W4-Ex2-Lb2-Klimaatgebieden en bodemonderzoek

Vandaag de dag 
  • Lekker lezen 
  • De vijf klimaatgebieden + kenmerken
  • Hoe ziet de bodem hier in Elst eruit?
Agenda van vandaag 
  • Leesopdracht                                  
  • Klassikale uitleg + QUIZZZZ                             
  • Aan de slag: Opdracht                                           
  • Pauze (13.50-14.05)                          
  • Uitleg                                                 
  • Aan de slag: Naar buiten                               
  • Herhaling                                        
  • Plantje :)                                          
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
M&MMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 1

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Vandaag de dag 
  • Lekker lezen 
  • De vijf klimaatgebieden + kenmerken
  • Hoe ziet de bodem hier in Elst eruit?
Agenda van vandaag 
  • Leesopdracht                                  
  • Klassikale uitleg + QUIZZZZ                             
  • Aan de slag: Opdracht                                           
  • Pauze (13.50-14.05)                          
  • Uitleg                                                 
  • Aan de slag: Naar buiten                               
  • Herhaling                                        
  • Plantje :)                                          

Slide 1 - Tekstslide

Eerst even lezen :) 
 Pak je boek, lekker lezen 


timer
15:00

Slide 2 - Tekstslide

Klimaatgebieden
Leerdoelen van deze les:
  • Ik kan de vijf klimaatgebieden herkennen en benoemen.
  • Ik kan drie kenmerken van een klimaatgebied benoemen.


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

De vijf klimaatgebieden 
Op de wereld zijn er ongeveer vijf klimaatgebieden te herkennen. 
In de volgende dia's komen de vijf gebieden voorbij. 
  • Let op! Elk klimaatgebied heeft eigen kenmerken, kan jij hierna minimaal drie kenmerken per klimaatgebied noemen?

Slide 5 - Tekstslide

Vijf klimaatgebieden

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

1. Tropisch klimaat
Kenmerken: 
  • warm
  • regenseizoen (nat!!)  
  • veel begroeiing 

Slide 8 - Tekstslide

2. Droog klimaat
Kenmerken: 
  • droog
  • overdag warm, in de nacht koud
  • weinig tot geen begroeiing (cactus..)  

Slide 9 - Tekstslide

3. Zeeklimaat
Kenmerken: 
  • aan zee 
  • niet heel koude winters, niet heel warme zomers 
  • Loofbomen (bomen met blaadjes!) 

Slide 10 - Tekstslide

4. Landklimaat
Kenmerken: 
  • hele koude winters
  • hele warme zomers
  • naaldbossen 

Slide 11 - Tekstslide

5. Poolklimaat
Kenmerken: 
  • koud 
  • veel neerslag 
  • weinig begroeiing (wat mos...) 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Hoe noem je een soort plant die in woestijn klimaat groeit.

Slide 14 - Open vraag

Bij welk klimaatgebied hoort deze begroeiing?
A
Woestijnklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Landklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 15 - Quizvraag

Bij welk klimaatgebied hoort deze begroeiing?
A
Poolklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Landklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 16 - Quizvraag

Bij welk klimaatgebied hoort deze begroeiing?
A
Poolklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Landklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 17 - Quizvraag

Bij welk klimaatgebied hoort deze begroeiing?
A
Poolklimaat
B
Tropisch klimaat
C
Landklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 18 - Quizvraag

Bij welk klimaatgebied hoort deze begroeiing?
A
Poolklimaat
B
Woestijnklimaat
C
Landklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 19 - Quizvraag

Noem een ander woord voor droog klimaat.

Slide 20 - Open vraag

Welk klimaatgebied zie je hier?
A
Poolklimaat
B
Woestijnklimaat
C
Tropischklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 21 - Quizvraag

Welk klimaatgebied zie je hier?
A
Poolklimaat
B
Woestijnklimaat
C
Tropischklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 22 - Quizvraag

Welk klimaatgebied zie je hier?
A
Poolklimaat
B
Woestijnklimaat
C
Tropischklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 23 - Quizvraag

Welk klimaatgebied zie je hier?
A
Poolklimaat
B
Woestijnklimaat
C
Tropischklimaat
D
Zeeklimaat

Slide 24 - Quizvraag

Toendra (koud klimaat)
Woestijn
Naaldbos
Tropisch regenwoud
Loofbos

Slide 25 - Sleepvraag

Wat
Maak het werkblad klimaatgebieden en één van de twee keuzeopdrachten:
LessonUp: W4-Ex2-Lb2-Keuzeopdracht 1-Klimaatgebieden poster, of
LessonUp: W4-Ex2-Lb2-Keuzeopdracht 2-Klimaatgebieden filmpje (NIET)

Hoe
Maak eerst het werkblad: Klimaatgebieden. 
Klaar? Kies een klimaat en maak een tekening over de flora en fauna 

Hoelang
45 min en 10 min terugkoppeling

Eerder klaar?
Maak dan de LessonUp: verdieping
timer
45:00

Slide 26 - Tekstslide

Terugkoppeling leerdoelen

  • Ik kan de vijf klimaatgebieden herkennen en benoemen.
  • Ik kan drie kenmerken van een klimaatzone benoemen. 

Slide 27 - Tekstslide

Bodemonderzoek
Bodemonderzoek

Slide 28 - Tekstslide

Leerdoelen van deze les

  • Ik kan uitleggen wat bodemonderzoek is en waarom het belangrijk is.
  • Ik kan zelfstandig een bodemonderzoek uitvoeren.
 

Slide 29 - Tekstslide

Wat is bodemonderzoek?
Bodemonderzoek is het onderzoeken van de eigenschappen van de bodem op een bepaalde plek. Dit kan om verschillende redenen worden gedaan, zoals landbouw, bouwprojecten of milieustudies.

Slide 30 - Tekstslide

Bodemsoort – Is de bodem zeeklei, rivierklei, veen, leem of zand?

Vochtigheid – Hoe nat of droog is de bodem?

pH-waarde (zuurgraad) – Is de bodem zuur, neutraal of basisch?
Bij bodemonderzoek kijk je naar

Slide 31 - Tekstslide

Bodemsoorten 
Bodemsoorten in Nederland
Klik ze aan om er meer over de bodems te weten te komen.
Veen
Deze natte, sponsachtige grondsoort is ontstaan door afgestorven planten in moerassen. Wanneer plantenresten onder water komen te liggen, kunnen bacteriën en schimmels door weinig zuurstof de plantenresten niet meer goed afbreken. De plantenresten hopen dan op. Zo kunnen dikke pakketten veen ontstaan, waarin takjes, bladeren en soms hele stammen nog duidelijk te zien zijn. De bodem is erg slap en heeft een donkere kleur, bijvoorbeeld bruin of zwart. Onderin de bodem is het veen harder dan aan de oppervlakte.
Rivierklei
Rivierklei is te vinden in een rivierkleilandschap en is bruin of grijs van kleur. Wanneer er veel ijzer in de klei zit, kleurt het oranje. De klei is zwaar, plakkerig en vast. Net zoals bij zeeklei kan er weinig door de klei heen. Wanneer de klei nat is, is het oppervlak egaal en glad. Wanneer de klei droog is, heeft het een brokkelige structuur en zijn er scheuren in de klei te zien. Ook in rivierklei kunnen delen van schelpen te vinden zijn. Rivierklei bestaat uit fijne korrels en is veel jonger dan de oude zeeklei. Op deze gebieden is het moeilijk om water uit de bodem te verwijderen en daardoor is het meer gebruikelijk voor grasland dan voor akkerbouw.
Zand
Zand bestaat uit zeer kleine stukjes steen, zandkorrels, die in grootte verschillen tussen 0,063 mm en 2 mm. Als de korrels kleiner dan 0,063 mm zijn heet de grondsoort silt; bij korrels groter dan 2 mm spreken we van grind. Het zand wordt vervoerd door water en wind. Onder zandgrond vallen ook de duinen.<div>De grond is onvruchtbaar.&nbsp;</div>
Zeeklei
Zeeklei heeft meestal een blauwgrijze kleur. Er kan weinig water door de zeeklei heen, omdat de kleideeltjes dicht op elkaar zitten. De klei is daarom zwaar, plakkerig en vast. Ook kun je in de klei delen van schelpen tegenkomen. Zeeklei is zeer vruchtbaar. Gebieden met zeeklei worden vaak gebruikt voor akkerbouw.
Leem
Leem komt voor in een zandlandschap en komt in verschillende kleuren voor. Er bestaan rode, witte en donkerbruine leem. Leem is fijner dan zand en kan zowel door de wind, door rivieren als door ijs worden vervoerd. Leem is zacht en plakkerig wanneer het nat is. Leem is een vruchtbare grondsoort.

Slide 32 - Tekstslide

Doel:
Onderzoek de eigenschappen van kleigrond en bepaal of deze geschikt is voor landbouw of bouw.

Wat heb je nodig:
  • Grondboor
  • Water
  • Lakmoespapier (pH-test)
  • Pen en papier 
  • Je werkt samen in een tweetal
Zelf onderzoek doen

Slide 33 - Tekstslide

Je werkt hier tijdelijk samen met andere tweetallen voor het maken van het gat. 

  1. Graaf een gat van ongeveer 30 cm diep en haal een bodemmonster eruit.
  2. Beschrijf de kleur, structuur en geur van de grond
STAP 1 - Monster nemen

Slide 34 - Tekstslide

  1. Neem een beetje grond in je hand en knijp erin.
  2. Is de grond kleverig en blijft het aan je handen plakken? Dan bevat het veel klei.

STAP 2 - Voeltest

Slide 35 - Tekstslide

  1. Maak een klein kuiltje in de grond en giet er wat water in.
  2. Observeer hoe snel het water wegzakt.
  • Snel → zandgrond
  • Langzaam → kleigrond
STAP 3 - Waterdoorlatendheid

Slide 36 - Tekstslide

Waarom is een pH-test belangrijk?

Invloed op plantengroei 🌱
Sommige planten groeien beter in zure grond (zoals heide en rododendrons), terwijl andere juist een neutrale of basische bodem nodig hebben (zoals kool en lavendel).

Beschikbaarheid van voedingsstoffen 🌾
Bij een verkeerde pH-waarde kunnen voedingsstoffen zoals stikstof, fosfor en kalium minder goed worden opgenomen door planten.
In een te zure bodem kunnen sommige metalen (zoals aluminium) vrijkomen, wat schadelijk kan zijn voor planten.

Gezondheid van het bodemleven 🐛
Bodemorganismen zoals bacteriën en wormen functioneren het best bij een optimale pH.
Een te zure of te basische bodem kan schadelijk zijn voor deze nuttige organismen.

Landbouw en tuinbouw 🚜
Boeren en tuinders testen regelmatig de pH om te bepalen of ze kalk (om de bodem minder zuur te maken) of zwavel (om de bodem zuurder te maken) moeten toevoegen.
STAP 4 - pH-test

Slide 37 - Tekstslide

  1. Meng een kleine hoeveelheid grond met water (maak een hoopje op de grond met een kuiltje daarin)
  2. Doop het lakmoespapiertje in het water en vergelijk de kleur met de pH-schaal.
  3. Noteer de pH-waarde:
  • Zuur (pH 4-6)
  • Neutraal (pH 7)
  • Basisch (pH 8-9)
STAP 4 - pH-test

Slide 38 - Tekstslide

  1. Is de grond geschikt voor landbouw? (Vruchtbare kleigrond is goed voor gewassen)
  2. Is de grond geschikt voor bouw? (Te natte kleigrond kan problemen veroorzaken)
  3. Wat zijn de sterke en zwakke punten van deze grond?
  4. Komt de grondsoort van het bodemonderzoek overeen met de grondsoort die volgens de atlas in Elst moet zijn?
STAP 5 - Conclusie

Slide 39 - Tekstslide

Uitdelen werkblad

Slide 40 - Tekstslide

Wat
Je gaat nu bodemonderzoek uitvoeren in je tweetal (zie werkblad).

Hoe
Je werkt het werkblad stap voor stap af met je partner.


Hoelang
45 min en 10 min terugkoppeling


Klaar?
Stap 5 - Conclusie maak je in het lokaal!
timer
45:00

Slide 41 - Tekstslide

Terugkoppeling leerdoelen


  • Ik kan uitleggen wat bodemonderzoek is en waarom het belangrijk is
  • Ik kan zelfstandig een bodemonderzoek uitvoeren

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide