Proefles Puzzelen met een tekst, 0F

Puzzelen met een tekst
1 / 9
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmbo, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 9 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Introductie

Methode: SCORE, oriënterend, globaal, precies lezen, samenvatten, leesvaardigheid: macro meso micro

Instructies

Deze leestraining biedt ondersteuning bij het lezen op tekst-, alinea- , woord- en zinsniveau. 
In het volgsysteem van SCORE ziet u of leerlingen hiermee moeite hebben.

U kunt deze training verdeeld over meerdere lessen geven.

Inhoud:
- Zien waar de tekst ongeveer over gaat (oriënterend lezen)
- Lezen waarover de tekst gaat (globaal lezen)
- De tekst tot in detail uitzoeken en begrijpen (precies lezen)
- De belangrijkste punten navertellen (samenvatten)

Onderdelen in deze les

Puzzelen met een tekst

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  1. Je kunt uitleggen waarin begrijpend lezen lijkt op het
    maken van een
    legpuzzel.
  2. Je kunt vertellen hoe begrijpend lezen in 5 stappen gaat.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrijpen wat er staat

Op school moet je veel lezen. Een tekst begrijpen lukt niet altijd direct. Vaak is het nodig even te puzzelen. 

Vergelijk begrijpend lezen met
het maken van een legpuzzel.
Weet je nog hoe dat gaat?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Puzzelstukjes leggen
Je krijgt twee teksten. Kijk naar de titel, het plaatje, opvallende woorden en kopjes. Je hoeft de teksten niet te lezen.
  1. Je krijgt een rijtje woorden. Welke woorden horen volgens jou bij tekst 1 en welke bij tekst 2? Noteer dit achter elk woord.
  2. Vergelijk je antwoorden met die van een klasgenoot. Vertel bij ieder woord waarom het volgens jou in tekst 1 of tekst 2 past.
  3. Maak nu de puzzels: schrijf de woorden op de goede plek in de teksten. 

Slide 4 - Tekstslide

Tekst 1:  'Andere  zintuigen' (zie bijlage  van deze les)

Tekst 2: 'Basisbehoeften' (zie bijlage van deze les)
Wat doe jij als eerst wanneer
je een legpuzzel maakt?

Slide 5 - Woordweb

Veel puzzelaars werken van groot naar klein.
- Eerst bekijk je de afbeelding op de buitenkant van de doos.
- Daarna zoeken de meeste puzzelaars de hoekstukjes. Die weet je al meteen. 
- Dan is het slim om alle zijkantjes te zoeken. Hiermee kun je al het hele raamwerk van de tekst maken.
- Dan pas ga je de binnenkant (inhoud) van de puzzel invullen.
De tekst als puzzel
1. Vorm je een beeld. Bekijk de ‘buitenkant’ van de tekst.
2. Bedenk wat je nu al weet (dat zijn je ‘hoekstukken’).
3. Let daarna alleen op de alinea’s (de ‘zijkantjes’).
4. Vul dan pas de details in. Zoek de betekenis op van moeilijke woorden. Zoek in de tekst naar antwoorden op alle vragen.
5. Uiteindelijk kun je de tekst in je eigen woorden samenvatten. De ‘puzzel’ is compleet.

Slide 6 - Tekstslide

Tekst 1:  'Andere  zintuigen' (zie bijlage  van deze les)

Tekst 2: 'Basisbehoeften' (zie bijlage van deze les)
De volgende les
In de volgende les oefen je met stap 1 en 2: 
1. Vorm je een beeld. Bekijk de ‘buitenkant’ van de tekst.
2. Bedenk wat je nu al weet (dat zijn je ‘hoekstukken’).

Slide 7 - Tekstslide

Tekst 1:  'Andere  zintuigen' (zie bijlage  van deze les)

Tekst 2: 'Basisbehoeften' (zie bijlage van deze les)
Momentje  nadenken

Slide 8 - Tekstslide

Hoe gaat het nu?
Wat gaat goed, wat kan beter?
Welke vragen heb je nog? Die kun je bij de volgende dia invullen.
Welke vragen heb je nog?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies