cross

Thema 2 Ecologie 4 GL

1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Deze les leer je:
- Hoe voedselrelaties in elkaar zitten.
- Een voedselweb af lezen
- Wat producenten, consumenten en reducenten zijn

Slide 3 - Tekstslide

Eten en gegeten worden​
  • Voedselketen: een reeks soorten, waarbij elk soort wordt gegeten door de volgende soort.​
  • Gras -> Konijn -> Vos
  • Bestaat uit schakels​
  • Voedselweb: alle voedselrelaties samen in 1 bepaald gebied.

Slide 4 - Tekstslide

Voedselketen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Producenten​
  • Alleen planten kunnen van anorganische stoffen, organische stoffen maken.​
  • Doormiddel van fotosynthese​
  • Daarom zijn organismen met bladgroenkorrels: producenten​
  • Producenten zijn altijd de eerst schakel!​

Slide 7 - Tekstslide

Consumenten​
  • Dieren, schimmels en bacteriën hebben geen bladgroenkorrels.​
  • Kunnen geen organische stoffen maken uit alleen anorganische stoffen​
  • Daarom eten zij andere organismen op.​
  • Dieren zijn consumenten​
  • Dieren vormen de 2e en alle volgende schakels​
  • Planteneters, consument 1e orde​
  • Vleeseters, consument 2e orde, 3e orde​
  • Alleseters, consument 2e orde, 3e orde​







Slide 8 - Tekstslide

Reducenten​
  • Niet alle dieren en planten worden opgegeten!​
  • Afvaleters eten van deze dode organismen.​
  • De resten die worden achtergelaten, worden afgebroken door reducenten.​
  • Schimmels en bacteriën zijn reducenten.​
  • Reducenten zetten organische stoffen om in anorganische stoffen.​
  • Planten nemen die weer op en zo ontstaat een kringloop!​





Slide 9 - Tekstslide

VOEDSELKETEN

Slide 10 - Tekstslide

Kies de juiste pijlen om een voedselweb te maken

Slide 11 - Sleepvraag

Vul in het schema van het voedselweb de volgende organismen op de juiste plaats in (zie afbeelding). 
muggenlarve
snoek
kikkervisje
waterkever
baars
algen

Slide 12 - Sleepvraag

Producenten
Reducenten
Consumenten
Mineralen

Slide 13 - Sleepvraag

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Deze les leer je:
-  Wat de piramide van aantal is en wat de piramide van massa is
- Hoe energie uit de voedselketen verdeeld wordt

Slide 16 - Tekstslide

Piramiden
  • Piramide van aantallen:
  • Laat zien hoeveel individuen per schakel voorkomen.
  • Producenten, groter dan planteneters, meer planteneters dan vleeseters.
  • In bos wel anders.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Piramiden van biomassa
  • Massa is het gewicht.
  • Biomassa: totale gewicht van alle organische stoffen in een organisme.
  • In voedselketen kan per schakel de biomassa berekend worden.
  • In voedselketen wordt de biomassa in de volgende schakel altijd kleiner.
  • Piramide van biomassa: de biomassa van elke schakel weergegeven (altijd piramide vorm).

Slide 19 - Tekstslide

Aantal:
Massa:

Slide 20 - Tekstslide

Energie in een voedselketen
  1. Producenten leggen d.m.v. fotosynthese energie vast in organische stoffen.
  2. Planten eters gebruiken deze energie. Gedeelte wat niet wordt opgegeten gebruiken de reducenten.
  3. Vleeseters gebruiken de energie die de planteneters hebben vastgelegd. Deel wat niet wordt gegeten wordt gebruikt door reducenten.
  4. Vleeseters sterven en de organische stoffen worden gebruikt door reducenten.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Welke piramide hoort waar?
Piramides van Biomassa
Piramides van aantallen

Slide 24 - Sleepvraag


Piramide van aantallen
  
Welke piramide hoort bij de keten
1 Bamboeplant -> 1000 bladluizen -> 750 lieveheersbeestje?
A
piramide A
B
piramide B
C
piramide C
D
piramide D

Slide 25 - Quizvraag

Welke piramide heeft altijd een piramidevorm?
A
Piramide van aantallen
B
Piramide van biomassa
C
Beide piramides
D
Geen van beide piramides

Slide 26 - Quizvraag

Kringloop
  • Voorbeelden van kringlopen?
  • Kringloop winkel
  • Kleding
  • Afval
  • Bij een kringloop worden dingen hergebruikt.
  • Ook in de natuur worden stoffen opnieuw gebruikt, zo ontstaan in de natuur ook een kringloop.

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Stikstof kringloop 2
  • 79% van de lucht bestaat uit stikstof
  • Planten en dieren kunnen geen stikstof opnemen
  • Stikstof is belangrijk onderdeel van eiwitten
  • Stikstof zit in bodem, in nitraat.
  • Rottingsbacteriën gebruiken eiwitten als brandstof. Ontstaat ammoniak.
  • Bacteriën kunnen van ammoniak, nitraat maken. Ammoniakgas veranderd langzaam in stikstof.
  • Stikstofbindende bacteriën kunnen wel stikstof uit de lucht opnemen.
  • Komen voor in wortelknolletjes van vlinderbloemigen.


Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Koolstof
A
K
B
C
C
Co
D
Ko

Slide 34 - Quizvraag

kringloop
voedselketen
voedselweb

Slide 35 - Sleepvraag

Koolstofkringloop
Kringloop

Slide 36 - Sleepvraag

koolstof in producenten
koolstof in consumenten
koolstof in reducenten
Koolstof-dioxide
fotosythese
verbranding
verbranding
verbranding
dode resten van consumenten
dode resten van producenten
fotosythese

Slide 37 - Sleepvraag

Welke van de stoffen kan
in de kringloop met de rode
pijlen worden aangegeven?
A
mineralen
B
glucose of koolstof
C
koolstof of mineralen
D
glucose, koolstof of mineralen

Slide 38 - Quizvraag

Nitrificerende bacteriën
N-bindende bacteriën
in wortelknollen
N-bindende bodembacteriën
Ammonium
Stikstof in atmosfeer
Planten
Ontbinders bacteriën en schimmels
Nitraten

Slide 39 - Sleepvraag

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide