Examentraining

                                                          Welkom!


Examentraining rekenen
 mbo niveau 4
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

                                                          Welkom!


Examentraining rekenen
 mbo niveau 4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Voorbereiden op het examen
Deze examentraining is de laatste voorbereiding op je deelname aan het examen rekenen. Het examen heeft in totaal 26 opdrachten. Je hebt 120 minuten de tijd om die te maken. Dat is ongeveer 5 minuten per opdracht. Bij het maken van de opdrachten schrijf je je stappen op een rekenblad. Iedere goede rekenstap is een punt waard! Je mag bij je examen gebruikmaken van een online rekenmachine en een rekenkaart.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Inhoud examentraining
De examentraining bevat opdrachten bij de lesstof van de volgende domeinen:

1. Grootheden en eenheden
2. Oriëntatie in de twee- en driedimensionale wereld
3. Verhoudingen herkennen en gebruiken
4. Procenten gebruiken
5. Omgaan met kwantitatieve informatie
Basisvaardigheden


Score
Houd bij het maken van deze training je score bij!

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 1 [4p]
Milo maakt een wandeling door de Rocky Mountains.
Het is een wandeling van 6 mijl. Door de warmte
halveert zijn wandeltempo ten opzichte van het
gemiddelde.

Bereken hoe lang Milo over de wandeling doet.
Rond je antwoord af op een heel getal.


1 mijl = 1,609344 km
timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Bereken hoe lang Milo over de wandeling doet.
Rond je antwoord af op een heel getal.



Slide 5 - Open vraag

Reken afstand om van mijl naar km
6 x 1,609344 = 9,656064 km [1p]

Bereken wandeltempo bij warmte
5 km/u : 2 = 2,5 km per uur [1p]
 
Bereken wandeltempo per uur
9,656064 : 2,5 = 3,8... km per uur [1p]

Rond af op een heel getal
3,8... = 4 uur [1p]

Opdracht 2 [1p]
Milo maakt een wandeling door de Rocky Mountains.
Het is een wandeling van 6 mijl. Door de warmte
halveert zijn wandeltempo ten opzichte van het
gemiddelde. De wandeling start om 9:15 uur.

Hoe laat komt Milo ongeveer aan op de
bestemming?


1 mijl = 1,609344 km
timer
5:00

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Hoe laat komt Milo ongeveer aan op de bestemming?
A
10:00 uur
B
11:00 uur
C
12:00 uur
D
13:00 uur

Slide 7 - Quizvraag

[1p]

Reken afstand om van mijl naar km
6 x 1,609344 = 9,656064 km

Bereken wandeltempo bij warmte
5 km/u : 2 = 2,5 km per uur

Bereken wandeltempo per uur
9,656064 : 2,5 = 3,8... km per uur

Rond af op een heel getal
3,8... = 4 uur

Bereken de aankomsttijd
9:15 + 4:00 = 13:15 uur

Opdracht 3 [1p]
Tijdens een reis door Amerika gaat Mo bungeejumpen.
De afstand van zijn val wordt berekend in feet. Een
foot is 0,3048 meter.

Hoeveel meter valt Mo in een minuut?

timer
5:00

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Hoeveel meter valt Mo in een minuut?
A
70 meter per minuut
B
21,336 meter per minuut
C
1280,16 meter per minuut
D
76809,6 meter per minuut

Slide 9 - Quizvraag

C [1p]

Bereken het aantal feet/sec.
350 : 5 = 70 feet/sec.

Reken om naar meter/sec.
70 x 0,3048 = 21,336 meter/sec.

Reken om naar meter/min.
21,336 x 60 = 1280,16 meter/min.


Opdracht 4 [4p]
Tijdens een reis door Amerika gaat Mo bungeejumpen.
De afstand van zijn val wordt berekend in feet. Een
foot is 0,3048 meter.

Bereken de snelheid in kilometer per uur waarmee
Mo naar beneden valt. Rond je antwoord af op
een heel getal.
timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Bereken de snelheid in kilometer per uur waarmee Mo naar beneden valt. Rond je antwoord af op een heel getal.


Slide 11 - Open vraag

Bereken de snelheid in ft/uur
70 × 3600 252000 ft/h [1p]

Reken om naar naar m/uur 
252000 x 0,3048 = 76809,6 m/u [1p]

Reken om naar km/uur
76809,6 : 1000 = 76,8096 [1p] 

Rond af op een heel getal
76,8096 = 77 km per uur [1p]
timer
5:00
Pauze

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 5 [4p]
Dana gaat met de bus naar de huisarts.
Ze stapt uit bij de rode stip. 

Beschrijf de route naar de praktijk. Maak
daarbij gebruik van de juiste richting-
aanduidingen, windrichtingen en
herkenningspunten.  
timer
5:00

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Beschrijf de route naar de praktijk. Maak daarbij
gebruik van de juiste richtingaanduiding,
windrichting en herkenningspunten.



Slide 14 - Open vraag

Voorbeeldantwoord

Bij de rode stip gaat Dana 
naar linksZe loopt in oostelijke richtingZe steekt 2 keer over

Aan het eind van de Loosdorpstraat gaat Dana 
naar rechtsZe loopt in zuidelijke richtingDe praktijk bevindt zich rechts

Correct gebruik richtingen[1p]
Correct gebruik windrichtingen [1p]
Correct gebruik herkenningspunten [1p]
Route is goed te volgen [1p]


Opdracht 6 [1p]
De Millingenstraat is opgebroken.

Hoe bereikt Dana de Loosdorpstraat?
timer
5:00

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





De Millingenstraat is opgebroken.
Hoe bereikt Dana de Loosdorpstraat?
A
Ze gaat twee keer naar links en daarna twee keer naar rechts.
B
Ze gaat een keer naar links en daarna drie keer naar rechts.
C
Ze gaat twee keer naar rechts en daarna twee keer naar links.
D
Ze gaat een keer naar rechts en daarna drie keer naar links.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 7 [1p] 
Nada is op zoek naar een zwembadje voor haar 
kinderen. In de winkel ziet ze dit model.

Wat is de inhoud van het zwembadje in liters?
 


Model Lolly
timer
5:00

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Wat is de inhoud van het zwembadje in liters?
A
576 liter
B
5760 liter
C
57600 liter
D
576000 liter

Slide 18 - Quizvraag

[1p]

Bereken de inhoud in cm3
120 x 120 x 40 = 576000 cm3

Reken om van cm3 naar dm3
576000 : 1000 = 576 dm3

Reken om van dm3 naar liter
576 dm3 = 576 liter


Opdracht 8 [4p]
In de winkel zijn nog twee zwembadjes te koop:

Model Bubble 130 x 130 x 45 cm
Model Sugar   140 x 140 x 50 cm

Nada wil een zwembad dat ongeveer 30% groter
is dan model Lolly. Welk zwembad voldoet aan
die eis? Toon dit aan met een berekening.
 





Model Lolly
timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Welk zwembad voldoet aan die eis? Toon dit aan met een berekening.

Slide 20 - Open vraag

Bereken de inhoud van Lolly
120 x 120 x 40 = 576 000 cm3 [1p]

Bereken 130% van de inhoud van Lolly
576000 : 100 x 130 = 748 800 liter [1p]

Bereken de inhoud van Bubble
130 x 130 x 45 = 760 000 cm3 [1p]

Bereken de inhoud van Sugar
140 x 140 x 50 = 980 000 cm3 [1p]

timer
5:00
Pauze

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 9
Mounir is dol op vanille. In zijn nieuwe recept
voor muffins gebruikt hij zuivere vanillesuiker.

Welke verpakking met vanillesuiker is de
voordeligste aankoop? Licht je antwoord 
toe met een berekening. 
 16 mg          50 mg          30 mg  
timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Welke verpakking met vanillesuiker is de voordeligste aankoop? Licht je antwoord toe met een berekening.

Slide 23 - Open vraag

Bereken kosten van 1 g Madagaskar
€ 3,95 : 16 = € 0,25 [1p]

Bereken kosten van 1 g Java
€ 8,95 : 50 = € 0,18 [1p]

Bereken kosten van 1 g Mexico
€ 4,95 : 30 = € 0,17 [1p]

Beantwoord de vraag
Mexico is de voordeligste.

Opdracht 10 [1p]
Mounir baks muffins voor de verjaardag van
zijn dochtertje. Hij heeft 100 mg vanillesuiker
nodig. Bij Madagaskar zijn de verzendkosten
gratis. Bij Java en Mexico betaalt hij € 6,95.

Welk product moet Mounir bestellen als hij
het voordeligste uit wil zijn?
 16 mg          50 mg          30 mg  
timer
5:00

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Welk product moet Mounir bestellen als hij het voordeligste uit wil zijn?
A
Java.
B
Madagaskar.
C
Mexico.
D
Java en Mexico zijn even duur.

Slide 25 - Quizvraag

A [1p]

Bereken totale kosten Java
100 : 50 = 2 x 8,98 + 6,95 = 24 ,85

Bereken totale kosten Madagaskar
10 : 16 = 6,25 = 7 x 3,95 = 27,65

Bereken totale kosten Mexico
100 : 30 = 3,33 = 4 x 4,95 + 6,95 = 26,75


Opdracht 11 [3p]
Dilan koopt een spijkerbroek van haar favoriete
merk. De spijkerbroek kost € 119,00.

Bereken hoeveel euro van de verkoopprijs wordt
besteed aan productie en afwerking.  

timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Bereken hoeveel euro van de verkoopprijs wordt besteed aan productie en afwerking.

Slide 27 - Open vraag

Bereken het totale percentage
5 + 7 = 12% [1p]

Bereken 1% van € 119,00
119 : 100 = € 1,19 [1p]

Bereken 12% van € 119,00
1,19 x 12 = € 14,28 [1p]

Opdracht 12 [1p]
Als er € 35,00 winst wordt gemaakt op een
spijkerbroek, hoeveel kost die spijkerbroek
dan in de winkel?

timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Als er € 35,00 winst wordt gemaakt op een spijkerbroek, hoeveel kost
die spijkerbroek dan in de winkel?

A
€ 54,74
B
€ 67,97
C
€ 89,74
D
€ 111,43

Slide 29 - Quizvraag

C [1p]

Deel 35 door 39
35 : 39 = € 0,8974...

Vermenigvuldig de uitkomst met 100 
0,8974... x 100 =  € 89,74
timer
5:00
Pauze

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 13 [1p]
Omar heeft geïnvesteerd in goud. 

Wat is Omars' investering waard als hij die
vandaag zou verzilveren?
timer
5:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Wat is Omars' investering waard als hij die vandaag zou verzilveren?
A
€ 855,40
B
€ 870,08
C
€ 930,76
D
€ 945,44

Slide 32 - Quizvraag

B [1p]

Bereken % van de dagwaarde
100 - 3,37 = 96,63%

Bereken 1% van € 900,42
900,42 : 100 = € 9,0042 

Bereken 96,63% van € 900,42
9,0042 x 96,63 = € 870,08

Opdracht 14 [3p]
Omar verzilvert zijn investering niet. Hij verwacht
dat de waarde van zijn investering ieder jaar met
5% zal stijgen.

Bereken wat Omars' investering na drie jaar
waard is als zijn verwachting uitkomt.
timer
5:00

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Bereken wat Omars' investering na drie jaar waard is als zijn verwachting uitkomt. Rond al je antwoorden af op twee decimalen.

Slide 34 - Open vraag

Bereken de stijging na 1 jaar
900,42 : 100 x 105 = € 945,441 [1p]

Bereken de stijging na 2 jaar
945,44 : 100 x 105 = € 992,71 [1p]

Bereken de stijging na 3 jaar
992,71 : 100 x 105 = € 1042,35 [1p]

Opdracht 15 [2p]
Omar verwacht dat de waarde van zijn investering
ieder jaar met 5% zal stijgen. Hij concludeert dat zijn
investering na drie jaar 15% meer waard zal zijn als
die verwachting uitkomt.

Is die conclusie een juiste? Licht je antwoord toe
in je eigen woorden.







timer
5:00

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Is die conclusie een juiste? Licht je antwoord toe in je eigen woorden.


Slide 36 - Open vraag

Uitleg in je eigen woorden
Bij een stijging van 5% wordt het bedrag ieder jaar iets hoger. De stijging van 5% wordt jaarlijks over het nieuwe bedrag berekend. Het rendement is dus iets hoger dan 15%. [1p]

Trek een conclusie
De conclusie is niet juist. [1p]

Opdracht 16
Na drie jaar is de waarde van Omars' investering
met € 62,13 gestegen.

Hoeveel procent is dat gemiddeld per jaar?
timer
5:00

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Hoeveel procent is dat gemiddeld per jaar?
A
2,3%
B
4,6%
C
6,9%
D
9,2%

Slide 38 - Quizvraag

A [1p]

Bepaal wat 100% is
€ 900,42 is 100%
 
Bereken 1% van 900,42
900,42 : 100 = € 9,0042 

Deel 62,13 door 9,0042
62,13 : 9,0042 = 6,9%

Deel door 3
6,9 : 3 = 2,3%
timer
5:00
Pauze

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Opdracht 17 [1p]
Bij de versnelde opleiding tot sociaal werker is een onderzoek
gedaan naar de studenttevredenheid. Op de opleiding zitten in
totaal 400 studenten verdeeld over vier gebouwen. Een deel
van die studenten heeft een vragenlijst ingevuld.

Hoeveel studenten uit gebouw B hebben de vragenlijst
ingevuld? 
timer
5:00

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies






Hoeveel studenten uit gebouw B hebben de vragenlijst ingevuld?
A
42 studenten
B
44 studenten
C
46 studenten
D
48 studenten

Slide 41 - Quizvraag

A [1p]

Bereken totaal aantal gebouw B
400 : 100 x 12 = 48 studenten

Bereken aantal dat vragenlijst
heeft ingevuld
48 : 8 x 7 = 42 studenten 

Opdracht 18 [4p]
Er zitten 400 studenten verdeeld over vier gebouwen.
De onderwijsmanager van gebouw A heeft als doel dat
75% van haar studenten de vragenlijst invult.

Bereken hoeveel studenten van gebouw A de vragenlijst
nog moeten invullen om dat doel te bereiken.
timer
5:00

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Bereken hoeveel studenten van gebouw A de vragenlijst nog moeten invullen om dat doel te bereiken.

Slide 43 - Open vraag

Bereken totaal aantal studenten
400 : 100 x 30 = 120 studenten [1p]

Bereken 75% van totaal aantal
120 : 100 x 75 = 90 studenten [1p]

Bereken huidig aantal invullers
120 : 5 x 3 = 72 studenten [1p]

Bereken benodigd aantal
90 - 72 = 18 studenten [1p]

Wat is je score?
35 - 42 punten Je beheerst de lesstof zeer goed.
27 - 34 punten Je beheerst de lesstof goed.
19 - 26 punten Je beheerst de lesstof voldoende.
  0 - 18 punten Je beheerst de lesstof onvoldoende.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Laatste tips voor het examen!
  • Lees de teksten goed.
  • Bekijk de afbeeldingen goed. 
  • Schrijf waar mogelijk je rekenstappen op!
  • Geef altijd uitleg als daar om wordt gevraagd.
  • Rond alleen af als daar om wordt gevraagd.  

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies