Herhalingsles voor de toets blok 4 (Kim)

Herhalingsles 
HST 10; Leertheorieën
 HST 11; Evaluatie           
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
DidactiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhalingsles 
HST 10; Leertheorieën
 HST 11; Evaluatie           

Slide 1 - Tekstslide

Belangrijk
  • Op de toets krijg je herhaling vanuit het hele jaar.
  • Meeste vragen zoomen in op HST 10 (Leertheorieën) en 11 (Evaluatie)
  • Open vragen en meerkeuze vragen. 

Slide 2 - Tekstslide

Beginsituatie
Doelstelling
Les/training
Evaluatie
Lesopbouw
Organisatie
Bewegingsvormen
Didactische werkvormen

Slide 3 - Sleepvraag

Slide 4 - Tekstslide

(HST 1) Didactisch model --> Sleutelvragen

Bij planmatig werken is het handig om jezelf een aantal vragen te stellen. Deze vragen stel je in alle drie de fasen van het lesgeefproces. Omdat deze vragen te maken hebben met de theorie van het lesgeven, zijn het didactische vragen. De volgende vier didactische vragen zijn van groot belang bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van lessen en trainingen. Deze vragen vormen de sleutel tot het geven van een goede les of training en heten dan ook didactische sleutelvragen.

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een didactische sleutelvraag?
A
Waar moet ik beginnen? Wat is de beginsituatie?
B
Wat wil ik bereiken? Wat zijn mijn doelstellingen?
C
Hoe ga ik de les geven?
D
Heb ik mijn doel bereikt? Wat levert evaluatie van de les mij op?

Slide 6 - Quizvraag

4 didactische sleutelvragen:
  1. Waar moet ik beginnen? Wat is de beginsituatie?
  2. Wat wil ik bereiken? Wat zijn mijn doelstellingen?
  3. Hoe ga ik de les geven?
  4. Heb ik mijn doel bereikt? Wat levert evaluatie van de les mij op?

Slide 7 - Tekstslide

Deelvragen:
Binnen deze vier kernvragen kun je nog een aantal deelvragen stellen. Bijvoorbeeld:
  • Beginsituatie: Waar moet ik beginnen?
  1. Aan welke groep/individuen moet ik de les geven?
  2. Over welke vaardigheden moet ik beschikken om deze les te kunnen geven?
  3. Onder welke omstandigheden moet ik de les geven?

Slide 8 - Tekstslide

Wat zouden deelvragen kunnen zijn bij: Les of training: Hoe ga ik de les geven?

Slide 9 - Open vraag

Wat versta jij onder differentiëren?

Slide 10 - Open vraag

(HST 6) Differentiëren is:
Een oefening makkelijker of moeilijker maken voor een (klein) deel van je groep.
Dit doe je om ervoor te zorgen dat iedereen zich op eigen niveau kan verbeteren.

Slide 11 - Tekstslide

Differentiëren hoe?
  • Basisoefening voor 80 % van deelnemers die dit net aankunnen
  • Makkelijker maken voor degenen die dit moeilijk vinden (zodat iedereen het kan)
  • Moeilijker maken voor degenen die dit kunnen(voor meer uitdaging)
  • Dit betekent vaak meerdere oefensituaties, of:

Slide 12 - Tekstslide

2 manieren van differentiëren
De organisatie(arrangement) aan passen (organisatorisch differentiatie)
 Andere bal
Pionnen verder of dichter bij elkaar
Trampoline gebruiken i.p.v. een reuterplank
*Soms een extra oefensituatie*
Bewegingsvormen aan te passen (inhoudelijk differentiatie)
Achteruit lopen op de balk bij turnen i.p.v. vooruit
Dubbele kong i.p.v. enkele kong
*Kan vaak ook in dezelfde situatie*

Slide 13 - Tekstslide

Sleep de juiste differentiaties naar de juiste vorm 
Organisatorisch differentiatie
Inhoudelijk differentiatie
Gebruik je niet voorkeurs been bij het dribbelen
Het doel bij handbal dichterbij plaatsten
De reuterplank verwisselen voor een tamproline bij de salto
Achteruit lopen over de balk bij turnen
Jij mag niet meedoen, maar gaat je team begeleiden door te vertellen wat ze moeten doen
Het veld bij trefbal kleiner maken

Slide 14 - Sleepvraag

Lesopbouw (HST 4)
Na de warming-up of de inleiding volgt de kern van de les. Dit is het centrale deel van een les --> In de kern van een les staat het leren centraal. 
De inhoud van de kern kan bestaan uit:
  • Aanleren
  • Verbeteren
  • Toepassen.

