Powercollege 7_Bedrijfsvormen

Powercollege 7_bedrijfsvormen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Powercollege 7_bedrijfsvormen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je weet wat de vijf verschillende bedrijfsvormen zijn & kunt de kenmerken van elke bedrijfsvorm opnoemen
  • Je weet wat een ZZP'er is
  • Je weet welke vorm van belasting elke bedrijfsvorm betaalt
  • Je kunt minimaal 2 voorbeelden van elke bedrijfsvorm opnoemen
  • Je weet wat een organogram is en je kunt deze goed lezen en maken
  • Je kun 2 redenen opnoemen waarom iemand een werknemer wordt en waarom iemand juist een eigen bedrijf start. 

Slide 2 - Tekstslide

Waarom zou iemand werken voor bedrijf, organisatie of overheid?
  • Je hebt recht op een aantal dagen vakantie
  • Je hebt recht op een bepaald salaris wat je minimaal elke maand krijgt voor je gewerkte uren.
  • Je hebt recht op een uitkering, wanneer je werkloos wordt (en je hier zelf niks aan kunt doen)
  • Je hebt gewoon meer zekerheid

Slide 3 - Tekstslide

Waarom zou iemand een eigen bedrijf starten?

Slide 4 - Open vraag

Iemand start een eigen bedrijf omdat: 
  • Als het je lukt om een goed bedrijf te beginnen, kun je veel geld verdienen.

  • Je wilt niet voor iemand werken, maar lekker je eigen gang gaan en je eigen ding doen.   

Slide 5 - Tekstslide

Als je een bedrijf begint moet je kiezen uit een ondernemingsvorm:
  • Je hebt de volgende ondernemingsvormen:
  • Eenmanszaak
  • Vof
  • BV
  • NV
  • Stichting
  • ZZP'er





Slide 6 - Tekstslide

Eenmanszaak
  • Er IS 1 EIGENAAR die de baas is. De ondernemer kan wel personeel in dienst hebben.
  • Het geld van het bedrijf en het geld van de eigenaar zijn niet van elkaar gescheiden. Dat betekent dat de schuldeisers van het bedrijf  de privé spullen van de eigenaar kan claimen. (als de eigenaar de lening niet kan terugbetalen)
  • De eigenaar betaalt inkomstenbelasting.



Slide 7 - Tekstslide

VOF (vennootschap onder firma)
  • Er zijn 2 OF MEERDERE EIGENAREN
  • Het geld van het bedrijf en het geld van de eigenaren zijn niet van elkaar gescheiden. Dat betekent dat de schuldeisers van het bedrijf de privé spullen van de eigenaar kan claimen. (als de eigenaar de lening niet kan terugbetalen)
  • De eigenaar betaalt inkomstenbelasting.



Slide 8 - Tekstslide

BV (Besloten vennootschap)
  • De eigenaren zijn aandeelhouders.
  • De aandelen van het bedrijf kunnen NIET vrij worden verhandeld en de aandelen komen op naam te staan.
  • Een ondernemingsvorm waarbij het geld van het bedrijf en eigenaren gescheiden zijn. Ook de schulden zijn gescheiden. Als een bedrijf failliet gaat kunnen de schuldeisers niet het privé geld van de eigenaren claimen.  (als de eigenaren de lening niet kan terugbetalen)
  • Over de winst wordt vennootschapsbelasting betaald.

Slide 9 - Tekstslide

NV (Naamloze vennootschap) 
  • De eigenaren zijn aandeelhouders.
  • De aandelen van het bedrijf KAN WEL vrij mee worden gehandeld.
  • Een ondernemingsvormen waarbij het geld van het bedrijf en eigenaren gescheiden zijn. Ook de schulden zijn gescheiden.  Als een bedrijf failliet gaat kunnen de schuldeisers niet het privé geld van de eigenaren claimen. (als de eigenaren de lening niet kan terugbetalen).
  • Over de winst wordt vennootschapsbelasting betaalt.

Slide 10 - Tekstslide

Van een bv ...
A
... kan niet iedereen aandelen kopen
B
... kan iedereen aandelen kopen

Slide 11 - Quizvraag

inkomstenbelasting
vennootschapsbelasting
Eenmanszaak
Vennootschap onder firma
BV
NV

Slide 12 - Sleepvraag

Stichting
  • Een bedrijf die is opgericht voor een bepaald doel.
  • De stichting mag geen winst maken en moet al het geld dat ze verdienen voor hun doel gebruiken.
  • Ze mogen wel werknemers in dienst nemen.


Slide 13 - Tekstslide

ZZP'er (zelfstandige zonder personeel
  • Een bedrijf waar 1 iemand werkt, namelijk de eigenaar.
  • Over het geld wat de eigenaar verdient betaalt hij inkomstenbelasting. 
  • Bij deze ondernemingsvorm mag je geen personeel aannemen.

Slide 14 - Tekstslide

Organigram
  • Een overzicht dat aangeeft hoe de taken en verantwoordelijkheden binnen een bedrijf zijn verdeeld

Slide 15 - Tekstslide

Wat is een verschil tussen een stichting en een bv?
A
Een stichting heeft geen doel, een bv wel.
B
Het doel van een bv is meestal (maximale) winst, het doel van een stichting is niet-commercieel.
C
Een bv is geen rechtspersoon, een stichting is dat wel.
D
Een stichting is geen rechtspersoon, een bv is dat wel.

Slide 16 - Quizvraag

Bij een BV of een NV
A
Zijn de eigenaren de aandeelhouders
B
Hoeven de eigenaren geen leiding te geven aan de onderneming
C
Benoemen en ontslaan de eigenaren de leiding van de onderneming
D
A, B en C zijn juist

Slide 17 - Quizvraag

Eenmanszaak
VOF
BV en NV
Een eigenaar
Meerdere eigenaren die samen de leiding hebben. 
Heeft aandeelhouders

Slide 18 - Sleepvraag

Is de stelling juist of onjuist?
Als een BV failliet gaat, lopen de eigenaren kans dat ze hun privégeld kwijtraken.
Iedereen die dat wil, kan aandelen van een NV kopen.
Een BV heeft gewoonlijk meer aandeelhouders dan een NV.
Een NV kan de winst uitkeren aan de eigenaars.
Juist
Juist
Juist
Juist
Onjuist
Onjuist
Onjuist
Onjuist

Slide 19 - Sleepvraag

ZZP is een vorm van
A
Loondienst
B
Eigen onderneming
C
Uitbesteden van werk

Slide 20 - Quizvraag

Klopt deze organigram?
A
Ja, alle chefs staan onder de directeur
B
Nee, de chefs horen boven de directeur
C
Ja, de secretaresse en boekhouder horen naast de directeur
D
Nee, de secretaresse en boekhouder horen tussen de directeur en het personeel

Slide 21 - Quizvraag