Gedrag V4

Planning

  • Herhaling gedrag met Lessonup

  • Uitleg 3.4

  • Zelf werken 3.4


--> Voor iedereen die er vorige week niet was, in eigen tijd 1.5 maken. Huiswerk voor volgende week

1 / 37
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieWOStudiejaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Planning

  • Herhaling gedrag met Lessonup

  • Uitleg 3.4

  • Zelf werken 3.4


--> Voor iedereen die er vorige week niet was, in eigen tijd 1.5 maken. Huiswerk voor volgende week

Gedrag V4

Herhaling afgelopen lessen

1.1 Gedrag

= alle waarneembare activiteiten van een organisme


Als gevolg van een prikkel komt een respons (reactie)

  • Inwendige prikkels: ontstaan in het lichaam

  • Uitwendige prikkels: komen van buitenaf

Uitwendige prikkels

Inwendige prikkels

Honger

Geur

Geluid

Hormonen

Licht

Gevaar zien

Interne en externe prikkels werken samen als motiverende factoren

  • Motivatie: de bereidheid van een organisme om een bepaalde gedrag te vertonen

  • De motivatie moet de drempelwaarde overstijgen voor een respons

Opbouw van gedrag

Gedragselement → Gedragssysteem → gedrag

Gedrag onderzoeken

Gedragsonderzoek is altijd......

A

Subjectief

B

Objectief

Gedrag onderzoeken

Objectief = gebaseerd op feiten, geen emoties of gevoelens

Sleutelprikkel: een prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij het ontstaan van een bepaald gedrag











Supranormale prikkel: versterkte sleutelprikkel

Wat is het fundamentele verschil in het effect van een supranormale prikkel vergeleken met een normale sleutelprikkel?

A

Het verandert het type gedrag

B

Het verlaagt de motivatie direct

C

Het vereist een leerproces vooraf

D

Het roept een sterkere reactie op

Een meeuwenjong pikt naar een rode vlek op de snavel van zijn ouder om voedsel te vangen. Onderzoekers bieden het jong een dunne gele staaf met een rode stip aan. Wat is deze rode stip in deze situatie?

A

Supranormale prikkel

B

Drempelwaarde

C

Externe prikkel

D

Sleutelprikkel

Sociaal gedrag

Het gedrag van soortgenoten ten opzichte van elkaar


Een handeling van het ene organisme is de prikkel voor de handelingen van de ander


Die handelingen noemen we signalen:

houdingen, geluiden,kleuren, geuren en/of gebaren

Voortplantingsgedrag

Ritueel gedrag dat leidt tot paring heet: Balts


Balts-/bronstgedrag komt vaak in een gedragsketen.


Doordat elke soort zijn eigen signalen heeft komt paring alleen bij soortgenoten voor & vermindert agressie

In februari nemen mannetjes-aalscholvers bij het zien van vrouwtjes bepaalde houdingen aan

Hoe wordt het gedrag in de afbeelding genoemd?

A

Balts

B

Adequaat gedrag

C

Ambivalent gedrag

D

Territoriumgedrag

Territoriumgedrag

Ritueel gedrag om een gebied te beschermen tegen soortgenoten

  • Imponeergedrag: het imponeren van de tegenstander zodat je hopelijk niet hoeft te vechten (territorium grenzen)

Territoriumgedrag

Ritueel gedrag om een gebied te beschermen tegen soortgenoten

  • Imponeergedrag: het imponeren van de tegenstander zodat je hopelijk niet hoeft te vechten (territorium grenzen)

  • Dreiggedrag: het verdedigen van het territorium als imponeergedrag onvoldoende is → vechten

Conflictgedrag

Conflictgedrag treedt op wanneer een dier of mens prikkels ontvangt die leiden tot twee tegengestelde typen gedrag


Conflictgedrag

Conflictgedrag treedt op wanneer een dier of mens prikkels ontvangt die leiden tot twee tegengestelde typen gedrag


  1. Ambivalent gedrag: twee typen gedrag wisselen elkaar af, bijv. vechten en vluchten

  2. Omgericht gedrag: gedrag gericht op iets anders, bijv. dichtsmijten van je kamerdeur als je boos bent

  3. Overspronggedrag: gedrag dat niet past bij de situatie vertonen, bijv. tijdens het vechten stopt opeens het dier en begint te eten

Twee stekelbaarsjesmannetjes bevinden zich op de grens van hun territorium. Ze vertonen allebei afwisselend aanvals- en vluchtgedrag. Plotseling gaat één van de vissen zandhappen. Dit zandhappen doet het mannetje bij het bouwen van een nest.

Hoe noem je dit gedrag in deze situatie?

A

Verzoeningsgedrag

B

Overspronggedrag

C

Omgericht gedrag

D

Ambivalent gedrag

Conflictgedrag

Ambivalent gedrag

Omgericht gedrag

Overspronggedrag

Je bent zenuwachtig voor een sollicitatiegesprek. Hoewel er geen fysieke noodzaak voor is, begin je ineens krachtig op je achterhoofd te krabben of aan je kleding te frutselen.

Een hond ziet een vreemde voorbijganger. De hond stapt naar voren om te blaffen, maar deint tegelijkertijd achterover met de staart half tussen de poten.

Een chimpanseeman op een lagere rang wordt bedreigd door de dominante leider. Omdat hij niet terug durft te vechten, rent hij direct naar een zwakker, jonger groepslid toe om dát dier aan te vallen.

Aangeboren of aangeleerd

→ Aangeboren 

  • Reflexen en instinct

  • Veel is erfelijk bepaald

  • Hoeven niet geleerd te worden


→ Aangeleerd

  • Ervaringen en leerprocessen

Aangeboren of aangeleerd

Aangeboren

Aangeleerd

Manieren

Lachen

Huilen

Lezen

Zwemmen

Duimzuigen

Leerprocessen

  • Inprenting

  • Gewenning

  • Imitatie

  • Inzicht

  • Trial-and-error

  • Conditionering (klassiek & operant)

Inprenting

  • Leren in een gevoelige periode

  • Herkennen van ouders, soortgenoten en tam worden

Gewenning

Leren of afleren door herhaling van een prikkel



Imitatie

Dieren en mensen leren door gedrag na te doen


Voorbeeld:

  • Vogels leren zingen

  • Mensen leren praten



Inzicht

In een nieuwe situatie de oplossing van een probleem vinden door ervaringen uit het verleden te combineren. Verbanden worden gelegd



Trial-and-error

Leren door willekeurig uit te proberen tot het lukt



Klassieke conditionering

Het leggen van verbanden tussen twee prikkels (geluid en eten)



Operante conditionering

Gedrag verandert door gevolgen zoals beloning en straf



Welk leerproces?

Bijen reageren op de geur van suikerwater door hun opgerolde tong uit te steken. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben bijen blootgesteld aan de geur van bepaalde explosieven en ze tegelijk suikerwater gegeven. Na enkele uren hadden de bijen geleerd hun tong uit te steken als ze de explosieven roken, ook als ze geen suikerwater kregen. Zulke getrainde bijen hoopt men in de toekomst te kunnen gebruiken om bijvoorbeeld bommen op te sporen.

A

Conditionering

B

Trial-and-error

C

Gewenning

D

Inzicht

Welk leerproces?

Na het uitkomen van de eieren leren de jonge eendjes dat de kip hun ‘moeder’ is.

A

Conditionering

B

Trial-and-error

C

Imitatie

D

Inprenting

Welk leerproces?

Zanglijsters zijn dol op huisjesslakken. Ze zijn niet sterk genoeg om het slakkenhuis met de snavel open te breken. De lijster pakt met de snavel een slak bij de rand van de opening van het huis en mept daarmee net zo lang op een steen tot het huis breekt. Een bepaalde zanglijster ziet herhaalde malen hoe andere zanglijsters deze aambeeldtechniek uitvoeren, maar neemt de techniek niet over.

Welk leerproces ontbreekt in dit geval bij deze zanglijster?

A

Inzicht

B

Trial-and-error

C

Imitatie

D

Inprenting

1.5 Groepsgedrag

In groepen hebben individuen relaties met soortgenoten, waarmee signalen worden uitgewisseld


Vergroot de overlevingskansen voor individuen

Mensen

  • Gedrag sterk bepaald door leerprocessen en minder door aangeboren gedrag

  • Beoordelen hun gedrag aan de hand van waarden en normen



Mensen

  • Gedrag sterk bepaald door leerprocessen en minder door aangeboren gedrag

  • Beoordelen hun gedrag aan de hand van waarden en normen


→ Waarden: een opvatting belangrijk voor ons bestaan

  • Eerlijkheid

  • Gelijkheid

→ Normen: gedragsregels

  • Niet stelen, liegen of bedriegen

  • Geen onderdrukking van vrouwen en minderheidsgroepen