Artikel

Een artikel schrijven
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Een artikel schrijven

Slide 1 - Tekstslide

DOELEN
Aan het einde van de les

- weet je hoe je een artikel moet schrijven (herhaling)
- kun je een artikel schrijven

Slide 2 - Tekstslide

Een artikel schrijven
In een informatief artikel geef je de lezer informatie 
over een bepaald onderwerp

Slide 3 - Tekstslide

Waar lees je artikelen?

Slide 4 - Woordweb

Bekijk het 
filmpje over 
een artikel schrijven

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Een artikel heeft een bepaalde opbouw

Slide 8 - Tekstslide

Opbouw artikel
1. Titel 
2. Inleiding 
3. Middenstuk (Kern) 
4. Slot 
5. Afsluiting (voor- achternaam + klas onderaan de tekst zetten) 

Slide 9 - Tekstslide

Waar schrijf je het?
Middenstuk
Slot
Inleiding
Gisteren hadden wij een discussie in de klas......
Daar ben ik het niet mee eens, want.....
mijn conclusie is...

Slide 10 - Sleepvraag

Conventies (regels)
  • Bij het schrijven van een artikel gelden een aantal regels.
  • Bij het eindexamen krijg je aftrek als je je niet aan deze regels houdt.
  • Je krijgt maximaal 3 punten.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Wat zet je onderaan je artikel?
A
Naam, Klas
B
Naam
C
l
D
Naam, school

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent minimaal 100 woorden?
A
Je mag niet meer dan 100 woorden gebruiken.
B
Je mag niet minder dan 100 woorden gebruiken.
C
Je moet ongeveer 100 woorden gebruiken.
D
Je moet precies 100 woorden gebruiken.

Slide 18 - Quizvraag

Uit hoeveel alinea's bestaat een artikel minimaal?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 19 - Quizvraag

Een artikel heeft altijd een titel.
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Tussen een alinea komt een witregel.
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Waarom moet je de opdrachten nummeren?
A
zodat je geen onderdelen vergeet
B
zodat je weet welke volgorde je moet aanhouden
C
omdat de docent dat wil

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Waarom groepeer je de onderdelen?

Slide 34 - Open vraag

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Hoeveel punten kun je krijgen voor de regels?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 37 - Quizvraag

Je begint je artikel met:
'Hallo, ik ben ......."

(meerdere antwoorden mogelijk)
A
NEEEEEEEEEEEEEEEE!
B
ja
C
nee
D
nee, natuurlijk niet!

Slide 38 - Quizvraag

To do!
Schrijven artikel + inleveren bij docent.


Slide 39 - Tekstslide