In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 45 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Welkom in de les
Vandaag:
Herhaling § 1.1
Uitleg § 1.2
Afmaken § 1.1 (4 en 11 in het boek)
Maken § 1.2 (7a, 11b en 11e in het boek)
§ 1.2 Elektriciteit in huis
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
Je kunt de onderdelen van een huisinstallatie benoemen vanaf de hoofdleiding in de meterkast.
Je kunt beschrijven waar de verschillend gekleurde draden in een huisinstallatie voor dienen.
Je kunt de oorzaak en de gevolgen beschrijven van kortsluiting en van overbelasting.
Je kunt het verschil uitleggen tussen gelijkspanning (DC) en wisselspanning (AC).
Slide 3 - Tekstslide
Herhaling § 1.1
Slide 4 - Tekstslide
Schakelschema's tekenen
Als je schakelschema's gaat tekenen, moet je de symbolen kennen.
Slide 5 - Tekstslide
Stroomsterkte meten (ampère)
Slide 6 - Tekstslide
Stroomsterkte meten (ampère)
Instellen op 10A
Rode draad in 10ADC
Zwarte draad in 'com'
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Stroomsterkte in een serieschakeling
Slide 9 - Tekstslide
Stroomsterkte in een parallelschakeling
Slide 10 - Tekstslide
Stroomsterkte in een gemengde schakeling
Slide 11 - Tekstslide
H 1.2 Elektriciteit in huis
Slide 12 - Tekstslide
Leerdoelen
Je kunt de onderdelen van een huisinstallatie benoemen vanaf de hoofdleiding in de meterkast.
Je kunt beschrijven waar de verschillend gekleurde draden in een huisinstallatie voor dienen.
Je kunt de oorzaak en de gevolgen beschrijven van kortsluiting en van overbelasting.
Je kunt het verschil uitleggen tussen gelijkspanning (DC) en wisselspanning (AC).
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Video
Huisinstallatie
Door elk woonhuis loopt een netwerk van elektriciteitsdraden: de huisinstallatie.
In de meeste huizen heb je vier tot zes groepen waarin de hoofdleiding zich splitst na de kilowattuurmeter.
Slide 15 - Tekstslide
Oud
Nieuw
Slide 16 - Tekstslide
Hier zie je:
- 8 groepen (zwart)
- 2 aardlekschakelaars (blauw)
Omdat er op een aardlekschakelaar maximaal 4 groepen aangesloten mogen worden, kunnen er nu geen groepen bij. Er zal eerst een extra aardlekschakelaar geplaatst moeten worden voordat er extra groepen geplaatst mogen worden.
Slide 17 - Tekstslide
Hier zie je:
- 9 groepen
- 3 aardlekschakelaars
Wanneer je 3 aardlekschakelaars hebt, mogen er maximaal 12 groepen worden aangesloten. Er kunnen dus nog 3 extra groepen geplaatst worden.
Slide 18 - Tekstslide
2.2 Elekticiteit in huis
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Video
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Tekstslide
Kortsluiting
Slide 24 - Tekstslide
Kortsluiting
Als er geen weerstand meer is in een schakeling, is er een kortsluiting. Komen vonken van een draad af. Leuk om te maken, maar levensgevaarlijk.
Slide 25 - Tekstslide
Kortsluiting
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Video
Overbelasting
Slide 28 - Tekstslide
A
B
C
D
Aardedraad
Nuldraad
Fasedraad
Schakeldraad
Slide 29 - Sleepvraag
Overbelasting
Kortsluiting
Slide 30 - Sleepvraag
Waarom is er in huis gebruik gemaakt van een parallelschakeling
Slide 31 - Open vraag
Waarom zijn er in huis meerdere groepen?
Slide 32 - Open vraag
Wisselspanning en gelijkspanning
Gelijkspanning (DC): Een batterij/accu heeft een + en - symbool en levert gelijkspanning
Wisselspanning (AC): Spanning wisselt 50 x per seconde van (+) en (-).
Apparaten voor wisselspanning en gelijkspanning kan je niet zomaar door elkaar gebruiken.
Slide 33 - Tekstslide
Wisselspanning vs. Gelijkspanning
Slide 34 - Tekstslide
Wisselspanning en gelijkspanning
Slide 35 - Tekstslide
Vragen?
Slide 36 - Tekstslide
Aan de slag
Vandaag:
Afmaken § 1.1 (4 en 11 in het boek)
Maken § 1.2 (7a, 11b en 11e in het boek)
timer
10:00
Slide 37 - Tekstslide
Leerdoelen check
Je kunt de onderdelen van een huisinstallatie benoemen vanaf de hoofdleiding in de meterkast.
Je kunt beschrijven waar de verschillend gekleurde draden in een huisinstallatie voor dienen.
Je kunt de oorzaak en de gevolgen beschrijven van kortsluiting en van overbelasting.
Je kunt het verschil uitleggen tussen gelijkspanning (DC) en wisselspanning (AC).