Les van 22 februari

Les van 22 februari
Wat gaan we doen?
- Woordenschattoets;
Introductie Thema 5 (Ik overleg);
- Woorden samentrekken;
- Bouwen van een zin met verschillende woordsoorten;
- dictee;
- spelling;
-Banksy.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands7th Grade

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les van 22 februari
Wat gaan we doen?
- Woordenschattoets;
Introductie Thema 5 (Ik overleg);
- Woorden samentrekken;
- Bouwen van een zin met verschillende woordsoorten;
- dictee;
- spelling;
-Banksy.

Slide 1 - Tekstslide

Woordenschattest
We beginnen nu aan de woordenschattest

Ik deel even een ander scherm met je

Slide 2 - Tekstslide

Introductie Thema 5
We beginnen alvast met Thema 5 (Ik overleg)

Dit thema gaat over 'samen beslissen' 
Dat doe je meestal door samen te overleggen.

Slide 3 - Tekstslide

Woorden samentrekken
Julia heeft een oude trui en een nieuwe trui.

Je kunt het eerste woord 'trui' weglaten

Julia heeft een oude en een nieuwe trui.

Slide 4 - Tekstslide

Even oefenen
Ga naar blz. 6 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en maak oefening 1.

Slide 5 - Tekstslide

Even oefenen
Ga naar blz. 6 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en maak daarna oefening 2.

Slide 6 - Tekstslide

Woorden samentrekken
Julia heeft een oude trui en een nieuwe trui.

Het gaat hier dus om een bijvoeglijk naamwoord (oude) ZONDER zelfstandig naamwoord (trui).
Ook al staat er geen zelfstandig naamwoord, het woord 'oude' blijft een bijvoeglijk naamwoord.

Slide 7 - Tekstslide

Verder oefenen
Ga naar blz. 14 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en maak de oefening bij 'eerst proberen'.

Slide 8 - Tekstslide

Verder oefenen
Ga naar blz. 14 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en maak daarna oefening 2.

Slide 9 - Tekstslide

Bouwen van een zin met woordsoorten
Wat zijn woordsoorten ook alweer?

Slide 10 - Tekstslide

Woordbenoeming (herhaling)
ww: werkwoorden
hww: hulp werkwoord
vdw: voltooid deelwoord
znw: zelfstandig naamwoord
lw: lidwoord:
bnw: bijvoeglijk naamwoord
vz: voorzetsel
pvnw: persoonlijk voornaamwoord
bvnw: bezittelijk voornaamwoord
vrw: vraagwoord
tw: telwoord

Slide 11 - Tekstslide

Nog eens alle woordsoorten op een rij:
Naam                                         Afkorting               Uitleg


lidwoord                                    lw                              De woorden: ‘de’, ‘het’, ‘een’. Je kunt altijd een                                                                                                            lidwoord voor een zelfst nw zetten
 zelfstandig naamwoord   znw                           Een woord voor een persoon, dier, plaats, plant of                                                                                                    ding

werkwoord                                 ww                          Zegt wat iets of iemand doet of overkomt Bijv. praten                                                                                           / lopen/                   


Slide 12 - Tekstslide

Nog eens alle woordsoorten op een rij:
Zie les van 7 januari

Slide 13 - Tekstslide

Even oefenen
Jos heeft voor de zoveelste keer de vuile was naast de wasmand gegooid.

Slide 14 - Tekstslide

Even oefenen
Jos (znw) heeft (hww) voor (vz) de (lw) zoveelste (tw/rtw)  keer (znw) de  (lw) vuile (bnw) was (znw) naast (vz) de(lw) wasmand (znw)  gegooid (vdw).


Slide 15 - Tekstslide

Sommige mensen zetten de naam van hun hond op een felicitatiekaart.

Slide 16 - Open vraag

Even oefenen
Ga naar blz. 7 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en maak oefening 1.

Slide 17 - Tekstslide

Verder oefenen
Ga naar blz. 7 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en maak oefening 2.

Slide 18 - Tekstslide

Nog meer oefenen
Ga naar blz. 16 van je nieuwe Taalboek Thema 5 en ga naar 'eerst proberen' en maak daarna oefening 2.

Slide 19 - Tekstslide

Dictee
We gaan weer even een klein dictee doen. We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alle en daarna druk je op 'send'

Slide 20 - Tekstslide


Slide 21 - Open vraag

Spelling

Slide 22 - Tekstslide

Werkwoordspelling
We gaan nog even oefenen met de werkwoordspelling.

Slide 23 - Tekstslide

Wat (vinden) je moeder van dat voorstel?

Slide 24 - Open vraag

Ik heb een buurman die in de zomer vaak ........ .

A
barbecuet
B
barbequed
C
barbecued
D
barbequet

Slide 25 - Quizvraag

Toen wij bij de meubelzaak waren, ........ (kopen) wij een nieuwe tafel.

Slide 26 - Open vraag

Een groot deel van de heidevelden wordt ........ door de mens.






A
bedrijgd
B
bedreigd
C
bedreigt
D
bedrijgt

Slide 27 - Quizvraag