Een oorzaak vertelt
waarom iets gebeurt. Een gevolg is
wat er daarna gebeurt.
Een voorbeeld van een oorzaak en gevolg:
~ Het regent, dus ik word nat.
De oorzaak is: het regent.
Het gevolg is: ik word nat.
Farah moet nablijven. Ze zat te kletsen in de les.
Joep had niet goed geleerd voor zijn toets. Hij heeft nu een onvoldoende gehaald.