Podiumkunsten

CKV THEATER
 PODIUMKUNSTEN 
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
ckvMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

CKV THEATER
 PODIUMKUNSTEN 

Slide 1 - Tekstslide

Wat is theater?
Geef een omschrijving.

Slide 2 - Open vraag

Theater/podiumkunsten
Onder podiumkunsten/ theater verstaan we kunstvormen die door spelers/makers/dansers live uitgevoerd worden voor een publiek
Dat kan om toneel gaan, dans, cabaret, musical of muziektheater
Bij podiumkunsten ben je er ter plekke bij (meer dan bij bv. film). Je beleeft als groep iets wat zich op dat moment live voor je ogen afspeelt. Zo’n gedeelde ervaring kan verbindend werken, want je hebt allemaal op hetzelfde moment hetzelfde gezien.




Slide 3 - Tekstslide

Wanneer is theater (als discipline) ontstaan?
A
In het oude Griekenland
B
Na WOI
C
In de middeleeuwen
D
In de prehistorie

Slide 4 - Quizvraag

                            

                             Ontstaan rond 70 na Chr.
                                                              
                                                        Werd o.a. gespeeld in het Colloseum (Amfitheater) 


Griekse tragedie
Toneel

Slide 5 - Tekstslide

Binnenkant Colloseum
70

Amsterdam arena
1970

Slide 6 - Tekstslide

Wat heb je nodig voor theater?
Je hebt theatrale middelen nodig, dat zijn dingen 
waar de regisseur gebruik van maakt 
om het verhaal beter 
te laten over komen op zijn publiek.
Theater bestaat uit:
> speelvlak, spelers en publiek
> spel (mimiek, houding, stem)
> en eventueel decor, licht, muziek

Slide 7 - Tekstslide

Spelgegevens
Wie
Wat
Waar
Waarom
Wanneer

Slide 8 - Tekstslide

Vormgevingsmiddelen

Decor 
Rekwisieten / attributen
Kostuums 
Kap en grime
Licht
Muziek (geluidseffecten)
Audiovisueel (beeld)

Slide 9 - Tekstslide

Decor
Attributen

Slide 10 - Tekstslide

kostuums
 grime

Slide 11 - Tekstslide

licht
audiovisueel (beeld)

Slide 12 - Tekstslide

audiovisueel (beeld)

Slide 13 - Tekstslide

Enscenering
                                     "In scène zetten"                        

Je maakt gebruik van:
- mise-en-scène 
- de vormgeving van het stuk

Slide 14 - Tekstslide

Wat is mise-en-scène?
A
Wat wordt er gedaan met belichting tijdens een voorstelling.
B
Hoe maken de acteurs gebruik van het speelveld.
C
De scene die wordt uitgebeeld speelt zich in de mist af.
D
Het is een term die in de wetenschap wordt gebruikt.

Slide 15 - Quizvraag

mise-en-scène
Betekenis
 "Plaatsing op toneel"

Waar staan de acteurs ten opzichte van elkaar en het decor/attributen

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de betekenis van de mise-en-scène in de volgende foto's? 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

En ook niet onbelangrijk...
Spel van de acteurs

Houding
Stem
Mimiek

Slide 20 - Tekstslide

Wat doet een regisseur?
A
De regisseur is de baas van het theater.
B
De regisseur geeft het theaterstuk vorm.
C
De regisseur is de schrijver van het stuk.

Slide 21 - Quizvraag

Theatergenres

Slide 22 - Tekstslide

Musical
  • Muziek en theater komen samen
  • Muziek inzetten om een verhaal te vertellen

Musical = Lichte muziek (popmuziek) is leidend
Opera = Klassieke muziek is leidend
Muziektheater = Muziek speelt een eigen rol

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

CABARET

  • Humor
  • Alledaagse onderwerpen
  • Maatschappij-kritisch  (duidelijke moraal)
  • Vaak zelfspot (imago)

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

LOCATIETHEATER
  • Anders dan in theatergebouw of openluchttheater
  • Vaak buiten: strand, duinen, bos, industrieterrein, treinstation
  • Plek-afhankelijk
  • Locatie versterkt verhaal
  • Unieke ervaring

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

BEWEGINGSTHEATER
  • Verhaal vertellen door uitdrukkingskracht van lichaam
  • Fysieke beeldtaal
  • Fysieke mogelijkheden verkennen
  • Anders dan dans?


Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

TEKSTTHEATER
  • Veel theater start vanuit een tekst
  • Tekst als belangrijkste component
  • Nieuwe of bestaande theatertekst

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Welke theatergenre spreekt jou het meeste aan?
A
teksttoneel
B
cabaret
C
musical
D
locatietheater

Slide 33 - Quizvraag

Dimensie: amusement en engagement?
Bij een voorstelling / vorm van podiumkunsten kan het gaan om:

'Amusement' ("vermaak"): het vermaken/amuseren van de toeschouwers, voor hun plezier, zonder er al te veel over te hoeven nadenken. Op het moment zelf heb je er plezier van, maar het zet je niet echt aan het denken over de wereld / over jezelf / ….

'Engagement' ("lering"): de maker wil het publiek iets meer meegeven dan alleen een leuke avond; bijvoorbeeld iets om over na te denken, iets om je een mening over te vormen, soms een visie of een vraag. De maker is betrokken bij de wereld om ons heen en probeert daar iets over te zeggen in een voorstelling. Dat wil niet altijd zeggen dat er een duidelijke boodschap is; een geëngageerde maker wil ons aan het denken zetten over de wereld om ons heen.

Natuurlijk kan er ook sprake zijn van een mix van amusement en engagement.




Slide 34 - Tekstslide

Amusement, engagement of allebei?

Bekijk de volgende fragmenten en bespreek of het amusement, engagement, of beiden is. 




Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

0

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Engagement of Amusement?
A
Engagement
B
Amusement
C
Beiden

Slide 39 - Quizvraag

Kan de wereld het theater veranderen? Leg uit.

Slide 40 - Open vraag

Kan theater de wereld veranderen? Leg uit.

Slide 41 - Open vraag