1F rekenen

1F rekenen

Learning objective

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenISK

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

1F rekenen

Learning objective

Een reep chocolade bestaat uit 12 blokjes.

Esther eet 4 blokjes op.

Welk deel van de chocolade heeft Esther opgegeten?


1/3

1/4

1/8

1/12

Hoeveel procent is gelijk aan 1/5 deel?


5%

10%

20%

25%



Yvonne koopt appels in de winkel.


Ze koopt 1750 gram.

Appels 2 euro per kg.


Hoeveel euro betaalt Yvonne?


Eerst omrekenen naar kg. = 1,75

1 kilo is 2 euro

0,75 is 1,50 euro

samen 3,50

Of 1,75 x 2 = 3,50

0,50

0,50

0,50

0,50

40x85 =


Handig rekenen


4x85 =



40 x 85 = 3400



2 x 85 = 170

170 x 2 = 340

40

85 x

?

Hoeveel procent is gelijk aan 1 op de 4?


๐ŸŽ๐ŸŽ๐ŸŽ๐ŸŽ

1 op de 4 betekent:

  • Je hebt 4 dingen.

  • Daarvan neem je er 1.


Dus:

Om een percentage te krijgen, maak je de breuk eerst gelijk aan 100.


"1 op de 4 betekent dat je 4 gelijke delen hebt. Je neemt 1 deel. Dat is hetzelfde als 25 van de 100. Daarom is 1 op de 4 gelijk aan 25%."

Hoeveel is 3/5 deel van 35?


We zoeken 3/5 van 35.


Stap 1

Deel 35 door 5.

35 รท 5 = 7


Stap 2

Neem 3 keer 7.

7 + 7 + 7 = 21.

Antwoord

3/5 van 35 = 21


Ezelsbrug:

  • Onderste getal (5) โ†’ eerst delen.

  • Bovenste getal (3) โ†’ daarna vermenigvuldigen.

Dus:
35 รท 5 ร— 3 = 21.

7/8 deel van 40 euro =?

576: 8 =


Ik kijk eerst hoe vaak 80 past in 576


80 = 10

160 = 20

320 = 40

480 = 60

560 = 70

640 = 80

560 = 70 keer

576 - 560 = 16


Dus ik heb nog 16 over.


16: 8 = 2

70 + 2 = 72

945 รท 9 =?

Stap 1

9 gaat 100 keer in 945.


945 โˆ’ 900 = 45


Stap 2

9 gaat 5 keer in 45.

5ร—9=45



Antwoord

945 รท 9 = 105

Hoeveel is 60% van 360?


Stap 1: Zoek 10%

10% is hetzelfde als delen door 10.

360 รท 10 = 36

Dus:

10% van 360 = 36


Stap 2: Zoek 60%

60% = 6 ร— 10%

36 ร— 6 = 216

Antwoord

60% van 360 = 216


Kort trucje:

  • 10% โ†’ delen door 10

  • 60% โ†’ 6 keer 10%

40% van 270?

Edith drinkt 1/4 beker frisdrank Yfka drinkt 1/8 beker frisdrank.

Hoeveel hebben ze samen gedronken?


1/6

1/12

1/32

3/8


Breuken gelijknamig maken!

1/4 is hetzelfde als 2/8.

2/8 en 1/8 = 3/8

In een klas zijn 18 van de 24 leerlingen aanwezig.

Welk percentage van de leerlingen is aanwezig?


18%

25%

72%

75%




Er zijn 18 van de 24 leerlingen aanwezig.

Bereken eerst de breuk:

18/24 = 3/4


Zet deze breuk om naar een percentage:

3/4ร—100%=75%


Antwoord: 75% van de leerlingen is aanwezig

Tafel van 6


1x6 =6

2x6 =12

3x6 =18

4x6 =24

In een klas zijn 24 van de 32 leerlingen aanwezig.

Welk percentage van de leerlingen is aanwezig?

9 x 2,25 =


Deel de som in twee stukken

  • 9 ร— 2 = 18

  • 9 ร— 0,25 = 2,25 (want 0,25 is een kwart, en een kwart van 9 is 2,25)


Tel ze bij elkaar op:

18 + 2,25 = 20,25

Dus 9 ร— 2,25 = 20,25





Zorg dat je de formules van oppervlakte, omtrek en inhoud kent!



3,8 + 3,8 +4,3 + 4,3 =


7, 6 + 8,6 = 16,2 m

Slide titel

Zet eerst alles in dezelfde eenheid:

  • Sleutelhanger: 9 cm

  • Echte auto: 4,5 meter = 450 cm


De schaal is:

9 : 450

Deel beide getallen door 9:

1 : 50

Dus de sleutelhanger is gemaakt op schaal 1 : 50.

Controle:

  • 9 cm ร— 50 = 450 cm = 4,5 m. Klopt!

Je deelt door 9 omdat je de schaal wilt schrijven in de vorm 1 : ....


We hadden:

9 : 450


De eerste waarde moet 1 worden. Daarom deel je beide getallen door 9:

  • 9 รท 9 = 1

  • 450 รท 9 = 50

Dus:

9 : 450 = 1 : 50


Dat betekent dat 1 cm op de sleutelhanger overeenkomt met 50 cm in werkelijkheid.


Een vergelijkbaar voorbeeld:

  • 2 : 10 โ†’ deel beide door 2 โ†’ 1 : 5

  • 5 : 25 โ†’ deel beide door 5 โ†’ 1 : 5

In de klas van Maarten zitten 25 leerlingen. 25% van de leerlingen volgt muziekles. 1/5 deel van de leerlingen doet aan sport. 1 op de 3 leerlingen kijkt elke dag naar een tv-serie.


Welke activiteit doen de meeste leerlingen?


Zet alles om naar percentages:

  • Muziekles: 25% (staat al in procenten)

  • Sport: 1/5 = 20%

  • Tv-serie: 1/3 โ‰ˆ 33%

Vergelijk de percentages:

  • Muziekles: 25%

  • Sport: 20%

  • Tv-serie: 33%

33% is het grootste percentage, dus de meeste leerlingen kijken elke dag naar een tv-serie



Beter rekenen app