonde appels.



-Geeft deze sportman zijn kinderen elke dag twee gezonde appels?
-Elke dag geeft deze sportman zijn kinderen twee gezonde appels. 



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdeel de zin in zinsdelen
Deze sportman / geeft / zijn kinderen / elke dag / twee gezonde appels.



-Geeft / deze sportman / zijn kinderen / elke dag / twee gezonde appels?
-Elke dag / geeft / deze sportman / zijn kinderen / twee gezonde appels. 



Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lijdend voorwerp
De mentor overhandigde Andries zijn rapport. 
O = de mentor
pv = overhandigde          wg = overhandigde
Lijdend voorwerp:
Wie/wat + wg + onderwerp?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lijdend voorwerp
De mentor overhandigde Andries zijn rapport. 
o = de mentor
pv = overhandigde          wg = overhandigde
Lijdend voorwerp:
Wie/wat + wg + onderwerp?
Wat overhandigde de mentor?
= zijn rapport

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




o = de oppas
pv/wg = overhandigde

Wie/wat overhandigt de oppas?





o = de oppas
pv/wg = overhandigde 

Wie/wat onderhandelt de oppas?
Lijdend voorwerp:
Wie/wat + wg + onderwerp?
De oppas overhandigt aan moeder Alieke de huilende Timon. 

De oppas overhandigt aan moeder Alieke de knuffel. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor wie is het rapport bestemd?
De mentor overhandigde Andries zijn rapport. 
O = de mentor
pv = overhandigde          wg = overhandigde
lv = zijn rapport
Meewerkend voorwerp:
Aan wie/voor wie + wg + onderwerp + lijdend voorwerp?
 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meewerkend voorwerp

Meewerkend voorwerp:
Aan wie/voor wie + wg + onderwerp + lijdend voorwerp?
 
Let op:
Alleen als je aan/voor kunt weglaten of toevoegen is een zinsdeel een mv.   

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meewerkend voorwerp






Ik mag aan de koningin een bos bloemen overhandigen.
Ik mag de koningin een bos bloemen overhandigen. 
Meewerkend voorwerp:
Aan wie/voor wie + wg + onderwerp + lijdend voorwerp?
 
Let op:
Alleen als je aan/voor kunt weglaten of toevoegen is een zinsdeel een mv.   

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Naamwoordelijk gezegde / werkwoordelijk gezegde

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een naamwoordelijke gezegde zegt wat iemand/iets [...............].

Een werkwoordelijk gezegde zegt wat iemand/iets [...............]

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het onderwerp is/wordt iets.
Het onderwerp doet iets.
De oude vrouw lijkt ziek.
De jongen fietst naar huis.
De jongen schijnt aardig te zijn 
De jongen doet opeens heel aardig.
Tanja is kampioen geworden.

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tanja is kampioen van het JFC geworden. 
1. Tanja is/wordt iets.
2. Koppelwerkwoord?
3. Naamwoordelijk deel:
WAT + PERSOONSVORM + ONDERWERP + OVERIGE WERKWOORDEN


              
Naamwoordelijk gezegde

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Naamwoordelijk deel:
WAT + PERSOONSVORM + ONDERWERP + OVERIGE WERKWOORDEN

Wat is Tanja geworden?
[kampioen van het JFC]


Werkwoordelijk deel:
Alle werkwoorden uit de zin.




is geworden
Tanja is kampioen van het JFC geworden. 
Hoe noteer je dat?  
pv+[naamwoordelijk deel]+overige werkwoorden.

Naamwoordelijk gezegde:
is [kampioen van het JFC] geworden

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonsvorm
De kat wil graag voer hebben. 
Persoonsvorm? 
Maak een vraagzin -> Wil de kat graag voer hebben? 






Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonsvorm
De kat wil graag voer hebben. 
Persoonsvorm? 
Maak een vraagzin -> Wil de kat graag voer hebben? 






Stelling:
Op de basisschool en in de brugklas zoek je de persoonsvorm op door middel van een vraagzin, maar in de hogere klassen heb je een andere manier nodig om de persoonsvorm te vinden. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samengestelde / enkelvoudige zinnen 

Grammatica zinsdelen

Leerdoel: Je kunt aangeven of een samengestelde zin bestaat uit een hoofdzin en een bijzin óf uit twee hoofdzinnen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkelvoudige zin:
1 persoonsvorm

-Hij is heel blij. 

-De allerleukste school van Nederland, het JFC, heeft pas een heel leuk schoolfeest gehad. 
Samengestelde zin :
Meerdere persoonsvormen

-Hij fietst naar school en is heel blij. 
-De hockeywedstrijd is heel spannend, daarom zit ik op het puntje van mijn stoel.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hoofdzin/bijzin

Toen Joseph wegrende, gingen de andere jongens hem achterna.

Persoonsvorm? 
Onderwerp? 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hoofdzin/bijzin

Toen Joseph wegrende, gingen de andere jongens hem achterna.



Persoonsvorm
Persoonsvorm
Onderwerp
Onderwerp

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een kenmerk van een bijzin?
o = onderwerp
pv = persoonsvorm
A
de pv staat voorin de zin
B
tussen o & pv kunnen andere onderdelen staa
C
er zitten meerdere pv's in de bijzin
D
o en pv staan naast elkaar

Slide 22 - Quizvraag

Ik bedoel hier natuurlijk 'staan', maar anders valt het antwoord weg!
Hoofdzin of bijzin?
(bijna) nooit andere

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonsvorm
Persoonsvorm
Onderwerp
Onderwerp
Toen Joseph wegrende
gingen de andere jongens   hem achterna.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonsvorm
Persoonsvorm
Onderwerp
Onderwerp
Toen Joseph wegrende
gingen de andere jongens   hem achterna.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonsvorm
Onderwerp
Toen Joseph wegrende

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Toen Joseph wegrende,
Toen Joseph hard wegrende,
Toen Joseph bibberend wegrende,
Toen Joseph wegrende

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



-gingen de andere jongens 
hem achterna.
-gingen niet de andere jongens 
hem achterna. 
-gingen snel de andere jongens hem achterna.

gingen de andere jongens   hem achterna.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let op: 
Een samengestelde zin is een zin die eigenlijk uit twee zinnen bestaat. Behandel de met zinsontleding deze zin dan ook als twee aparte zinnen

Jeroen werd kampioen en fietste daarna snel naar huis. 
> HIJ IS IETS <                                 > HIJ DOET IETS < 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken opdrachten grammatica

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Link

Deze slide heeft geen instructies