Bekende beeldhouwwerken en schilderijen

Kunst tot leven brengen

1 / 48
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuvoBuitengewoon lager onderwijsType basisaanbod,Type 9Leeftijd 7-10

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kunst tot leven brengen

Deze les focust niet op kunstgeschiedenis, maar op kijken en nadoen. Leg de link tussen kunst kijken, houding aannemen en samen een beeld maken.

Lesdoel

Ik kan beschrijven / beleven

hoe je beroemde schilderijen en beeldhouwwerken

kan nadoen

als levend tableau

of met een houding.

Deze slide heeft geen instructies

Kunstwerken

Wat herken jij?

Deze slide heeft geen instructies

Welk kunstwerk ken jij al?

Gebruik de woorden uit de wolk om voorkennis op te halen. Laat leerlingen eventueel één bekend schilderij of beeld aanwijzen en kort tonen met hun lichaam.

Klassiek Tableau vivant

Een tableau vivant is een levend schilderij.


  • mensen beelden een kunstwerk uit

  • ze staan stil

  • ze letten op houding, plaats en gezicht

Benadruk dat 'tableau vivant' letterlijk betekent dat een beeld of schilderij door echte mensen wordt uitgebeeld.

Klassiek Tableau vivant

Om een schilderij na te doen, kijk je goed naar:


  • houding van het lichaam

  • plaats van elke persoon

  • gezicht: blij, boos, stil, ernstig

  • voorwerpen en kleding

  • niet bewegen

Gebruik eenvoudige woorden en wijs eventueel met je eigen lichaam aan wat houding, plaats en gezicht betekenen.

Groepsbeelden in een tableau

Sommige kunstwerken passen goed bij een groep.


  • Het laatste avondmaal: veel mensen aan één tafel

  • De nachtwacht: groep met verschillende houdingen. Hiernaast te zien.

  • Kinderspelen: veel kleine scènes samen

Leg uit dat groepswerken meer afspraken vragen: wie staat waar, wie kijkt waarheen, en wie staat vooraan of achteraan.

Kinderspelen

Pieter Bruegel de Oude

Deze slide heeft geen instructies

Eén figuur nadoen

Sommige werken toon je met één persoon.


  • Mona Lisa: rustige houding, kleine glimlach

  • Meisje met de parel: hoofd gedraaid, zachte blik

  • De Denker: zittend, hoofd op hand

Maak duidelijk dat kleine details belangrijk zijn: handplaatsing, hoofdstand en richting van de ogen.

De Denker

Le Penseur

Auguste Rodin

Deze slide heeft geen instructies

Het meisje met de parel

Johannes Vermeer

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe je in een klassiek tableau vivant?

A

wild bewegen

B

stil staan

C

hard praten

D

rondlopen

Sluit aan bij slides 2-5: een tableau vivant is een levend schilderij waarbij houding, plaats en gezicht belangrijk zijn en leerlingen stil blijven.

Maak de tekst compleet

In een tableau vivant beelden mensen een kunstwerk uit.

Ze letten op houding, plaats en gezicht.

Bij een groep is ook de plaats van elke persoon belangrijk.

kunstwerk
houding
plaats
beweging
kleur
springen
stem

De woorden komen letterlijk terug in de eerste subtopic: kunstwerk, houding en plaats zijn de dragende begrippen.

Het bewegend schilderij

Bij een bewegend schilderij start je als een stil beeld.


Daarna komt er een kleine beweging bij die past bij het kunstwerk.

Zet het verschil scherp neer: klassiek tableau vivant is stil, bewegend schilderij voegt beperkte beweging toe.

Van stil naar klein bewegen

Een bewegend schilderij blijft rustig.


  • eerst de juiste beginhouding

  • dan een kleine beweging

  • langzaam en duidelijk

  • niet wild of groot

Benadruk dat de beweging het kunstwerk moet ondersteunen en herkenbaar moet blijven.

Kunstwerken met beweging erin

Sommige werken lijken al te bewegen.


  • De Schreeuw: handen bij het gezicht, sterke spanning

  • Sterrennacht: golvende lucht, draaiend gevoel

  • De discuswerper: lichaam klaar om te werpen

Leg uit dat beweging soms echt zichtbaar is in de pose, maar soms alleen in de sfeer of lijnen van het werk.

Sterrennacht

Vincent Van Gogh

Deze slide heeft geen instructies

De discuswerper

Myron

Deze slide heeft geen instructies

Venus

Milo

Deze slide heeft geen instructies

Hoe laat je het werk leven?

Je toont het werk met kleine bewegingen.


  • een draai van het hoofd

  • een arm die langzaam omhoog gaat

  • een stap die net begint

  • een blik die ergens naartoe gaat

Noem dat niet elk werk evenveel beweging vraagt. Bij sommige werken is alleen de blik al genoeg.

Wat past bij een bewegend schilderij?

A

grote sprong

B

kleine beweging

C

snel rennen

D

druk zwaaien

Toetst het verschil tussen klassiek stilstaand tableau en een bewegend schilderij: klein, rustig en duidelijk bewegen.

Welk werk lijkt het meest op beweging?

1

De Schreeuw

2

Mona Lisa

3

De Denker

4

Venus van Milo

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste woorden in

Een bewegend schilderij start als een stil beeld.

Daarna komt er een kleine beweging bij.

Die beweging is langzaam en duidelijk.

stil
kleine
langzaam
grote
snelle
drukke
korte

Echoot de kernwoorden van slides 6-9: stil, kleine, langzaam.

Het wassenbeeldenmuseum

Een wassenbeeldenmuseum toont levensechte figuren.


Als je zo'n beeld nadoet, lijk je heel echt, maar je blijft helemaal stil.

Verbind dit met de ervaring van een standbeeld of beroemd figuur dat heel precies wordt nagebootst.

Nadoen als standbeeld

Bij deze vorm let je extra op:


  • rechte of sterke houding

  • armen en benen precies plaatsen

  • gezicht zonder veel verandering

  • lang stil kunnen blijven

Leg uit dat deze vorm vaak het meest precies is, omdat elke kleine beweging meteen opvalt.

Bekende beelden als voorbeeld

Beeldhouwwerken zijn goed voor een vaste houding.


  • De Denker: gebogen, denkende pose

  • David: rechtop, sterke houding

  • Venus van Milo: rustige, sierlijke stand

Je kunt ook noemen dat sommige beelden delen missen, zoals armen bij Venus van Milo, en dat dit meehelpt om het werk te herkennen.

Actie in een standbeeld

Ook een standbeeld kan beweging tonen.


  • De discuswerper: gespannen lichaam, klaar voor actie

  • stil staan laat die actie extra goed zien

Leg uit dat een beeld stil is, maar toch een moment van beweging kan vastleggen.

Wat is belangrijk bij een wassenbeeld nadoen?

A

veel lachen

B

lang stil zijn

C

groot bewegen

D

snel draaien

Gebaseerd op slides 10-13: levensecht lijken en helemaal stil blijven zoals een standbeeld.

Zet de woorden op de goede plek

In een wassenbeeldenmuseum lijk je heel echt.

Je let op een sterke houding en je blijft stil staan.

echt
houding
stil
zacht
lopen
blij
groep

De inhoud sluit aan bij levensecht, houding en stil staan uit slides 10-12.

Schilderij of beeld?

  • let op plaats in het beeld

  • let op richting van kijken

  • vaak met achtergrond of groep

  • sfeer is belangrijk

Beeld nadoen

Schilderij nadoen

  • let op houding van het lichaam

  • let op evenwicht en stilstaan

  • vaak één duidelijke pose

  • vorm is belangrijk

Dit contrast helpt leerlingen kiezen waar ze het eerst naar kijken: compositie bij schilderijen, pose bij beelden.

Herkenbare details zien

Een kunstwerk herken je vaak aan één sterk detail.


  • American Gothic: hooivork en strak rechtop staan

  • De zoon van de Mens: appel voor het gezicht

  • Meisje met de parel: parel en hoofddoek

Benadruk dat leerlingen niet alles exact hoeven te kopiëren; een paar sterke kenmerken maken het werk al herkenbaar.

American Gothic

Grant Wood

Deze slide heeft geen instructies

Gezicht en gevoel

Het gezicht helpt om het kunstwerk goed te tonen.


  • Mona Lisa: zachte, rustige glimlach

  • De Schreeuw: angst of schrik

  • De zoon van de Mens: geheimzinnig gevoel

Laat zien dat gevoel niet altijd groot gespeeld moet worden. Soms werkt een heel kleine verandering beter.


René Magritte

Deze slide heeft geen instructies

Lichaam en richting

De stand van het lichaam maakt veel verschil.


  • De geboorte van Venus: lichte, sierlijke houding

  • David: sterk en rustig

  • De discuswerper: gedraaid en gespannen

Wijs op voeten, schouders, armen en hoofd. Die samen maken de pose herkenbaar.

David

Michelangelo


Deze slide heeft geen instructies

Kijken in lagen

Zo beschrijf je een kunstwerk om het na te doen:


  • Wie zie je?

  • Hoe staat of zit die persoon?

  • Waarheen kijkt de persoon?

  • Welk gevoel zie je?

  • Welk detail maakt het herkenbaar?

Dit is een eenvoudige kijkwijzer. Gebruik steeds dezelfde volgorde zodat leerlingen een houvast hebben.

Woorden om te gebruiken

Handige beschrijfwoorden:


  • stil, recht, gebogen, gedraaid

  • rustig, boos, bang, trots

  • vooraan, achteraan, naast elkaar

  • kijken, wijzen, zitten, staan

Deze woorden ondersteunen het lesdoel direct: beschrijven hoe je een werk nadoet.

Waar let je eerst op bij een beeld?

A

evenwicht

B

achtergrond

C

houding

D

verfkleuren

Verwijst naar slide 14: bij een beeld let je op houding, evenwicht en één duidelijke pose; niet op achtergrond zoals bij schilderijen.

Hoe beschrijf jij een kunstwerk om het na te doen?

Bespreek antwoorden met elementen uit slides 15-19: wie zie je, houding of zit/sta-stand, kijkrichting, gevoel en één herkenbaar detail. Laat leerlingen eenvoudige beschrijfwoorden gebruiken zoals stil, recht, gebogen of bang.

Welk kunstwerk onthoud jij het best?

Gebruik dit als korte afsluiter: laat enkele leerlingen zeggen welk detail ze hielp om het werk te onthouden.

Wat heb jij vandaag geleerd?

Reflectie zonder fout of juist. Mogelijke invalshoeken: houding, gezicht, detail, stil staan, of kleine beweging kiezen.

Wat vond jij nog moeilijk?

Reflectie zonder juiste antwoorden. Laat leerlingen benoemen wat moeilijk was, bijvoorbeeld stil blijven, kijken naar details of een gevoel tonen.

Sleepvraag: welk kunstwerk hoort bij welke kunstenaar?

Vincent Van Gogh

Myron

De zonnebloemen

Sterrennacht

David

Amandelbloesem

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

tableau vivant - een levend schilderij dat door mensen wordt uitgebeeld

houding - de manier waarop je lichaam staat of zit

pose - een bewuste stand van het lichaam

schilderij - een afbeelding die is geschilderd

beeldhouwwerk - een kunstwerk in een echte vorm, zoals steen of brons

compositie - hoe personen en dingen in een beeld geplaatst zijn

detail - een klein, belangrijk onderdeel dat opvalt

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

gezichtsuitdrukking - wat een gezicht laat zien, zoals blij of bang

sfeer - het gevoel dat een kunstwerk oproept

levensecht - alsof het echt leeft

standbeeld - een stil beeld van een persoon of figuur

richting - waarheen een lichaam, hoofd of blik wijst

herkenbaar - makkelijk te herkennen aan vorm of detail

Deze slide heeft geen instructies

Knappe kunstenaars!


Deze slide heeft geen instructies

Bedankt voor je aandacht


en tot de volgende keer!



Deze slide heeft geen instructies