formatieve toets exameneis 7

formatieve toets exameneis  7
Geef antwoord naar je beste kunnen en inventariseer wat je nog niet goed kent. 
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
FilosofieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

formatieve toets exameneis  7
Geef antwoord naar je beste kunnen en inventariseer wat je nog niet goed kent. 

Slide 1 - Tekstslide

Welke stelling over Helmuth Plessner is onwaar?
A
hij was zoöloog
B
hij ontkende het dierlijke aspect van mens-zijn
C
bedenker van ex-centrische positionaliteit
D
hij stelt dat wij een lichaam zijn én hebben

Slide 2 - Quizvraag

Welke filosoof stelde net als Plessner dat de mens een onbepaald wezen is?
A
Friedrich Nietzsche
B
Plato
C
Maxine Sheets-Johnstone
D
Gottfried Herder

Slide 3 - Quizvraag

Waar gaat Kwestie 1 over en wat zijn standpunt 1 en 2 in deze kwestie?

Slide 4 - Open vraag

Welke wetmatigheid valt niet onder Plessner's antropologische wetmatigheden?
A
kunstmatige bemiddeling
B
bemiddelde onmiddelijkheid
C
natuurlijke kunstmatigheid
D
utopische standplaats

Slide 5 - Quizvraag

Leg ex-centrische positionaliteit uit adhv een beschrijving van de zijnswijze van een steen - dier - mens. Verwerk de begrippen binnenwereld en buitenwereld in je uitleg.

Slide 6 - Open vraag

Volgens Plessner is de dubbele bestaanservaring wat de mens kenmerkt. Wat houdt dit in?
A
het dubbeleffect maakt de binnen- en buitenwereld mogelijk
B
dit effect treedt op als de mens de buitenwereld aanschouwt
C
de mens is een wezen dat zichzelf van buitenaf en van binnenuit kan beleven
D
een lichaam zijn en een lichaam hebben

Slide 7 - Quizvraag

Bedenk een voorbeeld van het gebruik van technologie waaruit de bemiddelde onmiddelijkheid van de menselijke bestaanservaring blijkt.

Slide 8 - Open vraag

'we zijn geworpen in een reeds bestaande wereld maar verlangen naar een beter en een hoger' Van welke antropologische wet getuigt deze uitspraak en waarom?

Slide 9 - Open vraag

PT Plessner: Lachen en wenen
Lachen en huilen zijn bijzondere gedragsuitingen omdat ze niet vallen in de categorie van rationeel gebruik van taal of gebaar. Ze hebben een eruptief karakter (uitbarsting). Het wordt getriggerd door emotie maar je hebt er niet dezelfde controle over als woede of liefdesgevoelens. De uitingsvormen lachen en huilen passen bij andere vegetatieve processen zoals braken of blozen. Sommige dieren lijken te glimlachen of janken maar dat is net zo min echt, als de gedwongen lach van een geesteszieke.
Het lachen of wenen van mensen toont de verhouding tussen de mens met zijn lichaam; het openbaart zich als onbeheerste uitbarsting van een verzelfstandigd lichaam. De mens geeft zich over aan wat er lichamelijk gebeurt; vervalt erin. Dit laat een dubbelzinnige verhouding tussen mens en lichaam zien; we zijn als wezen een lichaam, maar ook een wezen ‘in-een-lichaam-ding’. Dit betekent een breuk in de verhouding van de mens tot zijn lichaam.
Een onbeantwoordbare situatie waarvan we niet weten hoe we erop moeten reageren maakt dat we gaan lachen of wenen. Als we hierin vervallen is de speelruimte om te bepalen hoe we onze gedachten of emoties willen uiten weg.

Slide 10 - Tekstslide

Waarom laat lachen of huilen een dubbele verhouding van ons tot ons lichaam zien? Kies een citaat uit de samenvatting en geef een persoonlijk voorbeeld waaruit die dubbelheid nog meer blijkt.

Slide 11 - Open vraag

Hoe sta je ten opzichte van het te behalen doel? (eindterm 7)
nailed it!
nog 1 of 2 aspecten herhalen
ik begrijp het wel maar ik beheers het nog niet
in welke van de 7 lagen van de hel ben ik nu weer terecht gekomen?

Slide 12 - Poll