Wat is economie

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kan je:
1. in eigen woorden uitleggen waar economie over gaat.
2. voorbeelden geven van wat jijzelf met de economie te maken hebt.
3. verklaren hoe bedrijven en de overheid met de economie te maken hebben.
4. je een geldbedrag op de juiste manier noteren en uitspreken.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Filmpje: Wat is Economie?
Waar gaat economie over?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaat economie over?

Er is van alles wat je nodig hebt of graag wilt hebben.
Dat zijn je behoeften.


Economie gaat over behoeften en hoe je daarin kunt voorzien. En dat je daarbij keuzes moet maken.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jij en de economie
  • Wat gebeurt er in de wereld?
  • Wat doet de regering?
  • Hebben je ouders werk?
  • Gaan de uitkeringen omhoog

Allemaal vragen die met economie te maken hebben.

https://nos.nl/nieuws/economie 



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn behoeftes?

Alles wat je nodig hebt of graag wilt hebben
MAAR
Keuzes maken, want je hebt niet genoeg geld of tijd om in alle behoeftes te voorzien

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consument

Consumenten kopen goederen en diensten om in hun eigen behoeften te voorzien (dus niet voor uitoefening van bedrijf)--> Dan ben je aan het consumeren.

Producent

Producenten zijn bedrijven of de overheid die goederen of diensten produceren.


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overheid en economie zijn met elkaar verbonden.

  • de overheid  geeft geld uit aan bijvoorbeeld wegen en scholen.
  • Mensen en bedrijven betalen belasting aan de overheid.
  • De overheid helpt met subsidies (groene energie).
  • Bij problemen in de economie kan de overheid helpen (bijvoorbeeld bij hoge werkeloosheid).

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een consument is iemand die .....
A
goederen of diensten koopt om in hun behoeften te voorzien
B
goederen maakt om in hun behoeften te voorzien.
C
diensten koopt en maakt om in hun behoeften te voorzien.
D
goederen of diensten maakt om in hun behoeften te voorzien.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Producent
A
Mensen die iets maken.
B
Winkels, webshops en bedrijven die iets maken.
C
Winkels, webshops en bedrijven die iets maken of voor je doen.
D
Bedrijven die iets maken of iets voor je doen.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat doen bedrijven en de overheid in de economie?
A
Alleen bedrijven doen iets in de economie, de overheid niet.
B
Bedrijven maken en verkopen spullen, en de overheid helpt met regels en voorzieningen.
C
De overheid verkoopt spullen en bedrijven maken alleen wetten.
D
Bedrijven en de overheid hebben niets met de economie te maken.

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afronden
€ 79,998 wordt
A
€ 79,99
B
€ 80,00
C
€ 81,-
D
€ 79,-

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op het voorblad staat geldbedragen afronden op 2 decimalen.
Een goed voorbeeld is:
A
€4,25
B
4,35
C
€4,3
D
€4,-

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afronden op hele getallen.
15,49 wordt ...
A
16
B
15
C
15,5
D
15,4

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afronden op één cijfer achter de komma.
5,549 wordt ...
A
5,4
B
5,6
C
5,5
D
6,0

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afronden op twee cijfers achter de komma.
4,5749 wordt ...
A
4,57
B
4,56
C
4,55
D
4,60

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken maken 1.1:
blz. 10 - blz. 15
Opdracht: 1ab, 2, 3b, 4 t/m 8, 10, 13
Rekenopgaves 11 , 14, 15

Niet af? --> Huiswerk voor volgende les. 


Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies