1F rekenen
Learning objective
1F rekenen
Learning objective
Een reep chocolade bestaat uit 12 blokjes.
Esther eet 4 blokjes op.
Welk deel van de chocolade heeft Esther opgegeten?
1/3
1/4
1/8
1/12
Hoeveel procent is gelijk aan 1/5 deel?
5%
10%
20%
25%
Yvonne koopt appels in de winkel.
Ze koopt 1750 gram.
Appels 2 euro per kg.
Hoeveel euro betaalt Yvonne?
Eerst omrekenen naar kg. = 1,75
1 kilo is 2 euro
0,75 is 1,50 euro
samen 3,50
Of 1,75 x 2 = 3,50
0,50
0,50
0,50
0,50
40x85 =
Handig rekenen
4x85 =
40 x 85 = 3400
2 x 85 = 170
170 x 2 = 340
40
85 x
?
Hoeveel procent is gelijk aan 1 op de 4?
๐๐๐๐
1 op de 4 betekent:
Je hebt 4 dingen.
Daarvan neem je er 1.
Dus:
Om een percentage te krijgen, maak je de breuk eerst gelijk aan 100.
"1 op de 4 betekent dat je 4 gelijke delen hebt. Je neemt 1 deel. Dat is hetzelfde als 25 van de 100. Daarom is 1 op de 4 gelijk aan 25%."
Hoeveel is 3/5 deel van 35?
We zoeken 3/5 van 35.
Stap 1
Deel 35 door 5.
35 รท 5 = 7
Stap 2
Neem 3 keer 7.
7 + 7 + 7 = 21.
Antwoord
3/5 van 35 = 21
Ezelsbrug:
Onderste getal (5) โ eerst delen.
Bovenste getal (3) โ daarna vermenigvuldigen.
Dus:
35 รท 5 ร 3 = 21.
7/8 deel van 40 euro =?
576: 8 =
Ik kijk eerst hoe vaak 80 past in 576
80 = 10
160 = 20
320 = 40
480 = 60
560 = 70
640 = 80
560 = 70 keer
576 - 560 = 16
Dus ik heb nog 16 over.
16: 8 = 2
70 + 2 = 72
945 รท 9 =?
Stap 1
9 gaat 100 keer in 945.
945 โ 900 = 45
Stap 2
9 gaat 5 keer in 45.
5ร9=45
Antwoord
945 รท 9 = 105
Hoeveel is 60% van 360?
Stap 1: Zoek 10%
10% is hetzelfde als delen door 10.
360 รท 10 = 36
Dus:
10% van 360 = 36
Stap 2: Zoek 60%
60% = 6 ร 10%
36 ร 6 = 216
Antwoord
60% van 360 = 216
Kort trucje:
10% โ delen door 10
60% โ 6 keer 10%
40% van 270?
Edith drinkt 1/4 beker frisdrank Yfka drinkt 1/8 beker frisdrank.
Hoeveel hebben ze samen gedronken?
1/6
1/12
1/32
3/8
Breuken gelijknamig maken!
1/4 is hetzelfde als 2/8.
2/8 en 1/8 = 3/8
In een klas zijn 18 van de 24 leerlingen aanwezig.
Welk percentage van de leerlingen is aanwezig?
18%
25%
72%
75%
Er zijn 18 van de 24 leerlingen aanwezig.
Bereken eerst de breuk:
18/24 = 3/4
Zet deze breuk om naar een percentage:
3/4ร100%=75%
Antwoord: 75% van de leerlingen is aanwezig
Tafel van 6
1x6 =6
2x6 =12
3x6 =18
4x6 =24
In een klas zijn 24 van de 32 leerlingen aanwezig.
Welk percentage van de leerlingen is aanwezig?
9 x 2,25 =
Deel de som in twee stukken
9 ร 2 = 18
9 ร 0,25 = 2,25 (want 0,25 is een kwart, en een kwart van 9 is 2,25)
Tel ze bij elkaar op:
18 + 2,25 = 20,25
Dus 9 ร 2,25 = 20,25
Zorg dat je de formules van oppervlakte, omtrek en inhoud kent!
3,8 + 3,8 +4,3 + 4,3 =
7, 6 + 8,6 = 16,2 m
Slide titel
Zet eerst alles in dezelfde eenheid:
Sleutelhanger: 9 cm
Echte auto: 4,5 meter = 450 cm
De schaal is:
9 : 450
Deel beide getallen door 9:
1 : 50
Dus de sleutelhanger is gemaakt op schaal 1 : 50.
Controle:
9 cm ร 50 = 450 cm = 4,5 m. Klopt!
Je deelt door 9 omdat je de schaal wilt schrijven in de vorm 1 : ....
We hadden:
9 : 450
De eerste waarde moet 1 worden. Daarom deel je beide getallen door 9:
9 รท 9 = 1
450 รท 9 = 50
Dus:
9 : 450 = 1 : 50
Dat betekent dat 1 cm op de sleutelhanger overeenkomt met 50 cm in werkelijkheid.
Een vergelijkbaar voorbeeld:
2 : 10 โ deel beide door 2 โ 1 : 5
5 : 25 โ deel beide door 5 โ 1 : 5
In de klas van Maarten zitten 25 leerlingen. 25% van de leerlingen volgt muziekles. 1/5 deel van de leerlingen doet aan sport. 1 op de 3 leerlingen kijkt elke dag naar een tv-serie.
Welke activiteit doen de meeste leerlingen?
Zet alles om naar percentages:
Muziekles: 25% (staat al in procenten)
Sport: 1/5 = 20%
Tv-serie: 1/3 โ 33%
Vergelijk de percentages:
Muziekles: 25%
Sport: 20%
Tv-serie: 33%
33% is het grootste percentage, dus de meeste leerlingen kijken elke dag naar een tv-serie
Beter rekenen app