CH1: H,I + Presentations

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Lesson Plan
Monday: hand in poster
--> work on exercises in book.

Tuesday & Thursday: Presentations

Opdrachten
51ab, 54,55, 56,57,58

Slide 2 - Tekstslide

Personal pronouns 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Aantekening Question words:
Schrijfwijze:
Onthoud: de question words beginnen allemaal met WH (behalve how). Op een toets moeten dus alle woorden ook met wh beginnen:
WHat / WHere / WHen / WHy / WHo / WHich
How

Slide 5 - Tekstslide

Aantekening Question words:
Who is your best friend?                                            Who = wie
Where can I find classroom F117?                          Where = waar
When is your birthday?                                               When = wanneer
Why do we have homework?                                    Why = waarom
How are you feeling today?                                       How = hoe
What = wat/welk (onbeperkte keuze)
Which = wat/welk (beperkte keuze)

Slide 6 - Tekstslide

Aantekening Question words:
What = wat/welk (onbeperkte keuze)
What is your favourite food? (keuze uit al het eten op de wereld)
What is the best movie ever?

Which = wat/welk (beperkte keuze)
Which is the best, pizza or pasta? (keuze uit een paar dingen)
Which is the best movie on Netflix?

Slide 7 - Tekstslide

Fill in the right WH-question word:

.... subject do you like best at school?
A
which
B
what
C
who
D
when

Slide 8 - Quizvraag

Fill in the right WH-question word:

______ kind of sandwich is this?
A
Whose
B
Who
C
What
D
Why

Slide 9 - Quizvraag

Choose the correct question word:

... is that? Is that Joey?
A
Who
B
What
C
How
D
Why

Slide 10 - Quizvraag

Choose the right question word:

........ is my bike? Behind the house.
A
Who
B
Where
C
Which
D
Why

Slide 11 - Quizvraag

Choose the correct question word.
_____ is Peter's birthday? In April, I think.
A
How
B
Which
C
When
D
What

Slide 12 - Quizvraag

Choose the correct question word:

____ is the nearest supermarket?
A
Why
B
When
C
Where
D
Who

Slide 13 - Quizvraag

Welk vraagwoord moet hier komen:
_____ is this person?

Slide 14 - Open vraag

Welk vraagwoord moet hier komen:
_____ old are your parents?

Slide 15 - Open vraag

_____ do you prefer, red or white?

Slide 16 - Open vraag

____ did you do that?

Slide 17 - Open vraag

_____ do you live?

Slide 18 - Open vraag