11.1 Man en vrouw

11.1 Man en vrouw
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

11.1 Man en vrouw

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Puberteit
  • In zaadballen ontstaan zaadcellen
  • Bijballen slaan deze op
  • Bij een zaadlozing vervoert de zaadleider zaadcellen
  • Zaadblaasjes en prostaat voegen vocht toe. (daarna heet het sperma)
Voortplantingscellen man = zaadcellen
Voortplantingscellen vrouw
eicellen
* een jongen is vruchtbaar vanaf zijn eerste zaadlozing

Slide 3 - Tekstslide

Geslachtsorgaan man
Ken je alle onderdelen?
1 = urinebuis
2 = eikel
3 = voorhuid
4 = urineblaas
5 = zaadblaasje
6 = prostaat
7 = zaadleider
8 = zaadbal
9 = balzak

Slide 4 - Tekstslide

Nu doen
Lezen blz 10
maken opdr 3 tm 9
lezen blz 12 
maken opdr 10 tm 13

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Slide 7 - Link

Leerdoelen 11.1 Man en vrouw
- Je kent de onderdelen en functies van het voortplantingsorgaan van de man.
- Je kunt in je eigen woorden vertellen wanneer de zaadballen zaadcellen gaan maken
- Je kent de weg die de zaadcellen afleggen
- Je kunt in je eigen woorden vertellen waardoor en wanneer er in de eierstokken eicellen gaan rijpen
- Je kent de verschillende stappen van een eisprong
- Je kent de verschillende fases van de menstruatiecyclus, zie bron 7
- Je kunt uitleggen wat er tijdens de menstruatie gebeurt
- Extra Havo leerdoel: Je kunt uitleggen welke hormonen betrokken zijn bij de menstruatiecyclus 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Puberteit
  • In de eierstokken liggen (onrijpe) eicellen
  • De eileider vervoert eicellen naar de baarmoeder
  • Een eicel rijpt in een follikel in een eierstok. Na ongeveer 2 weken is die rijp, barst deze uit de follikel en komt in de eileider.                  = ovulatie         
  • * een meisje is vruchtbaar als haar eicellen gaan rijpen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Een cyclus duurt ongeveer 28 dagen..
Menstruatie dus ook om de 28 dagen

Gebeurtenissen tijdens menstruatiecyclus:
1. eicel rijpt
2. baarmoederslijmvlies groeit
3. eisprong
4. menstruatie

Tijdens de menstruatie wordt het verdikte deel van het baarmoederslijmvlies afgestoten.

Slide 12 - Tekstslide

Juist of onjuist?
Als een vrouw ongesteld is, komt haar onbevruchte eicel naar buiten
Een ander woord voor ongesteldheid is ovulatie
Er komt bloed uit de eileider bij ongesteldheid
Er komt naast bloed ook slijm naar buiten bij ongesteldheid
Als je zwanger bent, kun je niet ongesteld worden
Als je ongesteld bent, kun je niet zwanger worden

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht
De vrouw heeft haar ovulatie op 20 februari
Haar cyclus duurt 32 dagen.
Welke dagen is de vrouw ongesteld?
Welke datum is de volgende ovulatie?

Slide 14 - Tekstslide

Nu doen: 
opdracht 16 en 17 als je die nog mist
Huiswerk dinsdag: alles af en nagekeken
Neem mee.. uit welk boek je wilt leren 
A: thema 10  B: paragraaf 11.1
al klaar? Leer de toets, oefen met de oefenLessonUps

Slide 15 - Tekstslide

Havo stof * Hormonen en menstruatiecyclus
Menstruatiecyclus wordt geregeld door hormonen uit de hypofyse 
en de hormonen progesteron en oestrogeen.

  • Hypofysehormoon     -> zorgen dat de follikel gaat groeien

  • Oestrogeen                -> wordt gemaakt door follikel vooral vóór ovulatie
(baarmoederslijmvlies wordt daardoor dikker en ovulatie vindt plaats)

  • Progesteron               -> wordt gemaakt door lege follikel na de ovulatie. 
Zorgt ervoor dat baarmoederslijmvlies dik en goed doorbloed blijft.

Slide 16 - Tekstslide

In één plaatje





Slide 17 - Tekstslide

Wat is de juiste weg die spermacellen afleggen tijdens de zaadlozing
A
bijbal - zaadleider -zaadblaasje - urineleider
B
zaadbal - zaadleider - urineleider
C
zaadbal - bijbal - zaadleider - prostaat - urineleider
D
bijbal - zaadleider - urineleider

Slide 18 - Quizvraag

Zaadleider
Urineblaas
Zaadblaasje
Prostaat
Zwellichaam
Penis
Bijbal
Zaadbal
Balzak
Urinebuis
Eikel
Voorhuid

Slide 19 - Sleepvraag

Bij de geboorte van een meisje zijn alle eicellen al aanwezig in de eierstokken
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Sperma bestaat uit:
A
zaadcellen
B
zaadcellen en een beetje urine
C
zaadcellen en vocht
D
zaadcellen en slijm

Slide 21 - Quizvraag

Op welke dag vindt meestal de eisprong plaats tijdens de menstruatiecyclus
A
13
B
14
C
15
D
16

Slide 22 - Quizvraag

Menstruatiecyclus: Hoe lang blijft een eicel bevruchtbaar?
A
14 dagen
B
28 dagen
C
12 - 24 uur
D
0 - 12 uur

Slide 23 - Quizvraag

1. Op dag 1 van de menstruatie cyclus begint de menstruatie
2. Op dag 1 van de menstruatie begint een eicel te rijpen
A
1 is waar
B
2 is waar
C
1 en 2 zijn waar
D
1 en 2 zijn niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Welke functie heeft het baarmoederslijmvlies ?
A
Zorgt ervoor dat een meisje ongesteld wordt
B
Heeft geen functie
C
Zorgt ervoor dat een bevruchte eicel kan innestelen
D
Zorgt ervoor dat de hypofyse geslachtshormonen gaat afgeven

Slide 25 - Quizvraag