VT lj. 1 week 4 les 2 deelopdr. B depressie & coping

Depressie & coping
VT leerjaar 1, week 4, les 2
Deelopdracht B
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Depressie & coping
VT leerjaar 1, week 4, les 2
Deelopdracht B

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning module VT
De volgende personen dienen de planning nog te laten zien:


Rachel
Mila

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
  • Je kunt de kenmerken en verschillen tussen dementie en depressie benoemen.
  • Je kunt benoemen wat coping inhoudt en welke copingsstrategieën er zijn.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8.30u-10.30u

  • Nabespreken visie op zorg
  • Depressie versus dementie
  • Zelfstandig aan het werk
10.45u- 12.45u

  • Coping
  • zelfstandig aan het werk.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreken visie op zorg
Visie op zorg canvas of de aangepaste opdracht?

Vertel kort voor welke uitwerking je hebt gekozen en waarom?
Vertel over de uitwerking

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog over het onderwerp depressie?

Slide 6 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Uit balans
Veel ouderen hebben hun partner verloren
Het lichaam vertoont gebreken
Het verwerken van informatie gaat minder snel


Veel ouderen ervaren psychosociale problemen. 
Deze problemen kunnen zich uiten in angsten, somberheid, eenzaamheid, verdriet, depressie of somatische klachten

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitlokkende factoren depressie
Een biologische factor die een rol speelt wanneer je ouder bent, is invaliditeit of ziekte. Als je lijdt aan een van de volgende ziekten loop je een grotere kans een depressie te krijgen:

  • beroerte
  • hart- en vaatziekten
  • ziekte van Parkinson
  • diabetes
  • schildklier- en bijnierschorsafwijkingen

De depressie is dan direct het gevolg van de ziekte, maar ook het verlies van mogelijkheden en verandering van levensperspectief spelen mee.
  • Sociale factoren: overlijden van een partner, familielid, verhuizing naar een verzorgingshuis.
  • Psychische factoren; Persoonlijke eigenschappen bijv. het vermogen om problemen op te lossen, verdriet te verwerken en steun te vragen.

Slide 8 - Tekstslide

Depressie bij ouderen is een veelvoorkomend gezondheidsprobleem.
2 tot 3% van de ouderen heeft een ernstige depressie.
Een veel groter aantal, 15 tot 20%, heeft een lichte vorm.
Van de 1500 mensen die jaarlijks als gevolg van een depressie hun leven beëindigen, is een derde ouder dan zestig jaar.
Een depressie bij ouderen wordt nog wel eens toegeschreven aan ouderdom
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Depressie herkennen bij ouderen
  • Stemming is eerder mat en gelaten (ipv extreme somberheid)
  • Eerder lichamelijk zoals duizelig zijn, droge mond, pijn zonder duidelijke redenen, problemen met de stoelgang, druk op de borst, trillende handen en rugpijn.
  • Ook een minder goede verzorging van het uiterlijk of gebrek aan interesses kan duiden op een depressie.

Een depressie bij ouderen wordt vaak niet herkend. Dat komt omdat de klachten aan de leeftijd worden toegeschreven, maar ook omdat de depressie verschilt met die van jongere mensen met een depressie.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klachten bij depressie; 
  • concentratieproblemen, vergeetachtigheid en besluiteloosheid
  • slaapproblemen: moeite met in slaap vallen of doorslapen, of moeilijk uit bed kunnen komen
  • lichamelijke klachten zoals verstopping, een droge mond, onverklaarbare pijn, duizeligheid, hartkloppingen, trillende handen, druk op de borst, en hoofd- en rugpijn
  • somberheid, lusteloosheid en prikkelbaarheid
  • denken aan zelfdoding
  • gebrek aan interesse en plezier,
  • sterke neiging tot piekeren
  • grote vermoeidheid
  • gebrek/toename aan eetlust en gewichtsverlies/gewichtstoename
  • traagheid in praten, denken en bewegen, of juist lichamelijk onrust
  • het gevoel van binnen dood of leeg te zijn
  • gevoelens van machteloosheid, wanhoop en angst
  • huilen zonder dat dit oplucht of graag willen huilen maar dit niet kunnen
  • schuldgevoelens/gevoel niets waard te zijn
  • nauwelijks of geen zin in seksueel contact

Slide 11 - Tekstslide

Met name de eerste vijf verschijnselen komen veel voor wanneer je ouder bent en een depressie hebt.
Wat kun je doen als zorgverlener?
  • Overleg met de cliënt en familie, benoem wat je waarneemt;
  • Overleg met collega's/arts;
  • Maak gebruik van observatielijsten bijv.  "psychosociale problemen bij ouderen"
  • Help de zorgvrager structuur aan te brengen in de dag
  • Kijk samen met de zorgvrager naar activiteiten waar hij/zij aan deel kan nemen.
  • Observeer en evalueer het effect van de ingezette acties.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dementie
Dementie: informatie wordt niet goed verwerkt
Er gaan zenuwcellen in de hersenen kapot
50 hersenziektes
1 op de 5, meer vrouwen
Denkstoornissen (=Cognitieve stoornissen)
Boven de 90 jaar = 40% een vorm van dementie 

  • Geheugenstoornissen
  • Afasie: moeite om woorden te vinden en problemen om zich uit te drukken met taal
  • Apraxie:  verminderd vermogen om motorische handelingen uit te voeren
  • Agnosie:  onvermogen om objecten te herkennen
  • Stoornissen in uitvoerende functies : zoals rekenen, logisch nadenken, plannen



Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dementie en depressie zijn twee verschillende aandoeningen.
Toch is het vaak moeilijk om dementie en depressie van elkaar te onderscheiden. Sommige symptomen lijken namelijk erg op elkaar, bijvoorbeeld



  • Een oudere cliënt met een depressie kan net zoals een oudere cliënt met dementie vergeetachtig zijn.
  • Vertraging van gedrag en energieverlies kunnen bij beide aandoeningen voorkomen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem 3 kenmerken van een depressie bij ouderen....

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Depressie wordt verward met dementie door:
zie overzicht hiernaast

  • Depressie kan het eerste teken zijn dat een oudere zorgvrager gaat dementeren (Medisch contact: Toenemende depressie eerste teken dementie)
  • Een dementerende kan wel last hebben van een depressie.

Slide 17 - Tekstslide

Dementerende en depressieve ouderen kunnen allebei last hebben van geheugen- en concentratieproblemen.
 De desinteresse die bij een depressie hoort, kan ervoor zorgen dat iemand minder met zijn omgeving bezig is. Het lijkt alsof hij of zij niet meer weet welke dag het is of continu namen van bekenden vergeet of huishoudelijke klusjes in de soep laat lopen. Hierdoor denkt de omgeving, waaronder ook zorgverleners, soms onterecht dat iemand aan het dementeren is. Echter ontstaan deze klachten door een trage en geremde gedachtegang.
Depressie kan het eerste teken zijn dat een oudere zorgvrager gaat dementeren (Medisch contact: Toenemende depressie eerste teken dementie)
Een dementerende kan wel last hebben van een depressie.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een overeenkomst tussen depressie en dementie.

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragen? Zelfstandig aan het werk
  • Verder met deelopdracht B

  • Checking B: Het bieden van thuiszorg
Bij deelopdracht B horen 12 leerdoelen.
Aan de hand van een filmpje laat jij zien dat jij 2 leerdoelen behaald hebt. Dit mag een filmpje van het internet zijn, maar deze mag jij ook zelf maken, waarin jij bespreekt hoe jij twee leerdoelen behaald hebt.




Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesuur 10.45u- 12.45u
  • Coping
  • Zelfstandig aan het werk

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe reageer jij op een tegenslag?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maken
Ga naar:
https://www.carienkarsten.nl/copingstijl/

Maak de copingstijltest. Welke copingstijl heb jij?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen? Zelfstandig aan het werk
--> Verder met deelopdracht B

--> Checking B: Het bieden van thuiszorg
Bij deelopdracht B horen 12 leerdoelen.
Aan de hand van een filmpje laat jij zien dat jij 2 leerdoelen behaald hebt. Dit mag een filmpje van het internet zijn, maar deze mag jij ook zelf maken, waarin jij bespreekt hoe jij twee leerdoelen behaald hebt.


--> Maandag 13 december nabespreken in DUO's opdracht coping



Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel behaalt?
  • Je kunt de kenmerken en verschillen tussen dementie en depressie benoemen.
  • Je kunt benoemen wat coping inhoudt.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijlage
https://www.hersenletsel-uitleg.nl/ermee-omgaan/copingstrategie

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies