Wat doe jij in de winkel? - Artikelen controleren

Wat doe jij in de winkel?

Artikelen controleren 
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomiePraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Wat doe jij in de winkel?

Artikelen controleren 

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les heb je geleerd?
  • Datum controleren
  • Artikelen controleren
  • Artikelpresentatie bijhouden 

Slide 2 - Tekstslide

timer
1:00
Wat zijn artikelen?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Video

2. Welke artikelen verkoopt een supermarkt? geef 2 voorbeelden.

Slide 5 - Open vraag

Artikelen, wat zijn dat?
Je zegt niet een winkel verkoopt spullen of dingen. Je zegt een winkel verkoopt artikelen
Dus een supermarkt verkoopt artikelen, maar een kledingwinkel verkoopt ook artikelen. Ze verkopen verschillende soorten artikelen. De een verkoopt etenswaren, de ander kleding. 

Slide 6 - Tekstslide

1. Wat zijn artikelen?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Video

Artikelen in een schap
De manier waarop artikelen in of op een schap staan of in een rek hangen, is de artikelpresentatie. Een schap is een plank in een stelling waarop je artikelen kunt zetten. 
Door artikelen op een bepaalde manier neer te zetten, zorg je ervoor dat ze extra opvallen, zodat er meer van vekocht worden. 

Slide 9 - Tekstslide

Artikelen in een schap

Slide 10 - Tekstslide

Schappenplan
De indeling van de schappen, rekken of bakken staat op papier, in een schappenplan
Dit is een soort plattegrond van de schappen, rekken of bakken. Ook staat in het schappenplan hoeveel er van elk artikel op een bepaalde plaats moet staan, hangen of liggen. 

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld van schappenplan

Slide 12 - Tekstslide

3. Wat is een schap?

Slide 13 - Open vraag

4. Je kunt artikelen in of op een schap zetten. Hoe kun je artikelen nog meer presenteren? Noem er twee.

Slide 14 - Open vraag

5. Wat is een artikelpresentatie?

Slide 15 - Open vraag

6. Wat is een schappenplan?

Slide 16 - Open vraag

7. Wanneer gebruik je een schappenplan?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Video

Datum lezen 
Veel artikelen om te eten blijven niet altijd goed. Er staat op de verpakking een datum. Een datum geeft een dag, maand en jaar aan. Een datum kun je op verschillende manieren schrijven. 

Slide 19 - Tekstslide

8. Wat is een datum?

Slide 20 - Open vraag

9. Welke datum is het vandaag? Schrijf op twee manieren op.

Slide 21 - Open vraag

10. Wat is je geboortedatum? Schrijf op twee manieren op.

Slide 22 - Open vraag

11. schrijf achter de volgende nummers welke maand het is

Slide 23 - Tekstslide

Artikelen controleren 
In de winkel let je er dus op dat artikelen niet bederven. Het helpt om naar de houdbaarheid te kijken. Houdbaarheid wil zeggen hoe lang je een artikel kunt bewaren. 
Zo heeft elk artikel een eigen houdbaarheid. Zit het artikel in een verpakking? Daar staat dan meestal een datum op. Dit is de houdbaarheidsdatum. Je mag het artikel tot en met die datum verkopen. Hoe verder weg de datum, hoe langer het houdbaar is. 

Slide 24 - Tekstslide

Wat controleer je nog meer bij een artikel?
Je controleert niet alleen op houdbaarheid. Je kijkt meteen of de artikelen niet kapot zijn of verkleurd. Zie je bijvoorbeeld een ingedeukt blik staan in het schap? Dit blik is niet meer goed en haal je uit het schap. Je meldt dit ook bij je baas. 

Slide 25 - Tekstslide

6. Wat betekend houdbaar?

Slide 26 - Open vraag

13. Bekijk het plaatje. Tot wanneer is dit pak melk houdbaar?

Slide 27 - Open vraag

14a. Schrijf 2 etenswaren op die niet snel bederven

Slide 28 - Open vraag

14b. Schrijf 2 etenswaren op die wel snel bederven

Slide 29 - Open vraag

Lees de tekst 

Slide 30 - Tekstslide

15. Wat zou jij doen?

Slide 31 - Open vraag

16. Wat doe jij als je dit pak ziet liggen in het schap?

Slide 32 - Open vraag

Slide 33 - Video

Artikelpresentatie bijhouden
Ziet een artikelpresentatie er niet zo netjes meer uit? Dan herstel je de presentatie. Je hangt kleding die door een klant is gepast, weer op de juiste plaats terug. Of je vouwt deze weer netjes op en legt het in het juiste vak. 
Blikken, potten en flessen zet je weer netjes recht, met de tekst naar voren. Je kijkt of de artikelen nog goed zijn. 

Slide 34 - Tekstslide

Artikelpresentatie bijhouden
Je weet nu dat artikelen in een schap staan of in een rek hangen en dat je ze moet controleren op houdbaarheid. Raken schappen leeg dan moet je deze vullen. Wanneer je het schapt bijvult heet dit vakken vullen.
 Is een schap niet zo vol? Dan spiegel je dat schap. Spiegelen is de artikelen in een schap van achteren naar voren schuiven. 

Slide 35 - Tekstslide





Ook zet je de artikelen die het langst houdbaar zijn achteraan is het schap. Een klant pakt meestal namelijk het voorste artikel. Dit art artikel is minder lang houdbaar dan de artikelen erachter 

Slide 36 - Tekstslide

17. Wat is spiegelen?

Slide 37 - Open vraag

18. Wanneer moet je spiegelen?

Slide 38 - Open vraag

19. Waarop moet je letten bij het controleren van een artikelpresentatie?

Slide 39 - Open vraag

10. Je moet 3 pakken melk in het schap terugzetten. Bekijk de volgende 3 houdsbaarheidsdata. Welke datum zet je vooraan, in het midden en achteraan?
Vooraan
in het midden
achteraan
27-10-2014
20-10-2014
23-10-2014

Slide 40 - Sleepvraag

Waar let je op tijdens je werk?
Een klant mag geen last hebben van jouw werkzaamheden als je bezig bent met het controleren van artikelen. Bij je werk moet je extra letten op:
- Controleer de houdbaarheid en kijk of artikelen kapot zijn
- Houd de artikelpresentatie schoon
- Laat de klant voorgaan

Slide 41 - Tekstslide

21. Hoe kun je tijdens het opruimen en aanvullen de overlast voor klanten zo klein mogelijk maken?

Slide 42 - Open vraag

22. Je bent bezig met werk, er komt een klant met een vraag waar hij de shampoo kan vinden, wat doe je ?

Slide 43 - Open vraag

Slide 44 - Video