Week 9 REhabilitatie en herstel

Rehabilitatie en herstel
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Rehabilitatie en herstel

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je onthouden van de les van Mediant?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Programma
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
2 uur MDL
Uitleg rehabilitatie en herstel
Voorbereidingsopdrachten Deelopdracht F afmaken
Verdieping 2 Opdracht ziektebesef/ziekteinzicht
Verdieping 3: dagprogramma maken voor Kerim

2 uur MDL
Voorbereiding deelopdracht G
Verdieping 1: dementie versus depressie
3 uur MDL
Verdieping 2: suicidaliteit
Werken aan integratieve opdracht



Dagprogrammas Kerim vergelijken
Checking voorlichtingsplan schrijven voor de integratieve opdracht. 

 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbereiding Zorgpad

Zorgpad GGZ leerpad 12 psycho-educatie helemaal 6 (al eerder gemaakt )
Leerpad 11: Rehabilitatie en revalidatie 11.1 en 11.2.(2 uur)
Leerpad 13: 13.1 t/m 13.5 (4 uur)
Zorgpad algemeen Gezondheidsbevordering: thema 7. 7.4 aandachtspunten GGZ

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbereiding Canvas
Filmpjes kijken
Psychopathologie bij de casussen onderzoeken
Onderzoek wat de ziektebeelden precies inhouden
Voorbereiden op integratieve opdracht.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen en verwachting
Aan het eind van de les:
kunnen jullie een beeld vormen van wat rehabilitatie is
Kunnen jullie het verschil tussen rehabilitatie en herstel weergeven
Hebben jullie voldoende basis om de opdrachten met voldoende diepgang te maken

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rehabilitatie
Psychiatrische behandeling is revalideren van een psychiatrische ziekte
Maar:
chronisch beloop -> volledig herstel vaak niet haalbaar

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Rehabilitatie
Doel: activiteiten en participatie zo veel mogelijk te vergroten.
Niet richten op wat niet (meer) kan maar op wat (nog) wel kan en dat versterken.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van rehabilitatie
  • Rehabilitatie is een proces
  • gericht op activiteiten en maatschappelijke participatie
  • Gebruikmaken van de capaciteiten van de zorgvrager
  • Het streven is een zo normaal mogelijk sociaal leven

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herstel
= is niet alleen helemaal beter worden. 
Betekent leren omgaan met een psychische aandoening en weer meer regie over eigen leven krijgen.  
Gaat over overwinning en ontdekking. 
Het weer oppakken van sociale rollen en het herwinnen van eigen identiteit.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Verschil herstel-rehabilitatie
Herstel komt vanuit de zorgvrager
Rehabilitatie komt uit de hulpverlener
Beide ondersteunen bij het nemen van eigen regie, richten op dingen die wel kunnen i.p.v. de ziekte.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdieping 2
Wat is ziektebesef?
Wat is ziekte-inzicht?
Klassikaal bespreken, daarna opdracht maken.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdieping 3
Maak een dagprogramma voor Kerim
Hoe ziet een dagprogramma eruit?
Waar houd je rekening mee?
Waarom wordt een dagprogramma gemaakt? 
Maak de opdracht: zie Canvas

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Checking
Maak een voorlichtingsplan voor de door jou gekozen zorgvrager voor de integratieve toets.
Zie checking.
Maak gebruik van het voorlichtingsplan geplaatst in teams post van 10-12

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Depressie VS dementie 
Donderdag 27 januari G1BOM

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
Je kunt de kenmerken en verschillen tussen dementie en depressie benoemen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
2 uur MDL
Uitleg rehabilitatie en herstel
Voorbereidingsopdrachten Deelopdracht F afmaken
Verdieping 2 Opdracht ziektebesef/ziekteinzicht
Verdieping 3: dagprogramma maken voor Kerim

2 uur MDL
Voorbereiding deelopdracht G
Verdieping 1: dementie versus depressie
3 uur MDL
Verdieping 2: suicidaliteit
Werken aan integratieve opdracht



Dagprogrammas Kerim vergelijken
Checking voorlichtingsplan schrijven voor de integratieve opdracht. 

 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les opzet 
  • Verdieping 1: dementie versus depressie
  • Voorbereiding G
1. Lees de literatuur en maak de opdrachten die horen bij deelopdracht A (zie de literatuurlijst). Herlees zo nodig ook de theorie over depressie die je in deelopdracht B hebt gelezen
2. Lees de casussen van Tineke Kruiswijk en Caroline de Jong (opnieuw) goed door en schrijf voor jezelf op wat volgens jou belangrijke aandachtspunten zijn voor de begeleiding die ze nodig hebben.



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdieping 1: Verschil dementie en depressie

Ieder regiegroepje krijgt een flap-over.
Maak een evenrededige verdeling (Depressie, Dementie)
Pak de kenmerkenlijst van verdieping 1 erbij en noteer de kenmerken bij het juiste kopje.

Zorg dat jullie als groepje terug kunnen koppelen wat de verschillen en overeenkomsten zijn.



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn uitlokkende factoren voor het ontstaan van een depressie?

Slide 23 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Uitlokkende factoren depressie
Een biologische factor die een rol speelt wanneer je ouder bent, is invaliditeit of ziekte. Als je lijdt aan een van de volgende ziekten loop je een grotere kans een depressie te krijgen:

  • beroerte
  • hart- en vaatziekten
  • ziekte van Parkinson
  • diabetes
  • schildklier- en bijnierschorsafwijkingen

De depressie is dan direct het gevolg van de ziekte, maar ook het verlies van mogelijkheden en verandering van levensperspectief spelen mee.
  • Sociale factoren: overlijden van een partner, familielid, verhuizing naar een verzorgingshuis.
  • Psychische factoren; Persoonlijke eigenschappen bijv. het vermogen om problemen op te lossen, verdriet te verwerken en steun te vragen.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klachten bij depressie?
Welke kun je benoemen....

Slide 25 - Woordweb

Klachten bij depressie;
concentratieproblemen, vergeetachtigheid en besluiteloosheid
slaapproblemen: moeite met in slaap vallen of doorslapen, of moeilijk uit bed kunnen komen
lichamelijke klachten zoals verstopping, een droge mond, onverklaarbare pijn, duizeligheid, hartkloppingen, trillende handen, druk op de borst, en hoofd- en rugpijn
somberheid, lusteloosheid en prikkelbaarheid
denken aan zelfdoding
gebrek aan interesse en plezier,
sterke neiging tot piekeren
grote vermoeidheid
gebrek/toename aan eetlust en gewichtsverlies/gewichtstoename
traagheid in praten, denken en bewegen, of juist lichamelijk onrust
het gevoel van binnen dood of leeg te zijn
gevoelens van machteloosheid, wanhoop en angst
huilen zonder dat dit oplucht of graag willen huilen maar dit niet kunnen
schuldgevoelens/gevoel niets waard te zijn
nauwelijks of geen zin in seksueel contact

Depressie herkennen bij ouderen
  • stemming is eerder mat en gelaten (ipv extreme somberheid)
  • eerder lichamelijk zoals duizelig zijn, droge mond, pijn zonder duidelijke redenen, problemen met de stoelgang, druk op de borst, trillende handen en rugpijn.
  • Ook een minder goede verzorging van het uiterlijk of gebrek aan interesses kan duiden op een depressie.

Een depressie bij ouderen wordt vaak niet herkend. Dat komt omdat de klachten aan de leeftijd worden toegeschreven, maar ook omdat de depressie verschilt met die van jongere mensen met een depressie.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tips....
Noteer voor jezelf 5 waardevolle tips die jij een zorgvrager met een depressie kunt adviseren.
timer
10:00

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kun je doen als zorgverlener?
  • Overleg met de client en familie, benoem wat je waarneemt;
  • Overleg met collega's/arts;
  • Maak gebruik van observatielijsten bijv.  "psychosociale problemen bij ouderen"
  • Help de zorgvrager structuur aan te brengen in de dag
  • Kijk samen met de zorgvrager naar activiteiten waar hij/zij aan deel kan nemen.
  • Observeer en evalueer het effect van de ingezette acties.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dementie
Dementie: informatie wordt niet goed verwerkt
Er gaan zenuwcellen in de hersenen kapot
50 hersenziektes
1 op de 5, meer vrouwen
Denkstoornissen (=Cognitieve stoornissen)
Boven de 90 jaar = 40% een vorm van dementie 

  • Geheugenstoornissen
  • Afasie: moeite om woorden te vinden en problemen om zich uit te drukken met taal
  • Apraxie:  verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren
  • Agnosie:  onvermogen om objecten te herkennen
  • Stoornissen in uitvoerende functies : zoals rekenen, logisch nadenken, plannen



Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dementie en depressie zijn twee verschillende aandoeningen.
Toch is het vaak moeilijk om dementie en depressie van elkaar te onderscheiden. Sommige symptomen lijken namelijk erg op elkaar, bijvoorbeeld:
  • Een oudere cliënt met een depressie kan net zoals een oudere cliënt met dementie vergeetachtig zijn.
  • Vertraging van gedrag en energieverlies kunnen bij beide aandoeningen voorkomen.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Depressie wordt verward met dementie door:
  • vergeetachtigheid
  • de weg kwijtraken in een vreemde omgeving 

  • Dementerende en depressieve ouderen kunnen allebei last hebben van geheugen- en concentratieproblemen. 
  •  De desinteresse die bij een depressie hoort, kan ervoor zorgen dat iemand minder met zijn omgeving bezig is.                        Het lijkt alsof hij of zij niet meer weet welke dag het is of continu namen van bekenden vergeet of huishoudelijke klusjes in de soep laat lopen. Hierdoor denkt de omgeving, waaronder ook zorgverleners, soms onterecht dat iemand aan het dementeren is. Echter ontstaan deze klachten door een trage en geremde gedachtegang.
  • Depressie kan het eerste teken zijn dat een oudere zorgvrager gaat dementeren (Medisch contact: Toenemende depressie eerste teken dementie)

Een dementerende kan wel last hebben van een depressie.


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken
Voorbereiding G
1. Lees de literatuur en maak de opdrachten die horen bij deelopdracht A (zie de literatuurlijst). Herlees zo nodig ook de theorie over depressie die je in deelopdracht B hebt gelezen
2. Lees de casussen van Tineke Kruiswijk en Caroline de Jong (opnieuw) goed door en schrijf voor jezelf op wat volgens jou belangrijke aandachtspunten zijn voor de begeleiding die ze nodig hebben.



Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertel wat je hebt geleerd vandaag?

Slide 35 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Vrijdag
Verdieping 2 en 3

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verdieping 2: Suicidaliteit
Groepsgesprek
Voorlezen boek PAAZ Sanne van der Meer 'Vrijdag'
Wat is het
Hoe ga je ermee om
Wat doet het met de omgeving
113 online
Samen naar Canvas en de opdracht met de klas maken

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werken aan integratieve opdracht
Planning Groep 1 en 2 donderdag 3-2
Groep 3, 4, 5 vrijdag 4-2
Tijdens de les GGZ. 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies