bijeenkomst 1

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Overzicht Periode 1
  • Thema: Johan de Witt Kijkwijzer
  • Benodigde lesmaterialen: Kijkwijzer, klimwijzer, laptop, pen en papier


Bijeenkomst 1
Bijeenkomst 2
Bijeenkomst 3
Bijeenkomst 4
Startklaar
Leerdoelgericht werken
Afsluiting
Voorkennis activeren
Bijeenkomst 5
Bijeenkomst 6
Bijeenkomst 7
Bijeenkomst 8
Formatief handelen
Actieve verwerking
Inclusieve didactie
Concrete en herkenbare voorbeelden

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:
  1. VOORAF: Startklaar, Voorkennis activeren
  2. INSTRUCTIE: Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden
  3. TOEPASSING: Actieve verwerking, Formatief handelen 
  4. EVALUATIE: Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Checklist:
Het activeren van relevante voorkennis als een  kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof .
Wat is volgens jou "Startklaar" en hoe kan de klimwijzer je hierbij helpen.

Slide 6 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

      Leerdoelen
  1. Je kent de bouwsteen Startklaar (R).
  2. Je kan de juiste omstandigheden creëren om samen met de leerlingen startklaar te zijn voor de les (T1).
  3. Je kan, indien de situatie afwijkt van normaal, de juiste omstandigheden creëren om samen met de leerlingen startklaar te zijn voor de les (T2).


Slide 7 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Instructie
Wist je dat onderzoek heeft aangetoond dat een goede sfeer op school zorgt voor betere schoolresultaten. 
Je kunt beter leren als de sfeer goed is en iedereen zich aan bepaalde regels houdt.

Het gaat niet alleen om regels en straffen, maar vooral ook om de gewoontes die we samen willen opbouwen en de relaties tussen leerlingen en docenten. 
Zonder goed gedrag wordt effectief leren moeilijk. 

Slide 8 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Checklist:
Het activeren van relevante voorkennis als een  kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof .
"Gedrag dient aangeleerd te worden"
Waarom? En hoe kunnen we dat doen?

Slide 9 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

Instructie
Gedrag moet aangeleerd worden 

Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Instructie
1. Gedrag dient als een curriculum te worden beschouwd.
2. Gedrag moet aan de leerlingen worden onderwezen, enkel uitleggen is onvoldoende.
3. Een uniforme gedragsstrategie is effectief voor alle leerlingen.
4. Optimaliseer de omgeving zodanig dat het voor leerlingen gemakkelijker is om gewenst gedrag te vertonen dan om ongewenst gedrag te vertonen.
5. Constructieve relaties zijn geworteld in structuur en hoge verwachtingen.
6. Leerlingen zijn inherent sociale wezens.
7. Consistentie vormt de basis voor goede gewoonten.
8. Ieder individu wil er toe doen.
9. De regels van onze school zijn bindend voor iedereen.
10. De regels van de klas zijn specifiek en moeten worden nageleefd.

Bennet (2020) - Regie in de klas

Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Instructie
Een routine is een reeks opeenvolgende gedragingen die je regelmatig gebruikt om een bepaald doel te bereiken. Routines zijn een soort recept, een reeks van ‘doe eerst dit, doe dan dit, doe dan dat’. 

Routines zijn:
• specifiek
• komen in een vaste volgorde voor
• eenvoudiger te onderwijzen omdat ze heel duidelijk gedefinieerd zijn;
• een ‘verzameling’ van gedragingen die belangrijk zijn voor de groep om op een beschaafde en efficiënte manier te functioneren.




Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Instructie
• Goed gedrag draagt fundamenteel bij aan elke onderwijsdoelstelling.
• Het verbeteren van gedrag dient een gemeenschappelijk doel te zijn voor iedereen in het onderwijsveld.
• Een positief gedragspatroon is een essentiële voorwaarde voor effectief leren.
• Goed gedrag stimuleert en versterkt de motivatie van leerlingen.


Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Kijkwijzer
Klimwijzer

Slide 14 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Casus
Spelletje Kavita??

Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Wat is het belangrijkste inzicht dat je hebt opgedaan?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les
  • Gedragscurriculum
  • Startklaar
  • Gewenst en ongewenst gedrag
  • Routines
  • Succeservaringen
  • Hoge positieve verwachtingen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
  1. Je kent de bouwsteen Startklaar (R).
  2. Je kan de juiste omstandigheden creëren om samen met de leerlingen startklaar te zijn voor de les (T1).
  3. Je kan, indien de situatie afwijkt van normaal, de juiste omstandigheden creëren om samen met de leerlingen startklaar te zijn voor de les (T2).

Slide 18 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Huiswerk
Maak een afspraak met één van je collega's voor een flitsbezoek voor de bouwsteen Startklaar. 
Bespreek samen hoe het ging, wat ging goed en waar zitten de verbeterpunten?

Wil je meer weten over het gedragscurriculum?
- Regie in de klas - Tom Bennet
- Doorloopjes 1, 2 en 3

Slide 19 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Welk inzicht neem je mee in de
voorbereiding op de lessen voor volgende week?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies