3.8 Spelling les 1 tm 2 29-02-2024 tm 06-03-2024

Afspraken:
  • Je zit op je vaste plek.
  • Op je tafel ligt je leesboek, werkboek, laptop, schrift en etui.
  • Je telefoon ligt in de kluis.
  • Je laptop is dicht (geluid uit) en gaat pas open als de docent het vraagt.
Regels tijdens de les:
  • We luisteren naar elkaar.
  • Tijdens het samenwerken overleg je op normale praattoon.
  • Je steekt je hand op voor vragen.







In stilte lezen in je leesboek
timer
7:00
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Afspraken:
  • Je zit op je vaste plek.
  • Op je tafel ligt je leesboek, werkboek, laptop, schrift en etui.
  • Je telefoon ligt in de kluis.
  • Je laptop is dicht (geluid uit) en gaat pas open als de docent het vraagt.
Regels tijdens de les:
  • We luisteren naar elkaar.
  • Tijdens het samenwerken overleg je op normale praattoon.
  • Je steekt je hand op voor vragen.







In stilte lezen in je leesboek
timer
7:00

Slide 1 - Tekstslide





Deze week:
  • 3.8 Spelling
  • Klassikaal en zelfstandig aan de slag met Talent
  • Vrijdag: toets Lezen 3.3 en 4.3

Slide 2 - Tekstslide

voltooid deelwoord



Vragen:

  • Waar in de zin staat een voltooid deelwoord meestal?
  • Hoe begint een voltooid deelwoord vaak?
  • Een voltooid deelwoord wordt altijd gecombineerd met een ander werkwoord. Welke 3 werkwoorden zijn dit? 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de vervoeging van een voltooid deelwoord?: 
2 mogelijkheden!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Zelfstandig 3.8 Spelling
  1. Wat?: maak opdracht 1-1, 1-2, 1-3, 3a, 3b, 4
  2. Hoe?: zelfstandig, zachtjes overleggen mag
  3. Tijd: 8 minuten
  4. Klaar?: neem de lesstof van 3.8  goed door
  5. Kort nabespreken

timer
8:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Theorie wel/niet hoofdletters


Zie Talent Online

Slide 9 - Tekstslide

klassikaal & zelfstandig 3.8 Spelling
Ga naar 3.8 Spelling

Klassikaal: opdracht 5, 6a
Zelfstandig: opdracht 7, 9-2 en 9-3, 10




Slide 10 - Tekstslide

Zelfstandig 3.8 Spelling
  1. Wat?: maak opdracht 7, 9-2 en 9-3, 10
  2. Hoe?: zelfstandig, zachtjes overleggen mag
  3. Tijd: ong. 10 minuten
  4. Klaar?: neem alle lesstof van 3.8 goed door. 
  5. Kort nabespreken

timer
10:00

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Afspraken:
  • Je zit op je vaste plek.
  • Op je tafel ligt je leesboek, werkboek, laptop, schrift en etui.
  • Je telefoon ligt in de kluis.
  • Je laptop is dicht (geluid uit) en gaat pas open als de docent het vraagt.
Regels tijdens de les:
  • We luisteren naar elkaar.
  • Tijdens het samenwerken overleg je op normale praattoon.
  • Je steekt je hand op voor vragen.







In stilte lezen in je leesboek
timer
7:00

Slide 13 - Tekstslide





Deze week:
  • Vandaag: afronden 3.8 Spelling. Huiswerk was: 1, 3, 4, 5
  • Donderdag en vrijdag: 4.8 spelling
  • Toets 3.8 + 4.8 Spelling: 15 maart

Slide 14 - Tekstslide

voltooide deelwoorden

Slide 15 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
=> Voltooid deelwoord herken je aan:
         
  • ook ALTIJD een vorm van hebben, zijn of worden
  • voltooid deelwoord staat meestal einde van de zin 

Slide 16 - Tekstslide

 'T KoFSCHiP X
1. Bepaal de stam van het werkwoord
   Kijk naar de laatste letter en 'T KoFSCHiP X 

2. Laatste letter WEL in 'T KoFSCHiP X ? Dan -t

3. Staat de laatste letter er NIET in? Dan -d

Slide 17 - Tekstslide

Log in op LessonUp

Slide 18 - Tekstslide


Wat is het voltooid deelwoord van:
a. kopen  b. rijden c. verdrinken

Slide 19 - Open vraag


Wat is het voltooid deelwoord van:
a. verhuizen b. stompen  c.  aarzelen

Slide 20 - Open vraag

Splitsbare werkwoorden

Slide 21 - Tekstslide

Wat zijn splitsbare werkwoorden?
A
Werkwoorden die twee betekenissen hebben.
B
Werkwoorden die je in tweeën kunt delen
C
Woorden die twee keer opgeschreven worden.
D
Werkwoorden die niet goed opgeschreven zijn.

Slide 22 - Quizvraag

Een voorbeeld van een splitsbaar werkwoord is
A
opmaken
B
maken
C
openen
D
vermaken

Slide 23 - Quizvraag

splitsbaar
niet splitsbaar
afmaken
ophalen
nadoen
omcirkelen
besluiten
uitlezen
achterhalen
noteren

Slide 24 - Sleepvraag

Splitbare ww - voltooid deelwoord

Bij splitsbare werkwoorden, schrijf je -ge-  tussen beide delen!
DUS:
toebrengen - toegebracht  (= splitsbaar sterk werkwoord)
aanhouden - aangehouden  (= splitsbaar zwak werkwoord)

Slide 25 - Tekstslide


Wat is het voltooid deelwoord van deze werkwoorden:
a.wegrotten  b. overschakelen c. inwikkelen

Slide 26 - Open vraag

3.8. Hoofdletters 

Slide 27 - Tekstslide

3.8. Hoofdletters
Begint woord met 's of 't   ('s Ochtends, 't Gooi): de hoofdletter komt erna! 
Begint de zin met een getal? (100 meter, 365 dagen): GEEN hoofdletter gebruiken! 
Tussenvoegsel bij achternaam?: kleine letter (Jeroen van Straten)  
Géén voornaam of initiaal (voorletter) voor het        tussenvoegsel?: wel een hoofdletter (meneer Van Straten, mijn naam is De Wit)
Zelf een naam bedacht? geen regels.  iPad, iTunes, Coca-Cola



Slide 28 - Tekstslide

hoofdletters

Slide 29 - Tekstslide

Wat is de juiste schrijfwijze van:
'marloes de jong'?
A
Marloes de jong
B
Marloes De jong
C
Marloes De Jong
D
Marloes de Jong

Slide 30 - Quizvraag

Wat is de juiste schrijfwijze van:
's ochtends komt de zon in het oosten op.
A
's Ochtends...
B
's ochtends ...

Slide 31 - Quizvraag

Wat is de juiste schrijfwijze van:
u spreekt met meneer van der werff?
A
meneer van der Werff
B
meneer Van Der Werff
C
Meneer Van der Werff
D
meneer Van der Werff

Slide 32 - Quizvraag

Wat is de juiste schrijfwijze van:
365 dagen duurde zijn reis.
A
dit is al correct geschreven
B
365 Dagen duurde zijn reis.

Slide 33 - Quizvraag

timer
1:00

Slide 34 - Tekstslide

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 35 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 36 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 37 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 38 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 39 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 40 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 41 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 42 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 43 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 44 - Open vraag

dicteewoorden oefenen
Schrijf op:

Slide 45 - Open vraag

Zelfstandig 3.8 Spelling
  1. Wat?: maak opdracht 7, 9 (bestaat uit 3 onderdelen), 10a en 10b
  2. Hoe?: zelfstandig, zachtjes overleggen mag
  3. Tijd: ong. 10 minuten
  4. Klaar?: neem alle lesstof van 4.5             alvast door. 
  5. Dit is tevens je huiswerk voor morgen

timer
10:00

Slide 46 - Tekstslide