LESROOSTER dinsdag16 december 2025

GOEDEMORGEN! 
Wat fijn dat je er bent! 

  • Leg je mobiel in de bak.
  • Je laptop laat je in de bak.
  • Ga zitten op je plaats.
  • Tijdens het kijken naar het journaal mag je wat eten en drinken. 


1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
DagplanningVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerroute 2

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

GOEDEMORGEN! 
Wat fijn dat je er bent! 

  • Leg je mobiel in de bak.
  • Je laptop laat je in de bak.
  • Ga zitten op je plaats.
  • Tijdens het kijken naar het journaal mag je wat eten en drinken. 


Slide 1 - Tekstslide

Dinsdag 16 december 2025

Stage:
Interne stage:

Aanwezig:
Mirthe,  Jay-Dyon, Feike, Keano van Riel, 
Ryad, Djego
Ziek:

Afwezig:
 Keano Dijkstra, Yessin






8.30-9.00 uur mentormoment
9.00 - 9.45 uur Numo Rekenen
9.45- 10.15 uur Nederlands
10.15-10.30 uur PAUZE
10.30-12.00 Burgerschap
11.45-12.05 uur lezen
12.05 - 12.25 uur PAUZE
12.30 - 13.30 uur Op jezelf
13.30 -14.30 Film

Slide 2 - Tekstslide

Nieuwe aanpak tegen vloeken
Doel: Nadenken over wat je zegt en jezelf aanwennen een minder kwetsend woord te gebruiken
Als het K*****-woord uit je mond komt
krijg je een streepje.
Omdat het in het begin lastig is ga je bij tien streepjes
naar huis.
We gaan het aantal streepjes terugbrengen: van 10 naar 8 naar 6 naar 3

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag: 2 streepjes!

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Link

EERSTE LESUUR 9.00- 9.45 UUR
REKENEN

Slide 6 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 Zakgeld
Aan het eind van dit hoofdstuk kun je:
  • Wisselgeld uitrekenen
  • Uitrekenen hoelang je moet sparen voor iets dat je wilt hebben
  • Uitleggen wat inkomsten en uitgaven zijn
  • Uitrekenen wat je budget per dag / week/ maand/ jaar is
  • Een begroting maken

Slide 7 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 - Opdracht 1
Op volgorde van klein naar groot:
  1. 5,13
  2. 5,31
  3. 5,91
  4. 6,91
  5. 7,01
  6. 7,35
  7. 7,53

Slide 8 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 2
5,15 gepast betalen:
2 munten van 2 euro
1 munt van 1 euro
1 munt van 10 cent
1 munt van 5 cent
of
briefje van 5 euro en muntjes van tien en vijf cent

Slide 9 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 3
Negen maanden = 9 x 5 euro = 45 euro
3 maanden = 3 x 2,50 = 7,50
4 maanden = 4 x 10 euro = 40 euro
Er staat op dit moment 15 euro en 10 cent op je bankrekening
Je hebt in totaal 1,50 + 5,50 + 2,10 = 9,10 euro uitgegeven
Je hebt 10 euro zakgeld gekregen
Van het zakgeld heb je dus 10 - 9,10 = 0,90 cent over

Slide 10 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 4
Na twee maanden = 2 x 15 euro = 30 euro
3 maanden = 3 x 15 euro = 45 euro
4 maanden = 4 x 15 euro = 60 euro
5 maanden = 5 x 15 = 75 euro
6 maanden = 6 x 15 = 90 euro
 7 maanden = 7 x 15 = 105 euro
8 maanden = 8 x 15 = 120 euro

Slide 11 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 4
Trui is 48 euro
15 euro per maand

Na vier maanden heb je 60 euro gespaard
en kun je de trui kopen

Slide 12 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 5
60 + 12 = 72 euro
Supermarkt: 4 x 20 = 80 euro per maand
Bakker: 3,50 x 15 = 52,50 euro per maand
Boekenwinkel: 4,10 x 22 = 90,20 euro per maand
Bakker: 18 + 52,50 = 70,50 euro

Slide 13 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 5
Supermarkt: 80 + 10 = 90 euro per maand
1 maand = 90 euro
2 maanden = 180 euro
3 maanden = 270 euro
4 maanden = 360 euro
5 maanden = 450 euro

Slide 14 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 Opdracht 8
 5 0,68 per dag  = 248,20 per jaar
4 0,74 per dag = 270,10 per jaar
3  7,30 per week = 379,60 per jaar
2  8,10 per week = 421,20 per jaar
1  42, 00 per maand = 504,00 per jaar
6  100,00 per half jaar = 200,00 per jaar

Slide 15 - Tekstslide

10.00 - 10.15 uur tweede lesuur
Nederlands

Slide 16 - Tekstslide

Nederlands
Hoofdstuk 4
Omgaan met moeilijke woorden

Slide 17 - Tekstslide

Omgaan met moeilijke woorden
  • Betekenis raden door te kijken naar de woorden en zinnen eromheen
  • Betekenis afleiden uit de opbouw van het woord zelf
  • Betekenis opzoeken in het woordenboek

Slide 18 - Tekstslide

  1. Spaarrekening
  2. Budget
  3. Jeugdafdeling
  4. Retourbon
  5. Kortingsbon
  6. Begonnen
  7. Geleerd
  8. Aanschaffen
  9. Saldo
  10. Medicijn
  11. Pinpas


  1. Geneesmiddel
  2. Plastic kaartje om mee te betalen
  3. Bon die je nodig hebt om iets terug te sturen
  4. Bankrekening om te sparen
  5. Afdeling voor de jongeren
  6. Geld dat je tot je beschikking hebt om uit te geven
  7. Bon waarmee je korting kunt krijgen
  8. Werkwoordvorm van "beginnen'
  9. Kopen
  10. Werkwoordsvorm van 'leren'
  11. Hoeveelheid geld op je rekening

Slide 19 - Tekstslide

  1. Spaarrekening
  2. Budget
  3. Jeugdafdeling
  4. Retourbon
  5. Kortingsbon
  6. Begonnen
  7. Geleerd
  8. Aanschaffen
  9. Saldo
  10. Medicijn
  11. Pinpas


  1. Bankrekening om te sparen
  2. Geld dat je tot je beschikking hebt om uit te geven
  3. Afdeling voor de jongeren
  4. Bon die je nodig hebt om iets terug te sturen
  5. Bon waarmee je korting kunt krijgen
  6. Werkwoordvorm van "beginnen'
  7. Werkwoordsvorm van 'leren'
  8. Kopen
  9. Hoeveelheid geld op je rekening
  10. Geneesmiddel
  11. Plastic kaartje om mee te betalen

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 11 blz. 63
Afval scheiden: 
Gerecycled:
Chemokar
Restafval
Glasbak
Glasfabriek
Papiercontainer
Spaarlamp

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 11 blz. 63
Afval scheiden = afval verdelen in groepen en apart inzamelen (papier / glas)
Gerecycled = opnieuw gebruikt: nieuw papier dat gemaakt is van oud papier
Chemokar = wagen waarmee klein chemisch afval wordt ingezameld
Restafval = Al het afval dat overblijft nadat je alles gescheiden hebt
Glasbak = Bak waarin je glas (flessen / potten) kunt inleveren
Glasfabriek = fabriek waar nieuw glas van oud glas wordt gemaakt
Papiercontainer = Container waarin oud papier wordt verzameld
Spaarlamp = gloeilamp die weinig energie verbruikt en lang meegaat

Slide 22 - Tekstslide

NEDERLANDS
Hoofdstuk 5
Onderhandelen over zakgeld
Maken: Opdracht 1 t/m 6
Blz. 68-73 

Slide 23 - Tekstslide

Doelen
  • Je kunt een informatieve tekst lezen en begrijpen
  • Je kunt deelnemen aan een discussie
  • Je kunt je mening geven onderbouwd met argumenten
  • Je kunt luisteren naar de mening van anderen en daar een gepaste reactie op geven

Slide 24 - Tekstslide

Hoofdstuk 5 Onderhandelen over zakgeld
Opdracht 3 blz. 71
Discussie - Gesprek waarin je van gedachten wisselt
Zakgeld - Bedrag dat je krijgt om vrij te besteden
Argumenten voor een standpunt - Redenen
Overtuigen - Duidelijk maken dat iets echt nodig is
Praten om te proberen het samen eens te worden - Onderhandelen
Compromis - Een oplossing waarbij beide partijen een beetje toegeven
Uitgaan van een bepaalde mening - Uitgaan van een standpunt

Slide 25 - Tekstslide

Pauze 

10.15 - 10.30 uur
timer
15:00

Slide 26 - Tekstslide

DERDE LESUUR 10.30-11.15 UUR
ENGELS

Slide 27 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 
Saying what SayoSayingu like and don't like
Maken: Opdracht 1 tot en met 5 blz. 55-58
Leren woordenlijst blz. 53-54 - 62
Menukaart afmaken voor cijfer

Slide 28 - Tekstslide

12.05 -12.25 MIDDAGPAUZE

Slide 29 - Tekstslide

VIERDE LESUUR 12.30 - 13.15 UUR
OP JEZELF

Slide 30 - Tekstslide

OP JEZELF
Maken:
Hoofdstuk 2 Opdracht 1 t/m 12
blz. 12-19

Slide 31 - Tekstslide

13.15 - 13.30 uur LEZEN

Slide 32 - Tekstslide

LEZEN IS EEN VAST ONDERDEEL VAN DE DAG
  • docent leest voor óf
  • je leest zelf
  • iedereen zorgt ervoor dat hij iets te lezen heeft
  • in tweetallen met meneer Rameau naar de bibliotheek om een boek uit te zoeken
  • lezen doen we in stilte

Slide 33 - Tekstslide

zesde lesuur 13.30 - 14.15 uur
Burgerschap
De maatschappij dat ben jij

Slide 34 - Tekstslide

NUMO
Online oefenen met 
Nederlands en Rekenen

Slide 35 - Tekstslide

INLOGGEN
Ga naar: NUMO.NL
School = Renn4-Sneek
Gebruikersnaam en wachtwoord krijg je

Slide 36 - Tekstslide

WERKEN IN NUMO
IEDERE DAG MINSTENS TIEN MINUTEN
OP VRIJDAG MOET JE EEN HEEL UUR IN NUMO GEWERKT HEBBEN: HALF UUR REKENEN ÉN EEN HALF UUR NEDERLANDS

Slide 37 - Tekstslide

14.25-14.30 uur:Afsluiting
Stoelen op tafel
Laptops in de oplader
Fijne Middag en
Tot morgen!

Slide 38 - Tekstslide