BiX woensdag 11 maart 2026

woensdag 11 maart 2026  lok.214
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 36 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

woensdag 11 maart 2026  lok.214

Slide 1 - Tekstslide

Waar zit je?
Wessel  +     Khoa                                                         +  Davy                                   Peipei   +    Thao

 Tomas + Valentina                                           Marian +  Gaby                                  Arij  +

Yafiet +    Imran                                                  Quang     +                                            Ali +
                                                                                    .......         +   ..........


________________________________________________________________________________________________
LI                                                                 Bord/docent                                                                       RE

                                                                 

Slide 2 - Tekstslide

Leuke sfeer klas, leuke docent, lieve klasgenoten

Slide 3 - Tekstslide

Geen jassen in de klas!

Slide 4 - Tekstslide

Regels
.

Slide 5 - Tekstslide

mobiel in kluisje...... inleveren in de Breek ( de hele dag)

Slide 6 - Tekstslide

In de pauze of tijdens wisselen van klas
(niet tijdens de les!!)

Slide 7 - Tekstslide

Lesrooster woensdag  4e & 5e 

Slide 8 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
              
4e & 5e                   - Sneltoets
                                  - Strategieles /  verwijswoorden
                                 
            Beter lezen, beter begrijpen, vragen goed beantwoorden

Slide 9 - Tekstslide

Sneltoets : Tekstbegrip
mbo- toets  Woordenschat, grammatica en spelling
Doel: je kunt de ontbrekende letters invullen.
Let daarbij goed op de woordenschat, grammatica en spelling.
Familie
Ik heet Jan.
Mijn vr______ heet Maria.
Wij zijn getr______.
Wij zijn de ou______ van vier kin______.
Twee jon______ en twee mei______;
twee zo______ en twee doch______.

Slide 10 - Tekstslide

Sneltoets : algemeen tekstbegrip - woordenschat
Schrijf je naam op de het blad
Maak tekst 1  -  10 minuten ?
Lees en omcirkel het juiste woord



Corrigeren: Hoeveel fouten?

Slide 11 - Tekstslide

Actief lezen
Strategieën
- Voorspellen waar de tekst  over gaat.
- Je stelt jezelf vragen bij de tekst die je leest.
- Onduidelijkheden ophelderen: achter de betekenis van woorden komen.
- verwijswoorden en signaalwoorden (verbanden): Wat hebben de zinnen, of stukjes tekst met elkaar te maken.
-Wat is het belangrijkste uit de tekst. Heb je het begrepen?  Kan je dat in eigen woorden zeggen?

Slide 12 - Tekstslide

Strategie

Met behulp van een strategie (iets wat je doet/denkt) kan je de informatie in een tekst beter begrijpen en vragen goed te beantwoorden

Slide 13 - Tekstslide

Verwijswoorden
In een tekst  let je  op verwijswoorden. Naar wie of wat  verwijst het verwijswoord?
Verwijswoorden zijn woorden als: hij, zij, het, die, er, daar en hun.
Verwijswoorden verwijzen naar iets of iemand in de tekst. Soms verwijst een verwijswoord naar groepje woorden of een zin. Op de plaats van het verwijswoord kun je altijd een ander woord invullen of een paar woorden. En soms zelfs dus een hele zin. 

Erwin leest een een rekensom. Hij (Erwin) begrijpt de som niet. Hij (Erwin) heeft een onvoldoende voor de rekentoets. Dat (een onvoldoende voor zijn rekentoets) vindt hij ( Erwin) niet leuk. 
Het is belangrijk dat je weet naar wie of wat de verwijswoorden verwijzen. Je begrijpt de tekst beter.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Verwijswoorden die naar personen verwijzen

Slide 16 - Tekstslide

Verwijswoorden die zeggen van wie iets is

Slide 17 - Tekstslide

Er zijn ook nog andere verwijswoorden:
  • De woorden deze, die, dit en dat.
Deze verwijswoorden verwijzen naar iets wat in de tekst staat. Meestal staat dat in de zin voor het verwijswoord.
 De buren hebben een hond. Die (de hond) blaft heel hard.
  • De woorden er en daar. Ook deze woorden verwijzen naar iets in de tekst. Vaak staat dat in de zin voor het verwijswoord.
Ik ga snel naar de winkel om brood te halen, want er staan nog twee op de plank, en daar kan ik ook melk kopen.

Slide 18 - Tekstslide

Strategieles 
Verwijswoorden


Lesdoelen

Je kent verschillende verwijswoorden.

Je weet hoe je in een tekst kunt vinden waar een verwijswoord naar verwijst.
Strategieles
Verwijswoorden


Lesdoelen

Je kent verschillende verwijswoorden.

Je weet hoe je in een tekst kunt vinden waar een verwijswoord naar verwijst.

Slide 19 - Tekstslide


  •  Lees goed
  • Maak de opdrachten


Snap je iets niet?
Vraag!



Corrigeer!
 klaar? 

Oefenblad vana A tot Zin H2
  •  Lees goed
  • Maak de opdrachten


Snap je iets niet?
Vraag!


Corrigeer!
klaar? 

Oefenblad vana A tot Zin H2

Slide 20 - Tekstslide

Je kent verschillende verwijswoorden.
Je weet hoe je in een tekst kunt vinden waar een verwijswoord naar verwijst.

Slide 21 - Tekstslide

Hoe heb ik meegedaan?
Tijdens de les heb ik me aan de regels en afspraken gehouden.                         ja /nee

Tijdens de les heb ik dingen gevraagd die ik niet begrijp.                                       ja/nee      

Ik kan heel goed zelfstandig werken aan mijn leesopdrachten.                             ja/nee






                                       

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Inloggen Nieuwsbegrip
log in op : https://school.nieuwsbegrip.nl/user/ac
Je krijgt van mij toegangscode
Toegangscode!
gebruikersnaam is je voor- en achternaam
AliAlGhurbani - ArijTahir
 Na instellen nieuw wachtwoord
Log in op https://school.nieuwsbegrip.nl/user/login

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Hoe heb ik meegedaan?
  
На уроці я ставив незрозумілі мені питання.
 відповісти так чи ні

أثناء الدرس طرحت أسئلة لم أفهمها.
 أجب بنعم أو لا

Slide 33 - Tekstslide

Hoe heb ik meegedaan?
Ik heb mijn boekopdrachten nagekeken met het antwoord blad en een groene pen.           ja/  nee

راجعت واجبات كتابي بورقة الإجابة والقلم الأخضر. نعم / لا

Я перевірив свої завдання за допомогою бланка відповідей і зеленої ручки. так ні

Slide 34 - Tekstslide

Hoe heb ik meegedaan?


Я дуже добре можу самостійно виконувати свої завдання. Відповідайте так чи ні

يمكنني العمل بشكل جيد جدًا بشكل مستقل في مهامي. أجب بنعم أو لا

Slide 35 - Tekstslide

Hoe heb ik meegedaan?
Het gaat te snel, ik heb geen tijd om huiswerk te maken.

الأمر يسير بسرعة كبيرة، ليس لدي الوقت للقيام بواجباتي المنزلية.

Це йде занадто швидко, я не встигаю робити домашнє завдання.

Slide 36 - Tekstslide