ZLKH Les 1 Infectieziekten hond

Les 1: Infectieziekten hond
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 1: Infectieziekten hond

Slide 1 - Tekstslide

Werkwijze
Eindtoets met cijfer

Tijdens de les opdrachten maken --> geen huiswerk als je het tijdens de les af hebt

Alles wat je nodig hebt, kun je vinden op ItsLearning

Slide 2 - Tekstslide

Waarom dit vak?
Deze module hoor bij het vak Gezondheidsleer (vorig 
jaar hygiëne, skelet, organen en zoönosen) 

  • Voorbereiding op de Beroepsproeve
  • Je leert wat je kan doen om ziekten te voorkomen, 
spoedgevallen te herkennen en te voorkomen dat dieren 
nog erger ziek worden

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen van vandaag
  • Je kan uitleggen wat een vaccinatie doet
  • Je kunt de ziektes waartegen honden worden ingeënt opnoemen
  • Je kunt de naam, oorzaak en symptomen van de ziektes waartegen honden worden ingeënt opnoemen, weet wat je kan doen om het dier te helpen en weet hoe je deze ziekten kan voorkomen
  • Je kan aangeven welke ziektes zoönosen zijn
  • Je kent de betekenis van de dikgedrukte woorden 

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet je al over het afweersysteem (of immuunsysteem)?

Slide 5 - Woordweb

Afweer-/Immuunsysteem
Verdedigt het lichaam tegen pathogenen (ziekteverwekkers)

Doel: infecties voorkomen/bestrijden + immuniteit opbouwen

Bestaat uit:
  • Aangeboren afweer
  • Verworven afweer

Slide 6 - Tekstslide

Immuniteit
= Weerstand tegen een ziekteverwekker door aanwezige antistoffen

Na aanmaak van antistoffen → immuun

Bij her-infectie → geen ziekte meer

Slide 7 - Tekstslide

Als je immuun bent voor een ziekte wordt je niet meer ziek na een besmetting
A
Goed
B
Fout

Slide 8 - Quizvraag

Aangeboren afweer
Vanaf geboorte aanwezig, reageert direct op ziekteverwekkers

Bestaat uit:

  • Barrières: huid, slijmvliezen, maagzuur

  • Fagocyten: witte bloedcellen die ziekteverwekkers ‘opeten’

Slide 9 - Tekstslide

Kenmerken aangeboren afweer
Reageert altijd op dezelfde manier, ongeacht ziekteverwekker

Snel, binnen enkele uren

Niet sterk → beperkt effect

Activeert na enkele dagen de verworven afweer

Slide 10 - Tekstslide

Verworven afweer
Ontstaat pas na contact met een ziekteverwekker

Reageert gericht op die specifieke ziekteverwekker

Bestaat uit lymfocyten: maken antistoffen die ziekteverwekkers uitschakelen

Slide 11 - Tekstslide

Kenmerken verworven afweer
Specifiek: gericht tegen één ziekteverwekker

Langzaam op gang (enkele dagen), maar sterk

Immunologisch geheugen: lymfocyten blijven in het lichaam → snelle reactie bij herinfectie

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Aangeboren afweer richt zich specifiek op één ziekte
A
Goed
B
Fout

Slide 14 - Quizvraag

Immuniseren
Immuniseren is het opwekken van immuniteit (afweer) tegen een soort ziekteverwekker

Twee manieren van immuniseren: actieve immunisatie en passieve immunisatie

Slide 15 - Tekstslide

Actieve immunisatie

Lichaam maakt zelf antistoffen

Na infectie of vaccinatie


Duurt enkele dagen voordat immuniteit optreedt

Immunologisch geheugen → langdurige bescherming (maanden/jaren, niet levenslang)
Passieve immunisatie

Antistoffen komen van buitenaf

Via moeder (baarmoeder, biest) of kunstmatig (serum)

Directe bescherming, maar kortdurend


Geen immunologisch geheugen (antistoffen worden afgebroken)

Slide 16 - Tekstslide

Bij actieve immunisatie maakt het lichaam zelf antistoffen tegen een ziekte aan
A
Goed
B
Fout

Slide 17 - Quizvraag

Vaccinatie / Inenting
Injectie met dode of verzwakte ziekteverwekkers

Activeert immuunsysteem → afweerreactie → immuniteit

Vorm van actieve immuniteit (lichaam maakt zelf antistoffen)

Geen levenslange bescherming → herhaling nodig

Slide 18 - Tekstslide

Effecten van vaccinatie
  • Minder kans dat dieren ziek worden
  • Mildere symptomen
  • Lagere kans op sterfte
  • Infectiedruk daalt (minder ziekteverwekkers aanwezig)
  • Groepsimmuniteit: ook ongevaccineerde dieren profiteren

Slide 19 - Tekstslide

Vaccinaties bij de hond
Vaccinaties
  • Op 6, 9 en 12 weken oud
  • Daarna jaarlijks de 'kleine cocktail' met de Ziekte van Weil
  • Om de drie jaar de 'grote cocktail' met alle ziektes

Slide 20 - Tekstslide

Je bent fokker van Duitse herder en de pups gaan naar nieuwe eigenaren als zij acht weken oud zijn. Tegen welke ziektes moet je de pups laten inenten vóórdat ze gaan verhuizen?
A
Parvo en hondenziekte
B
Parvo en leverziekte
C
Parvo en Ziekte van Weil
D
Parvo en kennelhoest

Slide 21 - Quizvraag

Je wilt een hond meenemen naar het buitenland. Welke inenting moet het dier gehad hebben?
A
Parvo
B
Hondenziekte
C
Rabiës (hondsdolheid)
D
Kennelhoest

Slide 22 - Quizvraag

Opdracht
Zoek van de ziektes waartegen honden gevaccineerd worden (leverziekte, Parvo, hondenziekte, ziekte van Weil, hondsdolheid) de volgende informatie op:
  • Oorzaak
  • Symptomen
  • Behandeling
  • Prognose 
  • Preventie

Slide 23 - Tekstslide