Criminaliteit Totaaloverzicht

Criminaliteit 

H1 Wat is criminaliteit? 
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsMiddelbare schoolmavoLeerroute MLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Criminaliteit 

H1 Wat is criminaliteit? 

Slide 1 - Tekstslide

Asociaal of strafbaar?
  • Je gedraagt je asociaal als je geen rekening houdt met anderen.
  • We hebben het over strafbaar gedrag als je wetsregels overtreedt. 
  • Delict is een strafbaar feit (dus als je strafbaar gedrag vertoont).
Je kunt uitleggen wanneer iets asociaal is en wanneer het om strafbaar gedrag gaat.

Slide 2 - Tekstslide

2. Overtreding 

  • Overtreding
  • Minder ernstige strafbare feiten.
  • Wordt meestal met een boete afgedaan.
  • Bijvoorbeeld: door rood rijden, vissen zonder vispas, zwartrijden, wildplassen. 
of misdrijf

  • Ernstige strafbare feiten.
  • Altijd een officier van justitie bij betrokken.
  • Bijvoorbeeld: rijden onder invloed, mishandeling, drugshandel, diefstal, moord.
Je kunt het verschil uitleggen tussen overtredingen en misdrijven.

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer ben je crimineel?
Niet iedereen die een overtreding begaat, is meteen crimineel. Meestal noem je iemand crimineel wanneer er sprake is van een misdrijf.

  • Criminaliteit: Alle misdrijven zoals die in de wet staan

Slide 4 - Tekstslide

Afhankelijk van tijd en plaats

Wat wel of niet strafbaar is, verschilt per tijd en plaats. Een paar voorbeelden:
  • Plaats: In Nederland mogen homoseksuele koppels trouwen, in Afghanistan staat de doodstraf op homoseksualiteit. 
  • Tijd: Vroeger hadden we geen wetten voor internetcriminaliteit, zoals het verspreiden van virussen. Die zijn er nu wel.
Het Wetboek van Strafrecht wordt daarom soms aangepast aan nieuwe wensen.
Je kunt uitleggen dat criminaliteit afhankelijk is van tijd en plaats.

Slide 5 - Tekstslide

Rechtsstaat
Nederland is een rechtsstaat. Dit betekent dat twee heel belangrijke dingen zijn vastgelegd:
  • Burgers én overheid moeten zich aan de wet houden en krijgen straf als ze dat niet doen.
    De politie mag daarom bijvoorbeeld niet zonder reden je huis doorzoeken. 

Je kunt uitleggen wat een rechtsstaat is.

Slide 6 - Tekstslide

Slapeloze nachten
Criminaliteit veroorzaakt veel schade bij burgers. We onderscheiden twee soorten schade:
  • Materiële schade:  schade die je kunt berekenen in geld (een ingeslagen winkelruit bijvoorbeeld)
  • Niet-materiële schade: gevolgen die je niet in geld kunt uitdrukken (angst voor een nieuwe inbraak bijvoorbeeld)
Je kan een voorbeeld noemen van materiële schade en een voorbeeld van niet-materiële schade noemen.

Slide 7 - Tekstslide

Criminaliteit 


H2 Waarom worden mensen crimineel? 

Slide 8 - Tekstslide

Risicofactoren
Er zijn verschillende factoren die ervoor zorgen dat iemand verhoogde kans heeft om crimineel gedrag te vertonen.

Risicofactoren: De omstandigheden die de kans op crimineel gedrag vergroten.

We bespreken in deze paragraaf 5 risicofactoren. 

Slide 9 - Tekstslide

Risicofactoren
Wanneer er sprake is van de volgende factoren wordt de kans op misdaad groter:
  • een slechte opvoeding.
  • groepsdruk van vrienden.
  • alcohol of drugs.
  • spijbelen of schooluitval.
  • biologische factoren zoals psychische stoornissen.



Uitleg risicofactoren

Slide 10 - Tekstslide

Maatschappelijke omstandigheden
Naast persoonlijke kenmerken zijn er ook algemene (maatschappelijke) omstandigheden die crimineel gedrag beïnvloeden:
  • Er gelden minder strenge normen dan vroeger.
  • Er is minder sociale controle dan vroeger. Hierdoor is de pakkans kleiner geworden.

MA omstandigheden

Slide 11 - Tekstslide

Opvallende groepen
Bepaalde groepen in de samenleving komen vaker voor in de misdaadstatistieken, zoals:
  • Jongens en mannen (95% van de gevangenen zijn man).
  • Jongeren tussen de 16 en 23.
  • Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond.

Opvallend

Slide 12 - Tekstslide

Wat zeggen politiecijfers?
Politiecijfers geven een beeld van de criminaliteit in een land. Toch kun je deze cijfers niet helemaal vertrouwen:
  • Niet iedereen doet aangifte.
  • Politie geeft soms voorrang aan bepaalde zaken.
Politiecijfers

Slide 13 - Tekstslide

0

Slide 14 - Video

Criminaliteit 


H4  Opgepakt en dan...?

Slide 15 - Tekstslide

Je bent verdachte
Je bent een verdachte als de politie denkt dat je een strafbaar feit hebt gepleegd. 


Slide 16 - Tekstslide

Je bent verdachte
Wanneer je een verdachte bent, mag de politie:
  • je fouilleren.
  • je arresteren.
  • je huis doorzoeken.
Na afloop van een onderzoek maakt de politie proces-verbaal op.


Proces-verbaal =  Een speciaal politieverslag over het misdrijf en de verdachte.

Slide 17 - Tekstslide

Naar Bureau Halt
  • Jongeren tussen de 12 en 18 die een licht misdrijf plegen kunnen naar Halt (Het Alternatief) worden gestuurd.
  • Je krijgt vaak een speciale straf die met het misdrijf te maken heeft.
  • Door een Halt-straf krijgt je geen strafblad.

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de taak van de rechter? 
De rechter beslist of 
de verdachte schuldig is
aan een (ernstig) misdrijf.

En zo ja,  welke straf 
de verdachte krijgt > de 
rechter bepaalt dus de 
strafmaat.

Slide 19 - Tekstslide


Wat is de taak van de Officier van Justitie? 

Dit is een speciale ambtenaar van het Ministerie van justitie. 

Indien nodig klaagt hij/zij  de verdachte aan en brengt deze voor de rechter. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Bijzondere maatregelen
De burgemeester kan dus beslissen dat de politie  bijzondere maatregelen mag nemen om criminaliteit aan te pakken.  Er is dan sprake van een veiligheidsrisico gebied, dáár mag preventief gefouilleerd worden. 

Bijvoorbeeld voetbalsupporters die niet naar de wedstrijd mogen omdat de burgermeester bang is voor rellen.

Slide 22 - Tekstslide

Wanneer mag de politie je fouilleren? 
De politie mag je fouilleren:
  • bij een preventief fouilleer actie.
  • als je bent aangehouden: om te kijken of je geen wapens bij je hebt.
  • als je bent aangehouden omdat je geen ID wilde tonen: om te kijken of je een ID bij je hebt.
  • als de politie aanwijzingen heeft dat je wapens/drugs bij je hebt.
  • op Schiphol: altijd.

Handige vragen als je twijfelt: ben ik een verdachte? Is dit een preventief fouilleer actie? Heeft u aanwijzingen dat ik drugs/wapens bij mij heb?


Slide 23 - Tekstslide

H5. Schuldig of onschuldig? 
Leerdoel: 
Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen op welke manier een rechtszaak werkt.

Slide 24 - Tekstslide

Eerlijk proces
Wanneer de officier van justitie besluit om jou te vervolgen, komt er een rechtszaak. De verdachte krijgt dan een dagvaarding.

Dagvaarding = Een oproep om voor de rechter te verschijnen. 
In de dagvaarding staat: 
  • het feit waarvan je verdacht wordt.
  • het tijdstip en de plaats waar de zitting plaatsvindt.

Slide 25 - Tekstslide

Belangrijke personen bij een rechtszaak
Bij een rechtszaak zijn de volgende personen aanwezig:
  • de verdachte, bijgestaan door een advocaat.
  • de officier van justitie die de verdachte aanklaagt.
  • de rechter die bepaalt of iemand schuldig is en of hij een straf krijgt. 
 
         Rechters zijn in Nederland onafhankelijk en onpartijdig.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

0

Slide 28 - Video

Samenvatting (sleep naar de juiste plek)
Een rechtszaak begint met een                            van de gegevens. Als alles klopt, leest de officier van justitie de                              voor. Hierin staat waar de verdachte van beschuldigd wordt. Daarna worden vragen gesteld. Eerst aan de verdachte en daarna aan de                           . Na de ondervragen eist de officier een                     . De advocaat, die de verdachte                           , probeert de rechter ervan te overtuigen een lagere straf de geven. De rechter bepaalt uiteindelijk de straf, dit is het                           .

aanklacht
controle
getuige
straf
verdedigt
vonnis
helpt
uitspraak

Slide 29 - Sleepvraag

Wanneer ben je schuldig?
  • Gaat het om een strafbaar feit?
  • Is bewezen dat de verdachte het gedaan heeft?
  • Kan de verdachte verantwoordelijk gehouden worden voor zijn daden (Is de verdachte wel toerekeningsvatbaar?)   


3x ja = schuldig
Is de verdachte toerekeningsvatbaar?
Een verdachte die geestelijk gestoord was tijdens zijn daad, kan ontoerekeningsvatbaar worden verklaard.
In dat geval kan de rechter beslissen om de verdachte verplicht op te laten nemen in een tbs-kliniek waar hij wordt behandeld voor zijn stoornis.

Slide 30 - Tekstslide

TBS  Ter Beschikking Stelling
Wanneer een persoon een psychische afwijking of stoornis heeft, dan kan de rechter besluiten deze persoon op te laten sluiten in een TBS-kliniek. 

Hier krijgt diegene hulp en ondersteuning om om te gaan met de stoornis. Iemand met TBS komt vaak pas na vele jaren vrij, als hij helemaal genezen is. Deze straf komt regelmatig voor bij zeer aggressieve daders of  bijvoorbeeld(kinder)verkrachters.   

In een gevangenis is er meestal geen hulp, daarmee verschilt TBS van een gewone gevangenisstraf.

Slide 31 - Tekstslide

Bijkomende straffen of maatregel
Naast de opgelegde straf kun je ook een bijkomende straf of maatregel krijgen.
  • Bijkomende straf: bijvoorbeeld een rijontzegging of beroepsverbod.
  • Maatregel: bijvoorbeeld tbs of een schadevergoeding aan het slachtoffer.

Slide 32 - Tekstslide

Drie soorten straffen
Rechters leggen in Nederland jaarlijks tussen de 100.000 en 200.000 straffen op.  

Er zijn drie hoofdstraffen: 
  • een geldboete
  • een gevangenisstraf 
  • een taakstraf 

Slide 33 - Tekstslide

0

Slide 34 - Video

Waarom straffen we?
  • Straf dient als afschrikking
  • De dader leren ander gedrag aanleren
  • Door opsluiten wordt de samenleving veiliger.
  • Voor nabestaanden en slachtoffers is het een vorm van wraak of genoegdoening. 

Slide 35 - Tekstslide