FT Herzlich Willkommen in der Berufsschule

Herzlich Willkommen in der Berufsschule
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Herzlich Willkommen in der Berufsschule

Slide 1 - Tekstslide

Lektion 2 (Woche 36)
Programm:
Deutsch plaudern
Lesetext mit Fragen
Besprechen
Ihre Antwort auf: Warum kommen Deutsche Gäste gerne in die Niederlande?




Slide 2 - Tekstslide

Ziel: 
Na deze les...
  • kun je aan iemand vragen hoe het met iemand gaat (en daarop reageren).
  • kun je een aantal redenen geven waarom Duitsers zo graag in Nederland op vakantie gaan.
  • kun je een aantal gastronomische en toeristische Duitse woorden benoemen. 
  • kun je in het Duits uitleggen waarom Duitsers zo graag in Nederland op vakantie gaan.

Slide 3 - Tekstslide

Deutsch plaudern.
Warum?
Wie? 
Was? 

Basiswoorden en eenvoudige zinnen
2 sterren= uitgebreidere zinnen, complexere woorden.
3 sterren = doorvraagwoorden en reacties die je zelf verder moet aanvullen.

Slide 4 - Tekstslide

Deutsch plaudern.
Ronde 1: groet elkaar, stel elkaar 1 beleefdheidsvraag en antwoord.

Ronde 2: draai naar achter en/of de twee achterste groepjes met elkaar
Groet elkaar, stel elkaar 1 andere beleefdheidsvraag en antwoord.

Ronde 3: groet elkaar, stel elkaar 2 beleefdheidsvragen en antwoord, 
maar ZONDER BLAD.


timer
1:00
timer
1:00
timer
1:00

Slide 5 - Tekstslide

Warum Deutsche so gern Urlaub machen in den Niederlanden?
Was is jullie voorspelling?

Slide 6 - Tekstslide

Warum Deutsche so gern Urlaub machen in den Niederlanden?
Aufgabe:
  • Lees de vragen op je werkblad.
  • Scan daarna de tekst.
  • Zoek antwoorden op de vragen.
  • Onderstreep woorden die je niet weet.
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide

Warum kommen Deutsche Gäste gerne in die Niederlande?
Weil sie... (omdat ze...)
• die niederländische Küste sehr schön finden. 
• in den Niederlanden viel deutsches Essen essen können.
• die Niederlande nicht weit von Deutschland entfernt sind. 
• alles in den Niederlander weniger kostet als in Deutschland.
• die Freundlichkeit der Niederländer mögen. 
• sich hier als Gast willkommen fühlen. 
• die niederländischen Fahrradwege toll finden. 
• hier gut Deutsch sprechen können.
• in den Niederlanden die Sonne immer scheint.

Slide 8 - Tekstslide

N.a.v. lessen week 36:
Korter kletsen, sneller aan de activiteiten, kortere leestekst.
Die Deutschen
Die Niederländer
Der Gast/ die Gäste
Die deutsche Sprache

sind löcker, offen, freundlich, sprechen Deutsch,
lieben die Küste, finden die Fahrradwege schön, begrüßen, 

Slide 9 - Tekstslide

Lektion 3 (Woche 37)
Programm
  • Korte terugblik
  • Die Welt der Gastronomie: Örte, Berufe und Tätigkeiten

Slide 10 - Tekstslide

Ziele
Na deze les kun je...
  • verschillende functies in de hospitality in het Duits beschrijven,
  • vertellen welke werkzaamheden en eigenschappen bij een functie horen,
  • uit een korte Duitse beschrijving herkennen om welke functie het gaat en uitleggen waaraan je dat herkende.

Slide 11 - Tekstslide

Deutsche Gäste fühlen sich in den Niederlanden willkommen.
Warum auch wieder?

Gebruik een van onderstaande woordcombi's om te starten met je antwoord: 
Weil sie ...
Deutsche Gäste ...

Slide 12 - Tekstslide

Die Welt der Gastronomie FT
Welke taal (woorden) heb je nodig om over jouw beroepswereld te praten?

Opdracht:
Verzamel woorden rondom:
  • Plekken (locaties): waar komen toeristen/gasten zoal?
  • Personen (functies): wie werken daar?
  • Werkzaamheden: wat doen die mensen daar?
  • Eigenschappen: wat moeten deze mensen bezitten aan kennis/vaardigheden/ houding/gedrag om die werkzaamheden te kunnen doen?
 
Noteer eerst woorden die je al weet. Noteer daarna woorden in het Nederlands die je nog niet weet en zoek deze op via mijnwoordenboek.nl.
          Verzamel per categorie minimaal 4 woorden die je nog niet kende.

timer
10:00

Slide 13 - Tekstslide

Zusammenfassung Text
Deutsche Gäste kommen gerne in die Niederlande.
Sie fahren gerne ans Meer, denn sie lieben unsere Küste.
Sie mögen die niederländische Gastfreundlichkeit und Offenkeit.
Sie fühlen sich willkommen, weil man sie hier auf Deutsch begrüßt.
Die Deutschen lieben die niederländische Fahrradkultur.
Vor allem ältere Deutsche lieben es, wenn die Niederländer Deutsch sprechen.
Deutsch sprechen ist deswegen wichtig in diesem Beruf.


Slide 14 - Tekstslide

Die Welt der Gastronomie
Welke taal (woorden) heb je nodig om over jouw beroepswereld te praten?

Opdracht:
Verzamel woorden rondom:
  • Plekken (locaties): waar komen toeristen/gasten zoal?
  • Personen (functies): wie werken daar?
  • Werkzaamheden: wat doen die mensen daar?
 
Noteer eerst woorden die je al weet.
Noteer daarna woorden in het Nederlands die je nog niet weet en zoek deze op via mijnwoordenboek.nl.
Verzamel per categorie minimaal 4 woorden die je nog niet kende.

          Je verzamelt dus minimaal 12 nieuwe Duitse woorden:
4 plekken + 4 personen + 4 werkzaamheden.
timer
7:00

Slide 15 - Tekstslide

1.Welke Duitse woorden ken je al?
2. Welke woorden ken je nog niet? 2
3. Welk woord vind je interessant?

Slide 16 - Open vraag

Ein Beruf beschreiben
In de volgende opdracht gaan we jullie woordverzamelingen bundelen.
Een beroep beschrijven:
  • Wie
  • Waar
  • Wat

3 sterren niveaus.
timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Check der Ziele
Na deze les kun je...
  • verschillende functies in de hospitality in het Duits beschrijven,
  • vertellen welke werkzaamheden en eigenschappen bij een functie horen,
  • uit een korte Duitse beschrijving herkennen om welke functie het gaat en uitleggen waaraan je dat herkende.

Slide 18 - Tekstslide

Stavaza na les 3
1H7: tot aan luisteroefening met woordverzameling
Korte terugkoppeling en dan nog 2 korte opdracht + terugkoppeling.

Slide 19 - Tekstslide

Lektion 4 (woche 39)

Slide 20 - Tekstslide

Lektion'4' (Woche 40)
Wer bist du? 
Dein Leben als Azubi in der Berufsschule und im Nebenjob.

Slide 21 - Tekstslide

Vorige les:
  • Woorden verzameld rondom horecaplekken, beroepen en werkzaamheden
  • Beroepen beschreven

Deze les:
  • Wörter wiederholen
  • Bouwstenen voor het geven van beroepsmatige informatie over jezelf
  • Bouwstenen voor het opvragen van informatie over iemand.
  • Spreekopdracht 'jezelf in functie beschrijven'.

Slide 22 - Tekstslide

Wat tot nu toe gedaan:
  • Startles
  • Begroeten en beleefdheden uitwisselen (= woordenlijst) + waarom Duitsers hier graag komen
  • Waar gaan die Duitsers dan zoal heen en wie werken daar en wat doen ze? (= woordenlijst)
  • Functies en werkzaamheden beschrijven op basis van lees- en luisteroefening




Slide 23 - Tekstslide

De planning voor komende weken
Week 40= jezelf beroepsmatig beschrijven
Week 41= 
Week 42= herfstvakantie
Week 43= 
Week 44= bufferweek

Slide 24 - Tekstslide

Ziel:
Aan het einde van deze les:
kun jij jezelf in het Duits voorstellen als mbo student die werkt als hospitalitymedewerker.

Slide 25 - Tekstslide

Eine Kurze Wiederholung
Was bedeutet ... auch wieder?


Leidinggevende
Pannenkoekenhuis
Receptioniste
Medewerker in de housekeeping
Snackbar
Brasserie
Manager
Terras
Kokkin
Keukenhulp

Slide 26 - Tekstslide

Aufgabe
  • Lees de tekst over Anna aandachtig door.
  • Vul de vragen aan met Duitse antwoorden. Kijk in de tekst om de antwoorden te formuleren.
  • Draai het opdrachtblad om.
  • Betrek het verhaal van Anna in deze opdracht op jezelf.

Slide 27 - Tekstslide

Aufgabe
  • Open je mail en open daarin mijn mail.
  • Beluister de opname over Yassin.
  • Vul de vragen aan met Duitse antwoorden. Beluister de opname nogmaals om de antwoorden te formuleren.
  • Draai daarna je blad om.
  • Formuleer in deze opdracht Duitse voorstelzinnen over jezelf. 

Slide 28 - Tekstslide

Aufgabe
  • Lees de tekst over Morris en haal daar voor jezelf handige chunks uit die je zelf zou kunnen gebruiken.
  • Formuleer daarna een tekst waarin je jezelf als mbo student en als jonge professional beschrijft. 

Slide 29 - Tekstslide

Nu de andere kant
Je hebt net informatie over jezelf beschreven, maar in jullie professionele context zijn jullie ook regelmatig degene die informatie op moeten halen.

  • Hoe haal je informatie op bij anderen?
  • Welke talige elementen zet je daarvoor in?

Slide 30 - Tekstslide

Aufgabe
1= Verbind het Nederlandse vraagwoord met het Duitse vraagwoord. Start met de meest logische.
2= lees de Duitse zin en bepaal welk vraagwoord passend is.

Slide 31 - Tekstslide

Aufgabe
1= Vertaal onderstaande vraagwoorden van Duits naar Nederlands.
2= Lees de zin, vertaal deze in je hoofd en bepaal welk vraagwoord past.

Slide 32 - Tekstslide

Aufgabe
Bekijk de Nederlandse vraagzinnen op je dubbelgevouwen blad.
Kies er 7 uit en vertaal deze zo letterlijk mogelijk naar het Duits. 

Slide 33 - Tekstslide

Gesprächsaufgabe
Stel jezelf aan je medestudent voor op basis van de vragen die hij/zij je stelt. 

Je hebt hiervoor je beschrijving over jezelf nodig en het blad met taalbouwstenen rondom vragen stellen. 

Slide 34 - Tekstslide

Lektion 5 (Woche 41)
Der Herbst<br />Die Herbstferien<br />Das Herbstarrangement

Slide 35 - Tekstslide

Vorige les: 
  • Wörter wiederholen
  • Bouwstenen voor het geven van beroepsmatige informatie over jezelf
  • Bouwstenen voor het opvragen van informatie over iemand.
  • Spreekopdracht 'jezelf in functie beschrijven'.
Deze les:
  • Hints voor het terughalen van woorden
  • Bouwstenen voor het opvragen van informatie over iemand.
  • Gesprekslang jezelf school-en beroepsmatig voorstellen.
  • Gastcommunicatie bij de verschillende werkzaamheden.

Slide 36 - Tekstslide

Hints
Jullie horen een aantal beschrijvingen van woorden die de afgelopen weken de revue gepasseerd hebben.
Aan jullie de taak om te raden welk kernwoord bedoeld wordt.
Schrijf dit kernwoord zo foutloos mogelijk op je whiteboardje.

Jullie ontvangen in groepjes van 2/ 3 strookjes met de beschrijvingen.
Iedere student leest een strookje voor en de anderen raden op basis van de beschrijving het kernwoord. 

Slide 37 - Tekstslide

Zenden en vragen...
Je hebt vorige week informatie over jezelf geschreven, maar in jullie professionele context zijn jullie ook regelmatig degene die informatie op moeten halen.

  • Hoe haal je informatie op bij anderen?
  • Welke talige elementen zet je daarvoor in?

Slide 38 - Tekstslide

Aufgabe
1= Verbind het Nederlandse vraagwoord met het Duitse vraagwoord. Start met de meest logische.
2= lees de Duitse zin en bepaal welk vraagwoord passend is.

Slide 39 - Tekstslide

Aufgabe
1= Vertaal onderstaande vraagwoorden van Duits naar Nederlands.
2= Lees de zin, vertaal deze in je hoofd en bepaal welk vraagwoord past.

Slide 40 - Tekstslide

Aufgabe
Bekijk de Nederlandse vraagzinnen op je dubbelgevouwen blad.
Kies er 7 uit en vertaal deze zo letterlijk mogelijk naar het Duits. 

Slide 41 - Tekstslide

Nog even tussendoor...
even stilstaan bij wat talige elementen.
Dagen, maanden, kloktijden.

Slide 42 - Tekstslide

Fragenschlange
  • Maak groepjes van 2 personen.
  • Je ontvangt een vragenslang, een vragenblad, een opdrachtenblad en een dobbelsteen.
  • Gooi met de dobbelsteen. Het aantal ogen bepaalt welke Duitse vraag je stelt/ welke opdracht er uitgevoerd moet worden.
  • Je medestudent antwoordt in het Duits, op basis van zijn/ haar eigen informatie. 

Slide 43 - Tekstslide

Terugblik 08/10
Meer korte gerichte opdrachten.
Opdr.met vraagwoorden ter herhaling.
Opdr.met glitterwoorden.
Opdr.met am/ auf/in/enz.
Opdr.rondom tijd e.d.
Daarna zinnen oefenen met hulp en daarna zonder hulp.

Slide 44 - Tekstslide