vakbekwaam medewerker les 1

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kosten maken
binnen
dierverzorging

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Kostprijs 
Kostprijs = Hoeveel het kost om een product of dienst te maken.

Onder te verdelen in twee categorieën: 
  1. Vaste kosten of ook constante kosten
  2. Variabele kosten

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vaste kosten
bij jouw stage bedrijf?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

variabele kosten bij jouw
stagebedrijf

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Vaste en Variabele kosten

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn onderstaande kosten variabele kosten of vaste kosten?

huur gebouw
A
variabele kosten
B
vaste kosten

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

variabele kosten
constante kosten
inkoopwaarde van de omzet
huurkosten
afschrijvingskosten
loonkosten
interestkosten
reclamekosten

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BTW = 
Belasting toegevoegde waarde (omzetbelasting)

Slide 15 - Tekstslide

Bij het kopen en verkopen van goederen hebben we altijd te maken met de btw. Zo is de groothandel (Sligro) verplicht btw te berekenen over de prijzen van producten die hij aan de detaillist (horeca) levert. En de detaillist brengt weer btw in rekening bij de consument (de klant) die bij hem koopt. De ontvangen btw moeten de handelaar en detaillist afdragen aan de fiscus (belastingdienst).

Uiteindelijk betaalt de gebruiker, de consument, de btw. Op het moment dat jij een artikel koopt bij een detaillist, betaal jij de verkoopprijs incl. btw
BTW of omzetbelasting
BTW wordt door bedrijven in rekening gebracht voor goederen of diensten. Het is een verbruiksbelasting en wordt betaald door de klant in plaats van door het bedrijf dat de goederen verkoopt.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is het btw bedrag van het hok bij een verkoopprijs van €929
A
7,68
B
767,77
C
161,23
D
195,09

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Btw berekenen




prijs exl.      100             ?                      929/121 * 21 = 161,23
btw   21%       21            ?
prijs incl      121           929

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Btw berekenen
  • Wat is hier het btw bedrag, als de 
btw 9% bedraagt?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het btw bedrag, als de btw 9% bedraagt? De cola kost 2,22
A
0,47
B
0,38
C
0,20
D
0,18

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bereken je de netto winst?
A
omzet - kosten
B
omzet - alle kosten
C
Omzet - inkoopwaarde vd omzet
D
bruto winst - inkoopwaarde vd omzet

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De formule voor nettowinst is: brutowinst - alle indirecte kosten van het bedrijf en belastingen. Een andere berekening is: de omzet - alle kosten, dus directe en indirecte kosten en belastingen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bereken je de omzet?
A
prijs * hoeveelheid
B
brutowinst = bedrijfskosten
C
opbrengst - kosten
D
winst - inkoopwaarde van de omzet

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De consumentenprijs is de verkoopprijs exclusief btw.
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een afschrijving?
A
waardevermeerdering
B
boekwaarde
C
restwaarde
D
waardevermindering

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Brutowinst
Wanneer je van je omzet je gemaakte kosten afhaalt, dan houdt je als je het goed doet een bedrag over. Dat noem je de winst.

De brutowinst bereken je als volgt : winst = omzet – kosten


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nettowinst
Als je van de brutowinst de vaste kosten afhaald, blijft de nettowinst over

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kostprijs bepalen:
Je begint met het bepalen van de Inkoopprijs. 

Dit is  de inkoopwaarde van diervoer, dierbenodigdheden of overige zaken die je aan de klant wilt verkopen. .
(Het gaat hierbij om de inkoopprijs, zonder de BTW)

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opslag
Daarna bepaal je met welk percentage je de inkooprijs moet verhogen om de vaste lasten (zoals huur, lonen van medewerkers, gas, water, licht ,verpakking, derving, en natuurlijk de winst van de ondernemer), moet verhogen.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opslag
Vaak hoor je hiervoor, dat de inkoopprijs x 2,5 gedaan wordt, maar dat kan afhankelijk van de werkelijke vaste kosten hoger of lager zijn.

Daarnaast speelt bijvoorbeeld bij diervoer ook een  bedrag aan derving een rol.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verkoopprijs
De verkoopprijs, is de optelsom, van de inkoopprijs en het opslagpercentage

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consumentenprijs
De uiteindelijke verkooprijs verhoog je nog met BTW. Dit noemen we de consumentenprijs, omdat consumenten (particulieren) de BTW niet terug kunnen vragen bij de BTW aangifte en bedrijven die bloemwerk inkopen wel. Bedrijven moeten de BTW uiteraard wel eerst betalen

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

samengevat
kostprijs
+ opslagpercentage
 verkoopprijs
+ btw
 Consumentenprijs

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De commerciële verkoopprijs
De commerciële verkoopprijs, bereken je in ieder geval door de bovenstaande methode toe te passen, maar je neemt nog wel een aantal extra zaken mee bij het bepalen van de uiteindelijke verkoopprijs:
 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De commerciële verkoopprijs 
  • Wat kost een vergelijkbaar product bij een andere leverancier (klanten zullen hier in principe vaak naar kijken, zeker nu dat via internet vaak erg gemakkelijk kan)! 
  • Wat wil de klant voor jouw product betalen? We noemen dit prijs-kwaliteitverhouding.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De commerciële verkoopprijs
Kijk naar het segment waarin de winkel zich bevind:
• In een hoog segment zijn klanten bereid om meer te betalen voor de producten die zij kopen. Geeft de ondernemer extra ruimte om meer aandacht aan de kwaliteit te schenken en daarvoor een hogere verkoopprijs te vragen.
• In een laag of middensegment is hier geen of weinig ruimte voor.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies