(2th) H4 paragraaf 8 deel 2

Planning:
  • Introductie
  • Uitleg paragraaf 8: blz. 82/83 het gevaar van de zee
  • maken opdracht 5 t/m 9 paragraaf 7 blz. 74//75
  • Nabespreken paragraaf 8
Aan het einde van de les kan/weet je:
  • hoe polders en droogmakerijen zijn ontstaan
  • wat inklinking is
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Planning:
  • Introductie
  • Uitleg paragraaf 8: blz. 82/83 het gevaar van de zee
  • maken opdracht 5 t/m 9 paragraaf 7 blz. 74//75
  • Nabespreken paragraaf 8
Aan het einde van de les kan/weet je:
  • hoe polders en droogmakerijen zijn ontstaan
  • wat inklinking is

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

aantekeningen

Slide 3 - Tekstslide

Droogmakerijen en polder

Slide 4 - Tekstslide

Een polder is een stuk land omringd door dijken waarbinnen de waterstand geregeld wordt. 
Er zijn 3 soorten polders; iedere polder heeft een andere onstaanswijze en kenmerkende hoogteligging
Zeepolders
Veenpolders
Ijsselmeerpolders 

Slide 5 - Tekstslide

Polder
  • een gebied waar de mens de waterstand regelt
  • dit kan door een molen of een gemaal
  • niet pompen = vol lopen van de polder = verzuipen

Slide 6 - Tekstslide

droogmakerij
  • stukken meren en/of zee die zijn leeggepompt
  • eerst dijken rond en meer en dan (jaren) leegpompen
  • wordt gebruikt voor landbouw en woningen
  • voorbeeld: Flevoland en de Beemster

Slide 7 - Tekstslide

Inklinking
  • Om de gebieden bewoonbaar te maken/ te houden moeten ze blijvend het bodemwater wegpompen.

  • Een nadeel is dat de gebieden hierdoor inklinken

Slide 8 - Tekstslide

inklinken
  • bodemwater wegpompen en grond wordt stevig(er)
  • water weg en grond heeft ruimte om te zakken
  • Zie het als een spons die vol met water of leeg is
  • veenpolders klinken het snelst in omdat daar het meeste water wordt weggepompt

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Welk begrip past het best bij de afbeelding?
A
Polder
B
Zandmotor
C
Droogmakerij
D
Inklinking

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Tegenwoordig pompen wij het water uit een droogmakerij d.m.v gemalen. Hoe deden we dat bij de eerste grote droogmakerijen 'De Beemster'?
A
Met de hand
B
Molen
C
Stoomgemaal
D
Slootjes graven die naar een laag punt stromen

Slide 13 - Quizvraag

Wat is een polder?
A
Een stuk land omringd door dijken waarbinnen de waterstand geregeld wordt
B
Een polder is een lager gelegen gebied in hoog Nederland
C
Een polder is een stuk 'wad' in zee die soms droog komt te liggen bij eb
D
Een polder is een hoger gelegen land dan de omgeving

Slide 14 - Quizvraag

Bekijk het plaatje hiernaast. Welk rijtje is juist?
A
1 = gemaal, 2 = polder, 3 = zee, 4 = dijk
B
1 = zee, 2 = gemaal, 3 = dijk, 4 = polder
C
1 = dijk, 2 = polder, 3 = zee, 4 = gemaal
D
1 = polder, 2 = dijk, 3 = zee, 4 = gemaal

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

zelfstandig werken
lezen paragraaf 8 droge voeten
opdracht 5 t/m 9 paragraaf 8 H2
gebruik hierbij:
  • tekstboek blz. 82/83
  • werkboek blz. 74/75
zie volgende pagina's voor atlas kaarten
stoplicht: Rood = stil lezen en werken. Oranje = fluisteren als je wilt overleggen. Groen = normaal praat niveau met werken

Slide 17 - Tekstslide

vraag 6

Slide 18 - Tekstslide