Recap Present Simple & Continuous

Recap Present Simple & Continuous
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Recap Present Simple & Continuous

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple & continuous = ??
A
Verleden tijd
B
Tegenwoordig tijd
C
Toekomst

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat geven deze zinnen aan?
Water boils at 100 degrees.
He lives in New York.
He walks to school every day.

A
Feiten, gewoontes en permanente situaties.
B
Iets dat nu bezig of aan de gang is.
C
Wanneer je het hebt over iets wat je wilt gaan doen.
D
Feiten, gewoontes en irritaties.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke regels horen bij de present simple? (2 antw)
A
ww + -ed
B
hele ww (bij I, you, we, they)
C
SHIT-regel. (she/he/it = ww +s)
D
am/are/is + ww +ing

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin geeft een gewoonte aan.
A
He has travelled to work.
B
He travelled to work four times a week.
C
He is travelling to work.
D
He travels to work four times a week.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat geven deze zinnen aan?

I'm staying at my aunt for the weekend.
I'm walking to school at the moment.
A
Iets dat altijd, nooit of regelmatig gebeurt
B
Iets dat nu en/of tijdelijk aan de gang is.
C
Iets dat is gebeurd in het verleden.
D
Feiten, gewoontes en permanente situaties

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat geeft deze zin aan?

Wow, Kim is always complaining! Let her stop!
A
dat je iets belooft
B
dat iets pas is gebeurd
C
dat je iets irriteert
D
dat iets een feit is

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de regel van de present continuous?
A
ww+ - ed
B
shit = ww+-s
C
am/are/is (to be) + ww+-ing
D
hele ww

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Present continuous:
A
We are eating lunch at the cafeteria.
B
They have eaten lunch at the cafeteria before.
C
She ate lunch at the cafeteria.
D
He has eaten lunch at the cafeteria.

Slide 9 - Quizvraag

Present continuous
1. aan te geven dat iets NU aan de gang is. Signaalwoorden zijn o.a: "now, at the moment, listen..." enz.
2. aan te geven dat je iets van plan bent. Meestal staat er bij wanneer je in de toekomst dat van plan bent.
3. irritatie aan te geven
Maak de present continuous door: vorm van 'to be' (am/is/are) + ww+ ing
Susanne is singing right now
Present Simple ontkennend (-) maken.
You are a dancer                    -                    You are not a dancer.

Andere werkwoorden...
(-) Onderwerp + do not (don't) or does not (doesn't) + ww.

I dance every day.                  - I don't dance every day.
She dances every day.         - She doesn't dance every day. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Simple vragend (?) maken.
You are a dancer                    -                    Are you a dancer?

(?) Do / Does + onderwerp + ww

You dance every day.            - Do you dance every day?
She dances every day.         - Does she dance every day? (SHIT)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRESENT SIMPLE 
vragend en ontkennend

1. They go to school at 7 a.m. every morning
(-) 
(?) 

2. Jane wakes up at 6:30 o'clock every morning.
(-)
(?)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRESENT SIMPLE vragende en ontkennende
1. They go to school at 7 a.m. every morning
(-)     They don't go to school at...
(?)    Do they go to school at...?

2. Jane wakes up at 6:30 o'clock every morning.
(-)     Jane doesn't wake up at...
(?)    Does Jane wake up at...?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Continuous ontkennend + vragend?
(-) am/are/is + not             (?) am/are/is aan het begin.

  • I'm talking too fast.     
    I'm not talking.                              Am I talking too fast?

  • He's talking too fast.               
    He's not talking too fast.          Is he talking too fast?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple (-) or (?)
___ she ___ to the gym every day? (go)
___ you ___ English fluently? (speak)
He ___ ___ coffee in the morning. (not drink)

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Present continuous (-) or (?)
I ___ ___ to the party tonight. (not go)
___ they ___ to the beach this weekend? (go)
___ she ___ a new job? (look for)

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies