Klinisch redeneren deel 3 afsluitles

Klinisch redeneren
Oefenles 


1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Klinisch redeneren
Oefenles 


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is klinisch redeneren?
Het is de kern van jouw inschattingsvermogen als zorgverlener. Hierop ga je bepalen wat je vindt van de situatie maar ook wat je denkt dat er moet gebeuren en waarom. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je concreet?
1. Monitoren zorgvrager
2. Risico inschatten
3. Bepalen of interventie nodig is
4. Bepalen of extra monitoring nodig is
5. Monitoren effect van de interventie
Terug naar 1!
Dus een continue proces!

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je nodig voor klinisch redeneren?
1. Kennis van anatomie, patho fysiologie, medicijnen.
2. Ervaring
3. Analytisch vermogen
4. Kritisch denken

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het officiële overdrachtsprotocol in Nederland?
A
SIRS
B
SBARR
C
EWS
D
ABCDE

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is waar over redeneerhulpen?
A
Er is geen kennis voor nodig
B
Ze vervangen kennis en ervaring nooit
C
Alleen voor onervaren medewerkers
D
Zijn alleen voor artsen bedoeld

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1
2
4
5
3
6
Aanvullend klinisch onderzoek
Orientatie situatie
Klinisch probleem-stelling
klinisch beleid
klinisch verloop
Evaluatie

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EWS
Early Warning Score
verslechtering van patiënt vroegtijdig signaleren

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Zorgthema's nog in ontwikkeling:
  • psychisch functioneren
  • Stem & Spraak
  • Sensorische functies & pijn
  • Bewegingsapparaat
  • Activiteiten & participatie
  • Zelfmanagement

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met klinisch redeneren

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mw Bakker heeft al een dag niet geplast. Wat kan er aan de hand zijn?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Urineretentie
Acute en chronische urineretentie
  • meer dan 400 ml urine achterblijft in de blaas. 
  • Urineretentie 
  • Bij acute urineretentie zal de zorgvrager plotselinge pijn ervaren door het uitrekken van de blaaswand. De nieren produceren wel urine die naar de blaas wordt getransporteerd, maar er vindt geen urinelozing plaats. 
  • Chronische urineretentie door verzwakking van de blaasspier. De blaas wordt niet volledig geleegd waardoor een residu ontstaat dat telkens groter wordt. Door deze geleidelijke verandering, zal de patiënt minder pijnklachten uiten.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urinewegstelsel

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vochtbalans
Negatieve vochtbalans

Positieve vochtbalans
Hoeveel liter moet je per dag drinken?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hr Krabbendam geef je diclofenac omdat hij pijn heeft na een heupoperatie. Na enkele uren krijgt hij last van zijn maag en pijn achter zijn borstbeen. Waar denk je aan? Wat is je interventie? Wat doe je daarna?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek op in FK: 
diclofenac/ misoprostol

pijnstillend
ontstekingsremmend
met maagbescherming

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pijn achter het borstbeen..
  1. Maagontsteking: zoals een maagbreuk, maagzweer of maagperforatie.
  2. Costochondritis: een aandoening waarbij het borstbeen of nabijgelegen kraakbeen ontstoken is.
  3. Refluxklachten: brandend maagzuur en oprispingen.
  4. Achalasie: een zenuwbeschadiging binnen het spijsverteringskanaal.
  5. Slokdarmontsteking: vaak als gevolg van zuurbranden.
  6. Kanker: slokdarmkanker of maagkanker.
  7. Vergiftiging: bijvoorbeeld door koolmonoxide, lood, nicotine of alcohol.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hr Kramer ligt op jou afdeling. Het valt je op dat dhr. wat rode ontlasting heeft. Waar denk je aan?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveelheid afhankelijk van de opgenomen hoeveelheid voedsel .​
Meestal 100-200 gram per dag
Kleur bruin ,Zwart , stopverfkleurig,helderrood, kleur van de voeding ​

Geur als de ontlasting is gegist of als er bloed in zit is de geur onaangenaam​

Consistentie vastheid van de ontlasting, normaal halfvast​

Samenstelling parasieten Lintworm maden
Kralen knikkers microscoop micro organismen sporen van bloed ​

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw De Vries, 68 jaar, krijgt chemotherapie voor borstkanker. Ze klaagt over misselijkheid en heeft al meerdere keren overgegeven. Haar bloeddruk is 95/60 mmHg, en ze voelt zich zwak.
Vraag: Wat kan de oorzaak zijn van haar klachten? Welke interventies voer je uit? Hoe monitor je haar toestand verder?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Mevrouw De Vries, 68 jaar, krijgt chemotherapie voor borstkanker. Ze klaagt over misselijkheid en heeft al meerdere keren overgegeven. Haar bloeddruk is 95/60 mmHg, en ze voelt zich zwak.

Vraag: Wat kan de oorzaak zijn van haar klachten? Welke interventies voer je uit? Hoe monitor je haar toestand verder?

✅ Oorzaken:
Bijwerking van chemotherapie (misselijkheid en braken)
Dehydratie door vochtverlies
Hypotensie door dehydratie of medicatie
✅ Interventies:
Anti-emetica toedienen (zoals ondansetron of metoclopramide)
Vochtbalans bewaken en zo nodig IV-infusie starten
Kleine, frequente maaltijden en voldoende rust adviseren
✅ Monitoring:
Bloeddruk, pols en urineproductie controleren
Vochtbalans observeren
Observeren of misselijkheid afneemt na interventie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dhr. Janssen, 55 jaar, heeft reumatoïde artritis en gebruikt langdurig prednison. Hij meldt zich met klachten van plotselinge spierslapte, duizeligheid en algehele malaise.

Vraag: Wat is een mogelijke verklaring voor zijn klachten? Welke interventies voer je uit? Wat zijn de risico’s van zijn medicatiegebruik?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dhr. Janssen, 55 jaar, heeft reumatoïde artritis en gebruikt langdurig prednison. Hij meldt zich met klachten van plotselinge spierslapte, duizeligheid en algehele malaise.

Vraag: Wat is een mogelijke verklaring voor zijn klachten? Welke interventies voer je uit? Wat zijn de risico’s van zijn medicatiegebruik?
✅ Oorzaken:
Bijnierinsufficiëntie door langdurig prednisongebruik
Elektrolytenstoornissen (hypokaliëmie, natriumverlies)
Lage bloeddruk tgv langdurig prednisongebruik

✅ Interventies:
Vitale functies controleren (bloeddruk, hartfrequentie)
Overleg huisars voor: Bloedonderzoek aanvragen (cortisol, elektrolyten) en Prednisondosering herzien 

✅ Risico’s van medicatiegebruik:
Spierslapte door elektrolytenstoornissen
Osteoporose
Verhoogde infectiekans

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dhr. Willems, 64 jaar, heeft chronisch nierfalen en wordt opgenomen vanwege toenemende kortademigheid en oedeem in de benen. Zijn kaliumwaarde is verhoogd.

Vraag: Wat kan de oorzaak zijn van zijn klachten? Welke verpleegkundige interventies zijn noodzakelijk? Hoe monitor je zijn toestand verder?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dhr. Willems, 64 jaar, heeft chronisch nierfalen en wordt opgenomen vanwege toenemende kortademigheid en oedeem in de benen. Zijn kaliumwaarde is verhoogd.

Vraag: Wat kan de oorzaak zijn van zijn klachten? Welke verpleegkundige interventies zijn noodzakelijk? Hoe monitor je zijn toestand verder? 
✅Oorzaken:
Vochtretentie door verminderde nierfunctie
Hyperkaliëmie met risico op hartritmestoornissen
Uremie (toxische ophoping van afvalstoffen)

✅ Interventies:
Vochtbeperking en zoutarm dieet adviseren
Voorstel aan arts: Kaliumbeperkende maatregelen (medicatie) , Dialyse overwegen bij ernstige verslechtering

✅ Monitoring:
Bloeddruk en hartfunctie (ECG bij hyperkaliëmie)
Gewicht en vochtbalans bewaken
Bewustzijnsniveau controleren bij uremie

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Natrium en kalium zijn elektrolyten
A
Ja
B
Nee

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is een verhoogd kalium gevaarlijk
A
verhoogde bloedingsneigingen
B
ritmestoornissen
C
TIA

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond je van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 34 - Poll

Deze slide heeft geen instructies