BS 1 Voortplanting
Je kan beschrijven wat de onderdelen zijn van de mannelijke en vrouwelijk geslachtsorganen.
BS 1 Voortplanting
Je kan beschrijven wat de onderdelen zijn van de mannelijke en vrouwelijk geslachtsorganen.
Niet iedereen ziet voortplanting hetzelfde
In de biologie spreken we over geslachtskenmerken
Bij geboorte zijn primaire geslachtskenmerken al te zien.
De penis en balzak
De vulva
Of soms beide (intersekse)
-> Maken deel uit van je voortplantingsstelsel
Geslachtsorganen
De penis, met aan het uiteinde de eikel. De eikel bevat veel zenuwuiteinden en is daardoor gevoelig voor prikkels.
De eikel kan worden bedekt door de voorhuid, die de eikel onder andere beschermt.
De balzak is een huidplooi waarin de teelballen zich bevinden. De balzak helpt de temperatuur van de teelballen te regelen.
Geslachtsorganen
Grote schaamlippen – beschermen de geslachtsorganen.
Kleine schaamlippen – beschermen de openingen van de urinebuis en vagina.
Clitoriseikel – bevat veel zenuwuiteinden en is gevoelig voor prikkels.
Clitorishoed – beschermt de clitoriseikel.
Opening van de urinebuis – voert urine naar buiten.
Ingang van de vagina – verbinding met de vagina, menstruatiebloed en een baby kunnen hierdoor naar buiten.
De mannelijke geslachtsorganen
Zaadcellen worden gemaakt en rijpen verder
Er wordt vocht toegevoegd aan de zaadcellen.
Er moet worden voorkomen dat urine en sperma tegelijk door de plasbuis gaan
Je geslachtsorganen bestaan uit uitwendige en inwendige delen
Grootste deel van de clitoris (zwellichamen)
Baarmoeder, eileider en eierstok voor het ontwikkelen van eicellen en voortplanting
Vooraan in de vagina ligt het maagdenvlies