Afweer (Biologie havo), les 2: Examentraining

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Examentraining

Afweer: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: welke cel of stof doet wat, een grafiek over antistoffen lezen, bloedgroepen en transfusie, en immuniteit en antibiotica. Acht vragen en een poll.

Onderdelen in deze les

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Examentraining

Afweer: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: NIAID / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over afweer, immuniteit en bloedgroepen beantwoorden met de juiste vaktaal.

Deze slide heeft geen instructies

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven (situatie, schema, tabel of grafiek) en wat moet je doen?

  • 2. Zoek: welke afweercel, welk antigeen of welke antistof speelt de hoofdrol?

  • 3. Verbind: leg het verband met een omdat: de cel herkent het antigeen, dus ...

  • 4. Schrijf: een kort antwoord met de juiste begrippen.

Deze slide heeft geen instructies

De stappen van de verworven afweer (schema)

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Vraagtype 1: welke cel of stof doet wat?

  • Volg het schema: macrofaag, T-helpercel, B-cel of cytotoxische T-cel, plasmacel.

  • Antistoffen worden gemaakt door plasmacellen, geïnfecteerde cellen worden gedood door cytotoxische T-cellen.

  • Een receptor of antistof past op één antigeen.

  • Schrijf een verband: omdat de vorm past, bindt de antistof alleen aan dat antigeen.

Image credit: Eigen schema voor deze les

Een patiënt heeft een virusinfectie. Welke cel doodt de geïnfecteerde lichaamscellen?

A

Plasmacel

B

B-cel

C

Macrofaag

D

Cytotoxische T-cel

De cytotoxische T-cel doodt geïnfecteerde cellen. Verwachte fout: de plasmacel kiezen omdat die een rol in de afweer heeft; die maakt alleen antistoffen.

Waarom bindt een antistof maar één antigeen?

Een goed antwoord: de antistof heeft een vorm die alleen op dat ene antigeen past, zoals een sleutel in een slot. Verwachte fout: zeggen dat antistoffen alles aanvallen.

Antistoffen in het bloed na twee vaccinaties (eigen gegevens)

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Vraagtype 2: een grafiek over afweer lezen

  • Kijk eerst naar de assen: welke grootheid staat waar en in welke eenheid?

  • Zoek de momenten van de vaccinaties en lees af wanneer de lijn stijgt en wat de top is.

  • Vergelijk pieken met een deling of een aantal dagen verschil.

  • Verklaar het verschil met de begrippen uit de les.

Image credit: Eigen schema voor deze les

Hoeveel keer zo hoog is de piek na de tweede vaccinatie als na de eerste?

A

2 keer zo hoog

B

6 keer zo hoog

C

8 keer zo hoog

D

4 keer zo hoog

Eerste piek 20 eenheden, tweede piek 80 eenheden: 80 : 20 = 4. Verwachte fout: het verschil (60) met de verhouding verwarren. Image credit: Eigen schema voor deze les

Hoeveel dagen na de tweede vaccinatie is de piek?

A

35 dagen

B

7 dagen

C

28 dagen

D

14 dagen

Tweede vaccinatie op dag 28, piek op dag 35: 7 dagen. Verwachte fout: 35 dagen noemen (de dag in plaats van het verschil). Image credit: Eigen schema voor deze les

Een zak met donorbloed tijdens een bloedtransfusie

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Vraagtype 3: bloedgroepen en transfusie

  • Rode bloedcellen hebben antigeen A, B, A en B, of geen.

  • In het plasma zitten antistoffen tegen de antigenen die je zelf niet hebt.

  • Een antistof reageert met het bijbehorende antigeen: de rode bloedcellen klonteren samen.

  • Redeneer altijd vanuit de acceptor: welke antistoffen heeft die?

Image credit: Wikimedia Commons, CC0

Welke antistoffen heeft iemand met bloedgroep B?

Antwoord: anti-A. Bloedgroep B heeft antigeen B en maakt antistoffen tegen het antigeen dat ontbreekt. Verwachte fout: anti-B noemen.

Ahmed heeft bloedgroep O en krijgt per ongeluk bloed van groep A. Wat gebeurt er?

A

Anti-B in zijn plasma klontert het donorbloed samen

B

Er gebeurt niets, want hij heeft geen antigenen

C

Anti-A in zijn plasma klontert het donorbloed samen

D

Anti-A van het donorbloed klontert zijn rode cellen samen

Bloedgroep O heeft anti-A en anti-B in het plasma; de rode cellen van de donor hebben antigeen A. Verwachte fout: denken dat bloedgroep O niets heeft en dus niet reageert.

Een kind krijgt een vaccin

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Vraagtype 4: immuniteit en antibiotica

  • Bepaal eerst: maakt de persoon zelf antistoffen (actief) of krijgt die ze van buiten (passief)?

  • Bepaal dan: gebeurt het vanzelf (natuurlijk) of via een medische handeling (kunstmatig)?

  • Antibiotica werken tegen bacteriën, niet tegen virussen.

  • Bij een argument noem je een gevolg en leg je uit waarom.

Image credit: David Mark / Wikimedia Commons, CC0

Een kind krijgt een vaccin tegen HPV, een virus. Welke immuniteit levert dit op?

A

Kunstmatige actieve immuniteit

B

Natuurlijke actieve immuniteit

C

Kunstmatige passieve immuniteit

D

Natuurlijke passieve immuniteit

Het kind maakt zelf antistoffen en geheugencellen (actief) na een medische handeling (kunstmatig). Verwachte fout: passief kiezen omdat een vaccin wordt toegediend.

Waarom werkt een antibioticum niet tegen griep?

Griep wordt veroorzaakt door een virus; antibiotica werken alleen tegen bacteriën. Verwachte fout: zeggen dat het virus resistent is geworden.

Welk vraagtype vind je het lastigst?

1

Welke cel of stof doet wat

2

Een grafiek lezen

3

Bloedgroepen en transfusie

4

Immuniteit en antibiotica

Oefen het lastigste vraagtype nog eens met de uitleg uit les 1.

AFWEER · ZIEKTEVERWEKKERS

Tips voor op het examen

  • Antigenen zitten op de ziekteverwekker of de rode bloedcel, antistoffen maakt het lichaam.

  • Actief betekent dat je zelf antistoffen en geheugencellen maakt; passief werkt direct maar kort.

  • Bij een grafiek: noem de waarde met eenheid en gebruik de dagen van de x-as.

Deze slide heeft geen instructies