Venapunctie
Venapunctie
Deze slide heeft geen instructies
Lesdoelen
Je kunt benoemen wat indicaties en contra-indicaties zijn voor een venapunctie.
Je kunt beschrijven wat aandachtspunten zijn bij het uitvoeren van een venapunctie bij een zorgvrager.
Je kunt beschrijven welke materialen je nodig hebt voor het uitvoeren van een venapunctie.
Je kunt benoemen welke risico's er zijn bij het uitvoeren van een venapunctie.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een venapunctie?
Redenen om venapunctie uit te voeren
Bedenk een indicatie voor een venapunctie
Redenen om venapunctie uit te voeren
Indicaties
om een ziekte vast te stellen of uit te sluiten;
om een ziekteverloop te volgen;
een ziekte vroegtijdig vaststellen;
om het succes van een behandeling vast te stellen.
Deze slide heeft geen instructies
Geschikte aders
elleboogplooi (meest gebruikt in praktijk)
onderarm
handrug
enkel
Een oppervlakkige ader heeft de voorkeur, omdat deze goed zichtbaar is.
Een oppervlakkige ader heeft de voorkeur, omdat die gemakkelijk aan te prikken is.
Plaatsbepaling
Rustig kijken. Bij b.v. harde ader andere zoeken
Goed stuwen; stuwband een handbreedte boven de aan te prikken plaats. De polsslag moet je blijven voelen. Niet langer dan 1 minuut
Deze slide heeft geen instructies
Waar prikken we (liever) niet?
Om weefselbeschadiging te voorkomen en pijnklachten zoveel mogelijk te beperken, mag je als verpleegkundige niet op elke plek in het lichaam prikken. Daarnaast zijn er ook plekken met een contra-indicatie waarin je als zorgverlener absoluut niet mag prikken. Het risico op infecties is heel groot als je op deze plaatsen prikt
Bij voorkeur niet prikken in...
lichaamsdelen met een shunt voor hemodialyse (de shunt is primair voorbehouden voor de dialyse en verlies van de shunt door complicaties moet voorkomen worden )
armen en benen met trombose
lichaamsdelen met een infectie
aan de kant van een borstamputatie ( kans op lymfoedeem wordt vergroot
Deze slide heeft geen instructies
Bij voorkeur niet prikken in...
in uitgebreid littekenweefsel ( dit weefsel heeft minder herstelvermogen)
in een hematoom ( hematomen zijn pijnlijk. In een dergelijk geval wordt onder het hematoom geprikt )
Deze slide heeft geen instructies
En verder zijn minder geschikt
lichaamsdelen met oedeem;
lichaamsdelen die hard aanvoelen;
in een gebied met wondjes of eczeem;
lichaamsdelen met een perifeer infuus;
lichaamsdelen die er rood of blauw uitzien;
lichaamsplekken waar de zorgvrager is bestraald;
verlamde lichaamsdelen bij een zorgvrager met CVA;
lichaamsdelen waar de zorgvrager pas aan is geopereerd.
Naast de contra-indicaties zijn er plekken waar het ook minder geschikt is om te prikken. Het verschil is dat de risico's kleiner zijn en minder ernstige gevolgen kunnen hebben. Ondanks dat het risico kleiner is, blijft het niet gewenst om in de volgende lichaamsdelen te prikken:
Mogelijke complicaties van venapunctie (tijdens en na)
- De ader wordt onvoldoende zichtbaar.
- De ader voelt hard aan
- De ader rolt weg
- Het bloedvat is niet goed aangeprikt
- Zenuwbeschadiging
- Flauwvallen.
- Hyperventileren
Complicaties tijdens
De ader rolt weg; fixeer de ader met je duim
Het bloedvat is niet goed aangeprikt (er komt geen bloed. Trek de naald iets terug en probeer voorzichtig opnieuw)
Deze slide heeft geen instructies
Complicaties tijdens
Zenuwbeschadiging; het kan voorkomen dat er een zenuw geraakt wordt. Pijnlijk en soms tinteling, doof gevoel. Kan weken aanhouden. Kan ook over gaan
Flauwvallen. Aandacht voor prikangst
Hyperventileren.
Deze slide heeft geen instructies
Complicaties na
Hematoom ( de ene zorgvrager is hier gevoeliger voor dan de ander. Gebruik anti-coagulantia)
Littekenweefselvorming( bij veelvuldig prikken ontstaat littekenweefsel op de huid)
Deze slide heeft geen instructies
Materialen voor venapunctie
Deze slide heeft geen instructies
Open systeem
Gesloten systeem
Open systeem:
> kans op bloedcontact en een infectie groter dan bij een gesloten systeem DUS het dragen van handschoenen is daarom ook verplicht.
Gelsoten systeem:
Bij een gesloten systeem gebruik je een vacuümsysteem en bloedbuizen. Het voordeel hiervan is dat er in één handeling meerdere buizen bloed gevuld kunnen worden. Een gesloten systeem is daarom ook prettiger voor de zorgvrager.
Open systeem= spuit met injectienaald
Gesloten systeem= vacuümsysteem met bloedbuisjes
Deze slide heeft geen instructies
Bloedbuizen
Verschillende soorten buizen
Verschillende dopkleuren en groottes
Speciale vloeistof
Bepaalde volgorde van afnemen
Er zijn verschillende soorten bloedbuizen.
> Elke buis is bestemd voor specifiek onderzoek.
>De bloedbuizen kunnen verschillen van dopkleur en grootte.
> In de meeste gevallen bevatten de bloedbuizen een speciale vloeistof die nodig is om het bloedmonster te prepareren voor het onderzoek.
> Als je bij een venapunctie meerdere buizen bloed afneemt, dan moet je de buizen in een bepaalde volgorde afnemen.
>> Door de verkeerde volgorde van afnemen is er kans op contaminatie. Dit kan invloed hebben op de uitslag van het bloedonderzoek.
Demonstratie
Filmpje laten zien van Thieme:
Verpleegtechnisch handelen; venapunctie
Materialen meenemen
Deze slide heeft geen instructies