Podiumkunsten

CKV THEATER
 PODIUMKUNSTEN 
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
ckvMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 9 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

CKV THEATER
 PODIUMKUNSTEN 

Slide 1 - Tekstslide

Naar welke of wat voor voorstelling ben je het laatst geweest? (niet de voorstelling van school benoemen)

Slide 2 - Open vraag

Wat is theater?
Geef een omschrijving.

Slide 3 - Open vraag

Theater/podiumkunsten
Onder podiumkunsten/ theater verstaan we kunstvormen die door spelers/makers/dansers live uitgevoerd worden voor een publiek
Dat kan om toneel gaan, dans, cabaret, musical of muziektheater
Bij podiumkunsten ben je er ter plekke bij (meer dan bij bv. film). Je beleeft als groep iets wat zich op dat moment live voor je ogen afspeelt. Zo’n gedeelde ervaring kan verbindend werken, want je hebt allemaal op hetzelfde moment hetzelfde gezien.




Slide 4 - Tekstslide

Wanneer is theater (als discipline) ontstaan?
A
In het oude Griekenland
B
Na WOI
C
In de middeleeuwen
D
In de prehistorie

Slide 5 - Quizvraag

                            

                             Ontstaan rond 70 na Chr.
                                                              
                                                        Werd o.a. gespeeld in het Colloseum (Amfitheater) 


Griekse tragedie
Toneel

Slide 6 - Tekstslide

Binnenkant Colloseum
70

Amsterdam arena
1970

Slide 7 - Tekstslide

Wat heb je nodig voor theater?
Je hebt theatrale middelen nodig, dat zijn dingen 
waar de regisseur gebruik van maakt 
om het verhaal beter 
te laten over komen op zijn publiek.
Theater bestaat uit:
> speelvlak, spelers en publiek
> spel (mimiek, houding, stem)
> en eventueel decor, licht, muziek

Slide 8 - Tekstslide

Theatrale middelen
Spelgegevens



7 vormgevingsmiddelen




Enscenering
- 5 W's
- decor
- attributen
- kostumering
- haar en grime
- licht
- muziek
- audiovisueel

- mise-en-scène
- vormgeving (plaatsing)

Slide 9 - Tekstslide

Spelgegevens
Wie
Wat
Waar
Waarom
Wanneer

Slide 10 - Tekstslide

Vormgevingsmiddelen

Decor 
Rekwisieten / attributen
Kostuums 
Kap en grime
Licht
Muziek (geluidseffecten)
Audiovisueel (beeld)

Slide 11 - Tekstslide

Decor
Attributen

Slide 12 - Tekstslide

kostuums
 grime

Slide 13 - Tekstslide

licht
audiovisueel (beeld)

Slide 14 - Tekstslide

audiovisueel (beeld)

Slide 15 - Tekstslide

Enscenering
                                     "In scène zetten"                        

Je maakt gebruik van:
- mise-en-scène 
- de vormgeving van het stuk

Slide 16 - Tekstslide

Wat is mise-en-scène?
A
Wat wordt er gedaan met belichting tijdens een voorstelling.
B
Hoe maken de acteurs gebruik van het speelveld.
C
De scene die wordt uitgebeeld speelt zich in de mist af.
D
Het is een term die in de wetenschap wordt gebruikt.

Slide 17 - Quizvraag

mise-en-scène
Betekenis
 "Plaatsing op toneel"

Waar staan de acteurs ten opzichte van elkaar en het decor/attributen

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de betekenis van de mise-en-scène in de volgende foto's? 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

En ook niet onbelangrijk...
Spel van de acteurs

Houding
Stem
Mimiek

Slide 22 - Tekstslide

Leg uit hoe een acteur zijn stem kan inzetten bij het overdragen van emoties.

Slide 23 - Open vraag

Wat doet een regisseur?
A
De regisseur is de baas van het theater.
B
De regisseur geeft het theaterstuk vorm.
C
De regisseur is de schrijver van het stuk.

Slide 24 - Quizvraag

De inhoud van een theaterstuk noemen we:
A
de mise-en-scene
B
het decor
C
de voorstelling
D
het toneelbeeld

Slide 25 - Quizvraag

Hoe noemen we het als toneelspel
'net echt' overkomt?
A
gestileerde speelstijl
B
naturalistische speelstijl
C
absurdistische speelstijl
D
(melo)dramatische speelstijl

Slide 26 - Quizvraag

Bij cabaret wordt 'de vierde wand' doorbroken. Leg uit wat hiermee wordt bedoeld.

Slide 27 - Open vraag

Theatergenres

Slide 28 - Tekstslide

Musical
  • Muziek en theater komen samen
  • Muziek inzetten om een verhaal te vertellen

Musical = Lichte muziek (popmuziek) is leidend
Opera = Klassieke muziek is leidend
Muziektheater = Muziek speelt een eigen rol

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

CABARET

  • Humor
  • Alledaagse onderwerpen
  • Maatschappij-kritisch  (duidelijke moraal)
  • Vaak zelfspot (imago)

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

LOCATIETHEATER
  • Anders dan in theatergebouw of openluchttheater
  • Vaak buiten: strand, duinen, bos, industrieterrein, treinstation
  • Plek-afhankelijk
  • Locatie versterkt verhaal
  • Unieke ervaring

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

BEWEGINGSTHEATER
  • Verhaal vertellen door uitdrukkingskracht van lichaam
  • Fysieke beeldtaal
  • Fysieke mogelijkheden verkennen
  • Anders dan dans?


Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

TEKSTTHEATER
  • Veel theater start vanuit een tekst
  • Tekst als belangrijkste component
  • Nieuwe of bestaande theatertekst

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Welke theatergenre spreekt jou het meeste aan?
A
teksttoneel
B
cabaret
C
musical
D
locatietheater

Slide 39 - Quizvraag

Dimensie: amusement en engagement?
Bij een voorstelling / vorm van podiumkunsten kan het gaan om:

'Amusement' ("vermaak"): het vermaken/amuseren van de toeschouwers, voor hun plezier, zonder er al te veel over te hoeven nadenken. Op het moment zelf heb je er plezier van, maar het zet je niet echt aan het denken over de wereld / over jezelf / ….

'Engagement' ("lering"): de maker wil het publiek iets meer meegeven dan alleen een leuke avond; bijvoorbeeld iets om over na te denken, iets om je een mening over te vormen, soms een visie of een vraag. De maker is betrokken bij de wereld om ons heen en probeert daar iets over te zeggen in een voorstelling. Dat wil niet altijd zeggen dat er een duidelijke boodschap is; een geëngageerde maker wil ons aan het denken zetten over de wereld om ons heen.

Natuurlijk kan er ook sprake zijn van een mix van amusement en engagement.




Slide 40 - Tekstslide

Amusement, engagement of allebei?

Bekijk de volgende fragmenten en bespreek of het amusement, engagement, of beiden is. 




Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

Engagement of Amusement?
A
Engagement
B
Amusement
C
Beiden

Slide 43 - Quizvraag

Slide 44 - Video

Engagement of Amusement?
A
Engagement
B
Amusement
C
Beiden

Slide 45 - Quizvraag

0

Slide 46 - Video

Engagement of Amusement?
A
Engagement
B
Amusement
C
Beiden

Slide 47 - Quizvraag

Nora Akachar

Waarom staat zij op het podium, waarom maakt zij kunst?

"Als islamitische vrouw (met hijab) geeft Nora gezicht en stem aan vrouwen die zich zelden tot nooit gerepresenteerd zien in het Nederlandse theateraanbod.
Zij maakte eerder: Trauma’s van Nora on Stage (2020), Wrap My Hijab (2021) en Alles Over-Winnen (2022). Theaterkrant noemt Nora: “een steeds belangrijker wordende stem van een generatie”. Nora was ook te zien in de film Meskina (2021), tv-serie Mocro Maffia (2021) en ze presenteerde het programma RaRa Ramadan op NPO 3 (2023)."

Voorstelling: Ongesteld (ongestelde vragen)
@ De Vaillant, Den Haag | 2-12-2023 | 19.00u

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Video

Engagement of Amusement?
A
Engagement
B
Amusement
C
Beiden

Slide 50 - Quizvraag

Kan de wereld het theater veranderen? Leg uit.

Slide 51 - Open vraag

Kan theater de wereld veranderen? Leg uit.

Slide 52 - Open vraag