7 Samenwerken in een team

7 Samenwerken in team
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
PsychologieSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 5,6

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

7 Samenwerken in team

Slide 1 - Tekstslide

7.1 Vergaderen in de praktijk

Slide 2 - Tekstslide

5.4.1 Vergaderen (WerkVeldGids)
  • samenwerken = overleggen + beslissen
  • Een vergadering is een georganiseerde vorm van overleg.
  • verschillende rollen met eigen taak en verantwoordelijkheid:
  • voorzitter
  • deelnemers
  • verslaggever

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Waarom verloopt deze vergadering niet efficiënt?

Slide 5 - Open vraag

Kenmerken van een goede vergadering:
  • doel (waarom vergaderen)
  • structuur (hoe vergaderen)
  • agenda
  • variapunten

Slide 6 - Tekstslide

soorten verslag:
  • beknopt verslag
  • uitgebreid verslag

Slide 7 - Tekstslide

soorten vergadering, afhankelijk van het doel:
  • informatieve vergadering: informatie
  • probleemoplossende vergadering: oplossing probleem
  • brainstormvergadering: zoveel mogelijk ideeën
  • besluitvormende vergadering: weloverwogen beslissing
  • werkoverleg: info uitwisselen + taken verdelen

Slide 8 - Tekstslide

vergadering: mening geven + met argumenten ondersteunen
manieren om beslissing of besluit nemen:
  • unanieme beslissing: iedereen gaat akkoord
  • consensus: overeenkomst, iedereen is tevreden
  • beslissen bij stemming: voorstel met meeste stemmen wint
  • beslissen bij autoriteit: voorzitter, teamleider of verantwoordelijke neemt de beslissing

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste doel van een vergadering?
A
beslissingen nemen
B
tijd samen doorbrengen
C
een agenda maken
D
individuele problemen bespreken

Slide 11 - Quizvraag

Welke rol heeft iemand die ervoor zorgt dat iedereen aan bod komt en dat de vergadering vlot verloopt?
A
verslaggever
B
voorzitter
C
deelnemer
D
tijdsbewaker

Slide 12 - Quizvraag

Welk type vergadering is gericht op het vinden van een creatieve oplossing voor een probleem?
A
probleemoplossend
B
brainstorm
C
besluitvormend
D
werkoverleg

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste taak van de verslaggever tijdens een vergadering?
A
deelnemen aan de discussie
B
notities maken van de besproken punten en besluiten
C
beslissingen nemen
D
de vergadering afsluiten

Slide 14 - Quizvraag

Welke van de volgende kenmerken hoort bij een goede vergadering?
A
geen agenda zodat iedereen kan bijdragen
B
duidelijke afspraken en doelen
C
Alleen de voorzitter spreekt.
D
geen tijdslimiet

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een besluitvormende vergadering?
A
vergadering waarin creatieve ideeën worden verzameld
B
vergadering waarin een beslissing wordt genomen over een budget
C
vergadering waarin informatie wordt gedeeld
D
vergadering waarin dagelijkse taken worden besproken

Slide 16 - Quizvraag

Bij welk type vergadering worden vooral opdrachten verdeeld en praktische afspraken gemaakt?
A
informatief
B
brainstorm
C
werkoverleg
D
probleemoplossend

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de functie van een informatieve vergadering?
A
besluiten nemen over een probleem
B
taken verdelen onder deelnemers
C
duidelijke en gestructureerde informatie delen
D
creatieve oplossingen bedenken

Slide 18 - Quizvraag

Wie is verantwoordelijk voor het opvolgen van de gemaakte afspraken na de vergadering?
A
de voorzitter
B
de deelnemers gezamenlijk
C
de verslaggever
D
de tijdsbewaker

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een belangrijke reden om een agenda vooraf te delen?
A
Het zorgt ervoor dat de vergadering kort blijft.
B
Iedereen weet wat er besproken wordt en kan zich voorbereiden.
C
Het voorkomt dat deelnemers vragen stellen.
D
Het helpt om conflicten te vermijden.

Slide 20 - Quizvraag

Opdracht: Micro-vergadering
  1. Vorm een team van  4 leerlingen.
  2. Verdeel de rollen (voorzitter, verslaggever en actieve deelnemers).
  3. Neem het werkblad: Micro-vergadering.
  4. Vergader 10-15 minuten over de casus: "Het organiseren van een Sinterklaasactiviteit op jouw stage"
  5. Neem minstens 3 besluiten op basis van consensus.
  6. Vul samen een beknopt verslag in.

Slide 21 - Tekstslide

7.2 Assertiviteit op stage

Slide 22 - Tekstslide

Wat is assertiviteit?
  • belangrijke sociale vaardigheid 
  • opkomen voor jouw eigen mening of belang op een beleefde en respectvolle manier zonder daarbij de ander te kwetsen

  • zorgt ervoor dat je goed functioneert in een team

Slide 23 - Tekstslide

1 Continuüm 
  • zelftest
  • 3 manieren om voor jouw mening op te komen
  • subassertief
  • assertief
  • agressief
  • afhankelijk van de situatie
  • continuüm

Slide 24 - Tekstslide

2 Het belang van jezelf en de ander
Assertiviteit betekent dat je opkomt voor jezelf op een rustige en beleefde manier. Je verwoordt je gedachten en gevoelens zonder de andere te kwetsen of aan te vallen.

eigen belang 
belang van de ander

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

2.1 Voordelen van assertiviteit
  • Je krijgt meer moed en zelfvertrouwen.
  • Je gevoel van eigenwaarde stijgt.
  • Je wordt meer je eigen leider, je hebt minder behoefte aan de goedkeuring van anderen.
  • Je gaat minder opkroppen.
  • Je relaties met de omgeving worden beter omdat er meer duidelijkheid komt.

Slide 27 - Tekstslide

2.2 Tips om assertief te reageren
  • Weet wat je wil en maak keuzes.
  • Luister actief.
  • Gebruik een ik-boodschap.
  • Onderhandel over de beste oplossing.
  • Wees eerlijk.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

UITBREIDING: ik-boodschap
Wat is een ik-boodschap?
  • een manier van communiceren waarbij je gevoelens en behoeften duidelijk maakt zonder de ander te beschuldigen.

  • Gebruikt om conflicten te vermijden of op te lossen, en om respectvolle communicatie te bevorderen

Slide 30 - Tekstslide

Structuur van een ik-boodschap:
  • Ik voel mij... (emotie benoemen)
  • Wanneer jij... (gedrag beschrijven zonder oordeel)
  • Omdat... (uitleggen waarom het gedrag een bepaald effect heeft)
  • Ik zou willen dat... (alternatief gedrag voorstellen)

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

5.4.3 Feedback krijgen
  • Je krijgt feedback van je team, je leidinggevende en/of zorgvrager.
  • belangrijke voorwaarde om te groeien als hulpverlener
  • DUS hulpmiddel
  • positief ontvangen van feedback

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Hoe feedback krijgen?
  1. Neem een open houding aan.
  2. Slik de verdediging in.
  3. Laat merken dat je de boodschap begrepen hebt.
  4. Accepteer of negeer.
  5. Maak afspraken.
  6. Waardeer de ander.

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

5.4.4 Feedback geven
  • als collega of als verantwoordelijke
  • positieve feedback geven = makkelijk
  • negatieve feedback geven = moeilijk 

Slide 37 - Tekstslide

Hoe feedback geven?
  1. Maak tijd voor een gesprek.
  2. Geef feedback op het gedrag en niet de persoon.
  3. Geef niet alleen oordeel maar geef argumenten, adviezen.
  4. Wees specifiek. Gebruik wie, wat, waar, wanneer, hoe en hoeveel.
  5. Geef zoveel mogelijk feedback.
  6. Gebruik een ik-boodschap.

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

5.4.5 Coachen
  • nieuwe werknemer
  • nieuw takenpakket
  • om zichzelf te verbeteren 

Slide 40 - Tekstslide

Kenmerken van een goede coach:
  • niet overstelpen met adviezen
  • juiste vragen stellen, waardoor de ander gaat nadenken over zijn of haar functioneren
  • open vragen
  • GROW-model

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide