De grutte Fryske kwis

De grutte Fryske kwis

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

De grutte Fryske kwis

Deze slide heeft geen instructies

De winnaar krijgt...

Een suikerbrood

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je suikerbrood?

A

Súkerbohle

B

Sûkerbohle

C

Sûkerbôle

D

Súkerbôle

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een 'kaai'?

A

Een sleutel, want het lijkt op het Engelse woord ‘key’

B

Een vogel, want het lijkt op het woord kraai

C

Aaien

D

Een steen

Deze slide heeft geen instructies

Wat is mijn favoriete Friese woord?

A

Harsenkrabje

B

Bjusterbaarlik

C

Tútsjeboartsje

D

Ferdivedaasje

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'ljipaai'?

A

Kievietsei

B

Dat is om een dier mee te aaien.

C

Daar kun je mee fierljeppen

D

Zo juicht een Fries

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je 'tot morgen' in het Fries?

A

oet moan

B

oant moarn

C

oet moarn

D

oant moan

Deze slide heeft geen instructies

Welke Fries werd hiermee bekend?

A

Epke Zonderland

B

Piet Paulusma

C

Sven Kramer

D

Doutzen Kroes

Deze slide heeft geen instructies

Vul in: Butter brea en griene ...... wa dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries.

A

Tsiis

B

Tchees

C

Cheese

D

Chiis

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we polsstokspringen in het Fries?

A

Keatse

B

Skûtsjesile

C

Fierljeppen

D

Fierspringe

Deze slide heeft geen instructies

Het meervoud van 'skiep' (schapen) is:

A

skiepen

B

sheep

C

skiep

D

schapen

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'heit'?

A

Moeder

B

Vader

C

Opa

D

Oma

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'beppe'?

A

Moeder

B

Vader

C

Opa

D

Oma

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn dúmkes?

A

Koekjes

B

Hapjes

C

Een like geven

D

kinder duimpjes

Deze slide heeft geen instructies

Noem drie producten die je kunt eten die typisch Fries zijn.

A

Drop, pipermint en tsiis

B

Koeke, drûge woarst en sûkerbôle

C

Kola, bôle en prei

D

Dokkumer bol, sjerpwafel, Sonnema

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'Wêr bisto?'

A

Wie ben jij?

B

Waar bent u?

C

Waar ben jij?

D

Wie bent u?

1:23 instarten

Wat betekent 'In nije dei?'

A

Een nieuwe jij

B

Een nieuwe dag

Deze slide heeft geen instructies

Nu over op dat waar elk Fries hart harder van gaat kloppen

De Elfstendentocht!

Deze slide heeft geen instructies

Welke stad hoort niet bij de Elfsteden?

A

Ljouwert

B

It Hearrefean

C

Sleat

D

Warkum

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'klúne'?

A

Met ondergebonden schaatsen over het land lopen.

B

Vieren dat je alle elf stempels hebt gehaald.

Deze slide heeft geen instructies

Wie van het Koninklijk Huis heeft de Elfstedentocht volbracht?

A

Beatrix

B

Willem-Alexander

C

Bernhard

D

Constantijn

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je Elfstedentocht in het Fries?

A

Alvestêdetocht

B

Alvéstedentocht

C

Alvestêdetôcht

D

Alvestédetocht

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'It giet oan'?

A

Het gaat aan

B

Het gaat gieten (regenen)

C

Het gaat door

D

Het gaat gebeuren

Deze slide heeft geen instructies