1. Reptielen


Reptielen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierenSpeciaal OnderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


Reptielen

Slide 1 - Tekstslide

Progamma

- Voor                                - Voorkennis ophalen
- Informatie over reptielen
- Opdrachten maken
- De les evalueren

Slide 2 - Tekstslide

Reptielen

Slide 3 - Woordweb

Reptielen

Hagedissen, slangen, schildpadden en krokodillen worden reptielen genoemd. Ze behoren tot de oudste gewervelde dieren en ontwikkelden zich 300 miljoen jaar geleden. 200 miljoen jaar geleden leefden er enorme dinosaurussen op aarde. Hun kleinere verwanten komen vandaag de dag bijna overal voor.

Slide 4 - Tekstslide

Allerlei gedaanten
De reptielen zijn ontstaan uit de amfibieën. Ze gingen vanuit het water het vaste land op. Als landdieren moesten ze hun lijf van de grond optillen en lopen. Niet allemaal zijn ze daarbij zo snel als de hagedis. Schildpadden slepen zich op hun gemak voort met hun pantser. 

Slide 5 - Tekstslide

Ook krokodillen schuiven met hun lijf meestal vlak boven de grond. Soms gaan ze echter in galop en rennen dan best snel op hun korte pootjes. Slangen hebben helemaal geen poten meer. Ze slingeren zich vooruit of kronkelen zijwaarts. 
Bijna alle reptielen kunnen echter goed zwemmen en enkele kunnen ook goed klimmen.

Slide 6 - Tekstslide

Koud bloed
Reptielen zijn koudbloedige dieren. Hun bloed is altijd zo warm als hun omgeving. Als het koud wordt, daalt hun lichaamstemperatuur en worden hun bewegingen trager. De hagedissen die bij ons voorkomen, verstijven in de winter. In koude landen komen daarom maar weinig reptielen voor. De meeste soorten komen voor in de warme landen van de tropen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Droge huid van hoorn
Reptielen groeien hun hele leven door. Bij slangen en hagedissen groeit de huid echter niet mee. Ze vervellen daarom regelmatig. Slangen stropen hun huid daarbij helemaal af. Soms ligt er weleens ergens zo'n slangenhuid. 

Slide 9 - Tekstslide

Schildpadden hebben een pantser van been- en hoornplaten dat met het ouder worden steeds zwaarder wordt. Ook de pantserhuid van de krokodil verdikt langzamerhand. Het omhulsel van hoorn beschermt het dier tegen uitdrogen.

Slide 10 - Tekstslide

Harde en zachte eieren
Reptielen leggen soms wel 100 eieren. De eieren hebben een harde of een zachte leerachtige schil en bevatten bijzonder grote dooiers. Anders dan de vogels broeden reptielen hun eieren niet zelf uit. Ze begraven die in het zand en laten ze door de zon uitbroeden. De krokodil verzorgt echter wel zijn eigen broedsel. Sommige slangen en hagedissen brengen levende jongen ter wereld. Ze broeden eieren uit in hun buik.

Slide 11 - Tekstslide

Gif en scherpe tanden
De meeste reptielen zijn rovers. Ze jagen op dieren en eten ze. Daarvoor zijn ze heel goed toegerust. De krokodillen hebben het sterkste gebit van alle reptielen. Hun tanden kunnen wel 50 keer opnieuw aangroeien als ze die in een gevecht verloren hebben. Maar veel meer dan voor het enorme gebit van de krokodil, zijn mensen bang voor de giftanden van de slang. Er zijn echter maar zo'n 900 slangensoorten die echt giftig zijn.

Slide 12 - Tekstslide

Opdrachten

Slide 13 - Tekstslide

In één van de rijtjes staat een dier dat geen reptiel is. Welk rijtje is dat?
A
Schildpadden en krokodillen
B
Hagedissen en slangen
C
Slangen en schildpadden
D
Salamanders en hagedissen

Slide 14 - Quizvraag

Reptielen tot de oudste gewervelde dieren en ontwikkelden zich ... jaar geleden. ... jaar geleden leefden er enorme dinosaurussen op aarde.
A
300 miljoen en 20 miljoen jaar
B
300 miljoen en 200 miljoen jaar
C
30 miljoen en 200 miljoen jaar
D
30 miljoen en 20 miljoen jaar

Slide 15 - Quizvraag

Welke woorden moeten er op de puntjes staan?
De reptielen zijn ontstaan uit de ..... Ze gingen vanuit het .... het vaste land op.

Slide 16 - Open vraag

Hoe bewegen krokodillen zich voort?

Slide 17 - Open vraag

Waarom komen er in koude landen maar weinig reptielen voor?
A
Reptielen zijn koudbloedig.
B
Reptielen zijn warmbloedig.
C
Reptielen vinden hier niet genoeg voedsel.
D
Reptielen kunnen zich hier niet voortplanten.

Slide 18 - Quizvraag

Waarom vervellen reptielen regelmatig?
A
Reptielen passen hun vel aan, aan hoe warm het is.
B
Reptielen willen af en toe een ander kleurtje.
C
Reptielen groeien hun hele leven door. Bij slangen en hagedissen groeit de huid echter niet mee.

Slide 19 - Quizvraag

Schildpadden hebben een pantser van been- en hoornplaten dat met het ouder worden steeds zwaarder wordt. Ook de pantserhuid van de krokodil verdikt langzamerhand. Het omhulsel van hoorn beschermt het dier tegen ...
A
insecten
B
regen
C
kou
D
uitdrogen

Slide 20 - Quizvraag

De eieren van de meeste reptielen worden uitgebroed door...
A
zichzelf.
B
de zon.
C
het mannetje.
D
het vrouwtje en mannetje samen.

Slide 21 - Quizvraag

Reptielen zijn rovers. Wat zijn hun 'wapens'?
A
Reptielen hebben geen 'wapens'.
B
Er zijn er teveel om op te noemen.
C
Hun scherpe, sterke tanden en hun giftanden.
D
Hun sterke staart. Daarmee kunnen ze slaan.

Slide 22 - Quizvraag

Evaluatie

Slide 23 - Tekstslide