Herhaling H3 bouw van stoffen

Herhaling H3 bouw van stoffen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Herhaling H3 bouw van stoffen

Slide 1 - Tekstslide

Hoeveel protonen, neutronen en elektronen heeft een atoom Mg-26 ?
A
12 protonen, 14-neutronen en 14 elektronen
B
12 protonen, 16 neutronen en 28 elektronen
C
12 protonen, 12 elektronen
D
12 protonen, 14 neutronen, 12 elektronen

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een mol?
A
Aantal elektronen in een atoom
B
Aantal moleculen in 1 gram van een stof
C
een ander woord voor covalentie
D
Een bepaald aantal deeltjes

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de eerste schil in het atoommodel?
A
L
B
K
C
A
D
B

Slide 4 - Quizvraag

Metalen
Moleculaire stoffen
Zouten
Geleidt stroom in alle fasen
Geleidt alleen stroom in de vloeibare fase (l)
Geleidt geen stroom
Metaal + metaal
Metaal + niet-metaal
Niet-metaal + niet-metaal

Slide 5 - Sleepvraag

Wat is de naam van groep 18
A
alkalimetalen
B
edelgassen
C
halogenen
D
aardalkalimetalen

Slide 6 - Quizvraag

Zout
moleculaire stof
metaal
moleculaire stof
moleculaire stof
zout
zout
metaal

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is een legering?
A
mengsel van verschillende metalen
B
materiaal met betere eigenschappen
C
metaal met kleine hoeveelheden moleculaire stof
D
een speciaal soort zout

Slide 8 - Quizvraag

Moleculaire stoffen zijn opgebouwd uit:
A
metalen én niet-metalen
B
ionen
C
niet-metalen
D
metalen

Slide 9 - Quizvraag

Welke formules geven moleculaire stoffen aan?
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
H₂O
B
MgCl₂
C
C₁₈H₃₄O₂
D
NaCl

Slide 10 - Quizvraag

1 een atoombinding komt voor in moleculaire stoffen.
2 vanderwaalskrachten komen voor tussen moleculaire stoffen
A
stelling 1 is juist stelling 2 onjuist
B
stelling 1 is onjuist stelling 2 is juist
C
beide stellingen zijn juist
D
beide stellingen zijn onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Welke van deze structuurformules kan niet kloppen?
A
O=C=O
B
H-C-H
C
O=O
D
H-H

Slide 12 - Quizvraag

Hoeveel neutronen heeft dit isotoop?
A
3
B
7
C
10
D
4

Slide 13 - Quizvraag

Hoeveel mol is 9 gram water?
A
1 mol
B
100 mol
C
0,5 mol
D
50 mol

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de covalentie?
A
Hoeveel bindingen een atoom aangaat
B
De lading die het ion krijgt
C
Het aantal schillen van het atoom
D
Het aantal elektronen in de buitenste schil

Slide 15 - Quizvraag

De covalentie van een atoom wordt gebruikt om de structuurformules van moleculen op te stellen.
Kies het juiste aantal atoombindingen bij de moleculen.
H         Cl
_
=

Slide 16 - Sleepvraag

match de atoomsoorten aan de juiste covalentie. 
covalentie = 1
covalentie = 2
covalentie = 3
covalentie = 4
H
F
Cl
I
O
N
C

Slide 17 - Sleepvraag


De molaire massa van bariumchloride (BaCl2) is?
A
90,0 g/mol
B
403,11 g/mol
C
276,21 g/mol
D
208,2 g/mol

Slide 18 - Quizvraag

Dit vond ik van de les..
Ik snap de lesstof nu ...
Iets beter.
Nog niet. Ik heb nog veel vragen.
Goed!

Slide 19 - Poll