Procenten Rekenen - Van Basis tot Gevorderd

Procenten Rekenen - Van Basis tot Gevorderd
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Procenten Rekenen - Van Basis tot Gevorderd

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van deze les kun je procenten omzetten naar breuken en decimalen, en andersom.

Slide 2 - Tekstslide

Presenteer het leerdoel en leg uit wat er van de studenten wordt verwacht.
Wat weet je al over procenten?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn procenten?
Procenten zijn een manier om een deel van een geheel uit te drukken als een verhouding van 100.

Slide 4 - Tekstslide

Leg uit wat procenten zijn en geef voorbeelden van het gebruik ervan.
Procenten omzetten naar breuken
Om een percentage om te zetten naar een breuk, deel je het percentage door 100 en vereenvoudig je de breuk.

Slide 5 - Tekstslide

Demonstreer hoe je een percentage omzet naar een breuk, en laat de studenten oefenen met voorbeelden.
Breuken omzetten naar procenten
Om een breuk om te zetten naar een percentage, vermenigvuldig je de breuk met 100.

Slide 6 - Tekstslide

Demonstreer hoe je een breuk omzet naar een percentage, en laat de studenten oefenen met voorbeelden.
Procenten omzetten naar decimalen
Om een percentage om te zetten naar een decimale notatie, deel je het percentage door 100.

Slide 7 - Tekstslide

Demonstreer hoe je een percentage omzet naar een decimale notatie, en laat de studenten oefenen met voorbeelden.
Decimalen omzetten naar procenten
Om een decimaal getal om te zetten naar een percentage, vermenigvuldig je het decimale getal met 100.

Slide 8 - Tekstslide

Demonstreer hoe je een decimaal getal omzet naar een percentage, en laat de studenten oefenen met voorbeelden.
Toepassingen van procenten
Procenten worden gebruikt in tal van situaties, zoals korting berekenen, rente berekenen, enzovoorts.

Slide 9 - Tekstslide

Laat voorbeelden zien van hoe procenten worden gebruikt in het dagelijks leven.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 10 - Open vraag

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 11 - Open vraag

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 12 - Open vraag

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.