LESROOSTER woensdag 19 november 2025

GOEDEMORGEN! 
Wat fijn dat je er bent! 

  • Leg je mobiel in de bak.
  • Je laptop laat je in de bak.
  • Ga zitten op je plaats.
  • Tijdens het kijken naar het journaal mag je wat eten en drinken. 


1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
DagplanningVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerroute 2

In deze les zitten 38 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

GOEDEMORGEN! 
Wat fijn dat je er bent! 

  • Leg je mobiel in de bak.
  • Je laptop laat je in de bak.
  • Ga zitten op je plaats.
  • Tijdens het kijken naar het journaal mag je wat eten en drinken. 


Slide 1 - Tekstslide

Woensdag 19 november 2025

Stage:
Feike & Ryad & Keano van Riel

Aanwezig:
Kevin, Yessin, Keano Dijkstra, Mirthe, 
Jay-Dyon, Djego

Afwezig:

Ziek:




8.30-9.00 uur Mentormoment 
9.00- 10.15 uur Rekenen
10.15-10.30 uur PAUZE
10.30 - 11.15 uur Nederlands
11.15- 12.00 uur Engels
12.05-12.25 uur PAUZE
12.30-13.30 uur Burgerschap
13.30 - 14.15 uur NUMO
14.15-1430 uur Dagafsluiting


Slide 2 - Tekstslide

Nieuwe aanpak tegen vloeken
Doel: Nadenken over wat je zegt en jezelf aanwennen een minder kwetsend woord te gebruiken
Als het K*****-woord uit je mond komt
krijg je een streepje.
Omdat het in het begin lastig is gaan we het stap voor stap doen, per week twee streepjes minder als grens om naar huis gestuurd te worden:
van 10 naar 8 naar 6 naar 4 naar 2

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag: 4 streepjes!

Slide 4 - Tekstslide

vaste regels (zonder discussie)
je bent op tijd in de klas
je begroet de docent en elkaar
je legt je telefoon in de bak
je gaat zitten op je plaats
géén laptop tot je toestemming krijgt
wil je wat eten of drinken tijdens het journaal dan zorg je dat je dat al bij je hebt, je gaat niet meer naar de kantine


Slide 5 - Tekstslide

PAUZEREGELS
Je kiest of je in de klas blijft of naar de kantine gaat
maar je blijft daar waar je voor kiest: kantine of klas

In de kantine:
rustig gaan zitten, niet in en uit lopen, niet schreeuwen, geen geluid op je telefoon en bestel je eten op tijd!

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

EERSTE LESUUR 9.00-9.30 UUR
REKENEN

Slide 8 - Tekstslide

rekenen
 Hoofdstuk 8
Zakgeld

Slide 9 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 Zakgeld
Aan het eind van dit hoofdstuk kun je:
  • Wisselgeld uitrekenen
  • Uitrekenen hoelang je moet sparen voor iets dat je wilt hebben
  • Uitleggen wat inkomsten en uitgaven zijn
  • Uitrekenen wat je budget per dag / week/ maand/ jaar is
  • Een begroting maken

Slide 10 - Tekstslide

GELD
Bij een geldbedrag staan er twee cijfers achter de komma:
Voor de komma zijn euro's, achter de komma centen
12, 38 = 12 euro en 38 cent

Slide 11 - Tekstslide

GEPAST BETALEN
Als je contant betaalt krijg je meestal wisselgeld terug, tenzij je GEPAST betaalt, dat is precies het bedrag geven dat je moet betalen.
Bijvoorbeeld: je moet 13,45 betalen
Je geeft een biljet van 10 euro, een 2-euro munt, een 1-euro munt,
2 munten van 20 cent en een muntje van 5 cent
Dan heb je precies het bedrag gegeven en dus gepast betaald.

Slide 12 - Tekstslide

WISSELGELD
Meestal kun je niet zo gemakkelijk gepast betalen en krijg je wisselgeld terug.
Je kunt uitrekenen hoeveel wisselgeld je moet krijgen.
Bijvoorbeeld: Je hebt iets gekocht voor 14,65
Je betaalt met een biljet van 20 euro
Je krijgt dan 20 - 14,65 = 5,35 terug

Slide 13 - Tekstslide

Oefenen
Je betaalt met 20 euro
18,25
9,40
16,55
13,85
17,35
met wisselgeld
hoeveel krijg je terug?
?

Slide 14 - Tekstslide

Oefenen
Je betaalt met 20 euro
18,25
9,40
16,55
13,85
17,35
met wisselgeld
hoeveel krijg je terug?
1,75
10,60
3,45
6,15
2,65

Slide 15 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 - Opdracht 1
Op volgorde van klein naar groot:
  1. 5,13
  2. 5,31
  3. 5,91
  4. 6,91
  5. 7,01
  6. 7,35
  7. 7,53

Slide 16 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 1
Ieder stapje is 10 cent
De juiste bedragen:
5,20
5,45
5,65
5,80
6,20

Slide 17 - Tekstslide

Hoofdstuk 8- Opdracht 2
5,15 gepast betalen:
2 munten van 2 euro
1 munt van 1 euro
1 munt van 10 cent
1 munt van 5 cent
of
briefje van 5 euro en muntjes van tien en vijf cent

Slide 18 - Tekstslide

9.30 - 10.15 UUR TWEEDE LESUUR
ENGELS

Slide 19 - Tekstslide

Hoofdstuk 7 reading a menu

  • Je kent de woorden die je nodig hebt om een menu te lezen
  • Je kunt op een menukaart gerechten herkennen
  • Je kunt iets bestellen en daarbij rekening houden met je budget

Slide 20 - Tekstslide

  1. Main course
  2. Meat
  3. Starters
  4. Tomato sauce
  5. Cheese
  6. Orange juice
  7. Ice cream
  8. Green salad
  9. Tea
  1. Thee
  2. Tomatensaus
  3. Kaas
  4. IJs
  5. Salade
  6. Voorgerechten
  7. Vleesgerechten
  8. Jus d'orange
  9. Hoofdgerecht

Slide 21 - Tekstslide

  1. Main course
  2. Meat
  3. Starters
  4. Tomato sauce
  5. Cheese
  6. Orange juice
  7. Ice cream
  8. Green salad
  9. Tea
  1. Hoofdgerecht
  2. Vleesgerechten
  3. Voorgerechten
  4. Tomatensaus
  5. Kaas
  6. Jus d'orange
  7. IJs
  8. Salade
  9. Thee

Slide 22 - Tekstslide

  1. Onion
  2. Vegetables
  3. Mushroom
  4. Fish
  5. Soup
  6. Cake
  7. Chocolate ice cream
  8. Chicken
  9. Vegetarian
  1. Vegetarisch
  2. Champignon
  3. Kip
  4. Vis
  5. Taart
  6. Groenten
  7. Ui
  8. Soep
  9. Chocoladeijs

Slide 23 - Tekstslide

  1. Onion
  2. Vegetables
  3. Mushroom
  4. Fish
  5. Soup
  6. Cake
  7. Chocolate ice cream
  8. Chicken
  9. Vegetarian
  1. Ui
  2. Groenten
  3. Champignon
  4. Vis
  5. Soep
  6. Taart
  7. Chocoladeijs
  8. Kip
  9. Vegetarisch

Slide 24 - Tekstslide

Hoofdstuk 8 
Saying what you like and don't like
Maken: Opdracht 1 tot en met 5 blz. 55-58
Leren woordenlijst blz. 53-54 - 62
Menukaart afmaken voor cijfer

Slide 25 - Tekstslide

Pauze 

10.15 - 10.30 uur
timer
15:00

Slide 26 - Tekstslide

10.30 - 11.15 uur derde lesuur
Nederlands

Slide 27 - Tekstslide

Omgaan met moeilijke woorden
Hoe kun je de betekenis vinden van een woord dat je niet kent?
 - Kijken naar de context, dat zijn de woorden en zinnen rondom het woord
- De betekenis afleiden uit de samenstelling van een woord:
1. samengestelde woorden (aardbeienjam)
2. Vormen van het werkwoord (gelopen)
- Betekenis van het woord opzoeken in een woordenboek

Slide 28 - Tekstslide

  1. Spaarrekening
  2. Budget
  3. Jeugdafdeling
  4. Retourbon
  5. Kortingsbon
  6. Begonnen
  7. Geleerd
  8. Aanschaffen
  9. Saldo
  10. Medicijn
  11. Pinpas


  1. Geneesmiddel
  2. Plastic kaartje om mee te betalen
  3. Bon die je nodig hebt om iets terug te sturen
  4. Bankrekening om te sparen
  5. Afdeling voor de jongeren
  6. Geld dat je tot je beschikking hebt om uit te geven
  7. Bon waarmee je korting kunt krijgen
  8. Werkwoordvorm van "beginnen'
  9. Kopen
  10. Werkwoordsvorm van 'leren'
  11. Hoeveelheid geld op je rekening

Slide 29 - Tekstslide

  1. Spaarrekening
  2. Budget
  3. Jeugdafdeling
  4. Retourbon
  5. Kortingsbon
  6. Begonnen
  7. Geleerd
  8. Aanschaffen
  9. Saldo
  10. Medicijn
  11. Pinpas


  1. Bankrekening om te sparen
  2. Geld dat je tot je beschikking hebt om uit te geven
  3. Afdeling voor de jongeren
  4. Bon die je nodig hebt om iets terug te sturen
  5. Bon waarmee je korting kunt krijgen
  6. Werkwoordvorm van "beginnen'
  7. Werkwoordsvorm van 'leren'
  8. Kopen
  9. Hoeveelheid geld op je rekening
  10. Geneesmiddel
  11. Plastic kaartje om mee te betalen

Slide 30 - Tekstslide

Opdracht 11 blz. 63
Afval scheiden: 
Gerecycled:
Chemokar
Restafval
Glasbak
Glasfabriek
Papiercontainer
Spaarlamp

Slide 31 - Tekstslide

Opdracht 11 blz. 63
Afval scheiden = afval verdelen in groepen en apart inzamelen (papier / glas)
Gerecycled = opnieuw gebruikt: nieuw papier dat gemaakt is van oud papier
Chemokar = wagen waarmee klein chemisch afval wordt ingezameld
Restafval = Al het afval dat overblijft nadat je alles gescheiden hebt
Glasbak = Bak waarin je glas (flessen / potten) kunt inleveren
Glasfabriek = fabriek waar nieuw glas van oud glas wordt gemaakt
Papiercontainer = Container waarin oud papier wordt verzameld
Spaarlamp = gloeilamp die weinig energie verbruikt en lang meegaat

Slide 32 - Tekstslide

NEDERLANDS
Hoofdstuk 5
Onderhandelen over zakgeld
Maken: Opdracht 1 t/m 6
Blz. 68-73 

Slide 33 - Tekstslide

Doelen
  • Je kunt een informatieve tekst lezen en begrijpen
  • Je kunt deelnemen aan een discussie
  • Je kunt je mening geven onderbouwd met argumenten
  • Je kunt luisteren naar de mening van anderen en daar een gepaste reactie op geven

Slide 34 - Tekstslide

12.05 -12.25 MIDDAGPAUZE

Slide 35 - Tekstslide

vijfde lesuur 12.30 - 13.30 uur
Burgerschap
De maatschappij dat ben jij

Slide 36 - Tekstslide

NUMO
Online oefenen met 
Nederlands en Rekenen

Slide 37 - Tekstslide

14.15-14.30 uur:Afsluiting
Stoelen op tafel
Laptops in de oplader
Fijne Middag en
Tot morgen!

Slide 38 - Tekstslide