Fictie Mindmap Perspectief HV3

Woensdag 7 oktober
Pak een boek en start met lezen.

Korte terugblik perspectief in een verhaal

Aan de slag met je mindmap 
timer
10:00
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Woensdag 7 oktober
Pak een boek en start met lezen.

Korte terugblik perspectief in een verhaal

Aan de slag met je mindmap 
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Mindmap Perspectief
Je leert vandaag hoe je het perspectief uit je verhaal kunt beschrijven. 

Je gaat zelf beginnen met het beschrijven van het perspectief. 

Slide 2 - Tekstslide

Wie vertelt het verhaal?
Dat is een belangrijke vraag bij de analyse van verhalen.





Slide 3 - Open vraag

De auctoriële verteller
De verteller speelt geen rol in de gebeurtenissen, staat buiten de door hem vertelde geschiedenis, maar weet wel alles van de personages, van hun doen en laten, van hun ideeën, gevoelens, hun verleden, heden en toekomst. Vandaar dat we hem ook wel de naam geven van alwetende verteller. 

Voorbeelden:
In het boek Max Havelaar in het verhaal over Saïdjah en Adinda staan de woorden: ‘Ik heb u verteld, lezer, dat mijn verhaal eentonig is.’

Gerard Reve – De avonden

Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.

Slide 4 - Tekstslide

Personale verteller
De personale verteller: de verteller speelt geen rol in de vertelde geschiedenis. Het verhaal is in de hij-vorm geschreven en deze hij-figuur staat in de gebeurtenissen centraal. Hij is een van de personages uit het verhaal en is als zodanig bij de gebeurtenissen betrokken. Vanuit zijn visie maakt de lezer alles mee. De lezer is dan ook op de hoogte van alles wat deze figuur denkt, doet, voelt. Wat andere personages voelen of denken is deze figuur niet bekend, dus ook de lezer niet.

Voorbeeld: Franz Kafka – De gedaanteverwisseling 

Toen Gregor Samsa op een ochtend ontwaakte uit onrustige dromen, ontdekte hij dat hij in bed was veranderd in een reusachtig eng beest. Hij lag op zijn pantserachtig harde rug en wanneer hij zijn kop een beetje optilde, zag hij zijn gewelfde, bruine, uit boogvormige stijve delen samengestelde buik, met daar bovenop de deken, die op het punt stond er helemaal af te glijden en nog net wist te blijven liggen. Voor zijn ogen wiebelden zijn vele, vergeleken met zijn verdere omvang jammerlijk dunne pootjes hulpeloos heen en weer.

‘Wat is er met me gebeurd?’ dacht hij. Het was geen droom.

Slide 5 - Tekstslide

Ik-verteller
De verteller speelt een rol in de vertelde geschiedenis, maar ditmaal is het verhaal in de ik-vorm geschreven. Daarmee is tegelijkertijd het grootste verschil vermeld met het personale perspectief, want alle andere eigenschappen daarvan gelden ook hier. De verteller kan er ook voor kiezen zijn personage (de ik in het verhaal) iets te laten vertellen wat in het verleden is gebeurd. 

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Ik kon me niet meer bewegen toen ik Thera voor het eerst zag. En daar is niets aan overdreven. Ik begon niet te zweten of te stotteren, nee, ik verstijfde. Dat was alles. Ik stond met twee rode, knipperende horentjes op mijn hoofd dicht bij de brug over de gracht en was nog niet in staat mijn pink te bewegen.

Thera Bouman. 

Daar komt ze aan. Op haar zwarte suède laarsjes. 

Haar wenkbrauwen en wimpers niet kinderachtig aangezet met mascara, haar lippen glanzend van de lippenstift. Met haar handen in de zakken van haar GAP-trainingsjack komt ze recht op me af.

Slide 6 - Tekstslide

Welk perspectief, maar ook:
waarom juist dit perspectief?
Vraag je dit ook af bij onderstaand filmfragment (uit Kill Bill).




Slide 7 - Open vraag

Aan de slag 
Je werkt straks de vragen op de volgende slides uit. Dit is al een begin van je mindmap. Je kunt dit hier later weer terugvinden en eventueel aanpassen. 

Klaar? Pak je leesboek en lees verder in je boek! 

Slide 8 - Tekstslide

Perspectief
Onderstaande vragen kun je gebruiken om het perspectief van je verhaal te beschrijven. Je hoeft niet alles te beantwoorden. 

  • Wie vertelt het verhaal?
  • Zijn er nog andere vertellers?
  • Waarom vertelt de schrijver het verhaal vanuit dit perspectief?

Gebruik citaten uit het boek om aan te tonen hoe het in elkaar zit.

Slide 9 - Tekstslide

Wie vertelt het verhaal?

Slide 10 - Open vraag

Zijn er nog andere vertellers?



Slide 11 - Open vraag


Waarom vertelt de schrijver het verhaal vanuit dit perspectief?

Slide 12 - Open vraag

Ik heb het perspectief uitgewerkt
A
ja
B
nee

Slide 13 - Quizvraag

Ik heb beschreven waarom de schrijver waarschijnlijk hiervoor gekozen heeft.
A
ja
B
nee

Slide 14 - Quizvraag