Slide 15 - Tekstslide

???
Dit is het moment dat je de studenten iets nieuws voorschotelt. Ze weten er waarschijnlijk nog niks van, of kunnen het nog niet.


Wat doe je? Je legt de basis uit. Je doet het voor (demonstreren), laat een filmpje zien, of geeft de theorie.

Slide 16 - Tekstslide

Wat hoort hierbij?
A
Verbeteren
B
Aanleren
C
Toepassen

Slide 17 - Quizvraag

???
Ze weten wat de bedoeling is, gaan ze het herhalen. In deze fase zit de meeste tijd. Het gaat hier niet om 'iets nieuws', maar om het 'beter doen'.


Wat doe je? Oefenen, oefenen, oefenen. Jij loopt rond als coach en geeft tips: "Houd je rug rechter" of "Vergeet stap B niet".

Slide 18 - Tekstslide

Wat hoort hierbij?
A
Verbeteren
B
Aanleren
C
Toepassen

Slide 19 - Quizvraag

???
De student kan het nu in een gecontroleerde setting, maar kan hij/zij het ook als de situatie verandert of moeilijker wordt?


Wat doe je? Je maakt het lastiger. Je zet ze in een spelvorm of een wedstrijdje. Ze moeten de aangeleerde skill gebruiken in een 'echte' context.

Slide 20 - Tekstslide

Wat hoort hierbij?
A
Verbeteren
B
Aanleren
C
Toepassen

Slide 21 - Quizvraag

Kern van de les
In de kern realiseer je de lesdoelstellingen. De doelstellingen bepalen de keuze van de bewegingsvormen. Er zijn verschillende typen lessen, zoals een conditieles, spelles, turnles of recreatieles. Het type les wordt bepaald door wat er in de kern gebeurt.
De kern van de les kan zijn:
  • Eén kern
  • Meerdere, afzonderlijke kernen
  • Meerdere, aan elkaar gekoppelde kernen

Slide 22 - Tekstslide

Eén kern

Slide 23 - Tekstslide

Meerdere, afzonderlijke kernen

Slide 24 - Tekstslide

Meerdere, gekoppelde kernen

Slide 25 - Tekstslide

Leertheorieën (HST 10)
Wanneer is er sprake van leren? Denk als voorbeeld aan een kind dat er na veel vallen en opstaan eindelijk in slaagt om zelfstandig te kunnen fietsen. Welk proces heeft tot dit resultaat geleid? In principe kunnen twee verschillende processen tot leereffect leiden:
  • Rijping
  • Leren

Slide 26 - Tekstslide

Rijping
Rijping heeft te maken met de ontwikkeling van het menselijk lichaam!!
Je moet hierbij denken aan de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel en aan de ontwikkeling van spieren en botten.
Door buitenaf (omgevingsfactoren) beïnvloedbaar, namelijk;
  • Voeding
  • Milieu (de omgeving waarin iemand opgroeit en leeft)

Slide 27 - Tekstslide

Leren
Leren is een proces waarbij onder invloed van oefening of het opdoen van ervaring een relatief permanente verandering ontstaat!!
De belangrijkste elementen van deze definitie houden het volgende in:
  • Leren is een effect van oefenen of ervaringen opdoen.
  • Het leereffect moet op de een of andere manier waarneembaar zijn. 
  • Het moet om een min of meer permanente, duurzame verandering gaan.
  • We spreken over een leereffect als er een transfer is. 

Slide 28 - Tekstslide

Evaluatie (HST 11)
Evalueren = 
Het verzamelen, verwerken en interpreteren van informatie met de bedoeling een oordeel te vormen over het resultaat en verloop van de les. 

Toelichting: 
Je gaat terugkijken op je voorbereiding en hoe de les zelf is verlopen. Ben je tevreden hoe het is gegaan en heb je je doelen kunnen bereiken. 

Slide 29 - Tekstslide

Functie van evalueren?

Slide 30 - Tekstslide

Evaluatie momenten
Begin van de les: 
Nog even terugkomen op de vorige les en dat aanpassen.
Aan het einde van de les: 
Roep de groep bij elkaar en evalueer kort en krachtig, geef je mening en vraag de mening van de deelnemers.
Na afloop van een les:
Zet de hoofdpunten van de evaluatie op een rijtje en neem dit mee naar de volgende lessen.
Na een langere periode:
Evalueer ook na een langere periode en gebruik hier eventueel geschikte evaluatie-instrumenten voor.

Slide 31 - Tekstslide