Les 4 8.3

Constructivisme

paragraaf 8.3
VWO 5 periode 3

1 / 31
volgende
Slide 1: Slide
newEditorArtSecondary Education

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Constructivisme

paragraaf 8.3
VWO 5 periode 3

Wat weet je nog van de vorige les

  1. Veel beeldende kunst in de eerste helft van de twintigste eeuw wordt abstract.
    Welke twee aspecten van abstracte beeldende kunst sluiten aan bij het modernisme?

A

Het vasthouden aan academische regels en herkenbare onderwerpen

B

Het loslaten van de zichtbare werkelijkheid en het verbeelden van een innerlijke of universele waarheid

C

Het streven naar technische perfectie en realisme

D

Het gebruik van klassieke symboliek en perspectief

  1. Buster Keaton komt uit de wereld van variété-shows. Zijn films zitten vol met herkenbare stunts en pantomime.
    Waarom sluiten stunts en pantomime goed aan bij de stijl van de vroege film?

A

Omdat montage technisch nog niet mogelijk was

B

Omdat acteurs geen teksten mochten gebruiken

C

Omdat actie en lichaamstaal het verhaal zonder geluid kunnen vertellen

D

Omdat films uitsluitend in theaters werden vertoond

  1. In het werk van Walter Ruttmann, Ferdinand Léger, George Antheil en Hannah Höch speelt montage een belangrijke rol.
    Wat wordt bedoeld met montage?

A

Het nauwkeurig kopiëren van de werkelijkheid

B

Het samenvoegen van losse beelden, geluiden of elementen tot een nieuw geheel

C

Het abstraheren van vormen tot geometrische figuren

D

Het gebruik van één vast perspectief

  1. Swing is vooral populair als dansmuziek. Dansen als de Charleston en de Lindy hop werden door sommigen als ‘onzedelijk’ gezien. Waarom werd de swingdans als onzedelijk ervaren?Swing is vooral populair als dansmuziek. Dansen als de Charleston en de Lindy hop werden door sommigen als ‘onzedelijk’ gezien.
    Waarom werd de swingdans als onzedelijk ervaren?

A

Door het hoge tempo, de acrobatische bewegingen en de lichamelijke nabijheid

B

Door het gebruik van religieuze thema’s

C

Omdat de dans geen vaste maatsoorten gebruikte

D

Omdat de dans alleen door professionele dansers werd uitgevoerd

  1. Het futurisme is een stroming in de kunsten die tussen 1909 en 1925 vooral in Italië ontstaat.
    Welke drie kenmerken passen bij het futurisme?

A

Symboliek, realisme en moraliteit

B

Nostalgie, traditie en vakmanschap

C

Rust, harmonie en spiritualiteit

D

Snelheid, dynamiek en provocatie

  1. Zowel Hilma af Klint als Kazimir Malevitsj werken met abstracte kunst.
    Wat is een inhoudelijke overeenkomst tussen hun werk?

A

Beiden richten zich op politieke thema’s

B

Beiden gebruiken abstracte vormen om het geestelijke of spirituele zichtbaar te maken

C

Beiden werken figuratief maar sterk vereenvoudigd

D

Beiden leggen de nadruk op natuurgetrouwe waarneming

  1. Béla Bartók laat zich inspireren door volksmuziek uit de Balkan.
    Welke muzikale elementen ontleent Bartók aan deze volksmuziek?

A

Exotische ritmen en afwijkende toonladders

B

Tonale harmonie en vaste vormschema’s

C

Symmetrische melodieën en eenvoudige maatsoorten

D

Klassieke orkestratie en balans

  1. Piet Mondriaan vindt dat schilderkunst net als muziek abstract kan zijn. De boogiewoogie vormt een inspiratiebron voor zijn schilderij.
    Hoe is deze muziek in het schilderij terug te zien?

A

In het gebruik van perspectief en schaduw

B

In het herhalen van verticale en horizontale lijnen als ritmisch patroon

C

In het afbeelden van muzikanten

D

In het gebruik van figuratieve symbolen

  1. Wassily Kandinsky laat zich bij zijn zoektocht naar abstracte schilderkunst inspireren door muziek.
    Wat spreekt Kandinsky (en ook Mondriaan) in het algemeen aan in muziek?

A

Dat muziek altijd een verhaal vertelt

B

Dat muziek strikt gebonden is aan vaste regels

C

Dat muziek emoties vermijdt

D

Dat muziek abstract is en geen zichtbare werkelijkheid nodig heeft

  1. Arnold Schönberg ontwikkelt het twaalftoonsysteem binnen de atonale muziek.
    Wat is het verschil tussen vrije atonale muziek en het twaalftoonsysteem?

A

Vrije atonaliteit is tonaal, het twaalftoonsysteem niet

B

Vrije atonaliteit kent vrijwel geen regels, het twaalftoonsysteem legt nieuwe regels op

C

Het twaalftoonsysteem gebruikt minder tonen dan vrije atonaliteit

D

Vrije atonaliteit is melodischer dan het twaalftoonsysteem

  1. Het Triadisch Ballet wordt wel gezien als een dansvariant van abstracte beeldende kunst.
    Welke overeenkomst bestaat tussen het Triadisch Ballet en abstracte kunst?

A

Beide vertellen een duidelijk verhaal

B

Beide richten zich vooral op emotionele expressie

C

Beide zijn gebaseerd op geometrische vormen en abstrahering

D

Beide gebruiken realistische kostuums

  1. Rudolf Laban en Martha Graham hebben een grote invloed gehad op de moderne dans.
    Wat is hun belangrijkste betekenis?

A

Zij brengen het klassieke ballet terug

B

Zij ontwikkelen nieuwe bewegingstalen en systemen voor dans

C

Zij richten zich uitsluitend op volksdans

D

Zij werken alleen binnen het traditionele theater

Overgang: wat betekent ‘constructie’?

Wat betekent ‘constructie’ buiten de kunst om?


Constructie in de moderne cultuur draait om maakbaarheid, functionaliteit en ordening.

Constructivisme

(beeldende kunst & design)

  • Ontstaat na de Russische Revolutie

  • Kunst in dienst van de samenleving

  • Geen decoratie, wel functie

  • Industriële materialen: staal, glas, hout

Belangrijke ideeën:

  • Kunst = ontwerp

  • Collectief belangrijker dan individu

Film & constructie:

montage als middel

  • Montage = bewust construeren van betekenis

  • Beelden ‘botsen’ met elkaar

  • Kijker moet zelf nadenken


Betekenis ontstaat niet vanzelf, maar wordt geconstrueerd.


Is de kijker hier passief of actief?

Theateropvattingen

(spel & constructie)

Tegenstelling centraal:

  • Realistisch theater → illusie

  • Constructief theater → bewustzijn

Kernpunten:

  • Doorbreken van de ‘vierde wand’

  • Acteur laat zien dát hij speelt

  • Publiek moet kritisch blijven

Nieuwe Bouwkunst / functionalisme

Kerninhoud:

  • Vorm volgt functie

  • Geen overbodige versiering

  • Transparantie en rationaliteit


Belangrijke uitgangspunten:

  • Licht, lucht, ruimte

  • Industriële materialen

  • Bouw = logisch systeem

Design & massaproductie

Kerninhoud:

  • Ontwerpen voor iedereen

  • Meubels en objecten geschikt voor serieproductie

  • Kunst en dagelijks leven versmelten


Belangrijk spanningsveld:

  • Esthetiek ↔ functionaliteit

Utopie & dystopie

Kerninhoud:

  • Constructie = geloof in een maakbare toekomst

  • Utopie: ideale samenleving

  • Dystopie: waarschuwend toekomstbeeld


Belangrijk idee:

Constructie kan hoopvol zijn, maar ook controlerend

Filmvoorbeeld:

kritiek op constructie

Kerninhoud:

  • Industriële efficiëntie slaat door

  • Mens wordt onderdeel van de machine

  • Humor als kritiek


Wat gaat hier mis in het idee van maakbaarheid?