Woordenschat H6: spreekwoorden en uitdrukkingen

Goedemorgen klas 2C

Vandaag...

- stillezen
- Lezen hoofdstuk 1
Goedemorgen klas 2B

Vandaag...
- Stillezen
- Woordenschat hoofdstuk 6: 
opdrachten nakijken




 Huiswerk maandag 15 mei:
- Maken: Woordenschat H6, opdracht 1 t/m 5
- Leren: Woordenlijst H4 + eerste helft H5

Huiswerk dinsdag 23 mei:
Repetitie Woordenschat H4, H5, H6






Leerdoel:
- Ik kan de betekenis van van onbekende spreekwoorden en uitdrukkingen opzoeken in het woordenboek.
- Ik ken de betekenis van alle spreekwoorden en uitdrukkingen uit dit hoofdstuk

1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Goedemorgen klas 2C

Vandaag...

- stillezen
- Lezen hoofdstuk 1
Goedemorgen klas 2B

Vandaag...
- Stillezen
- Woordenschat hoofdstuk 6: 
opdrachten nakijken




 Huiswerk maandag 15 mei:
- Maken: Woordenschat H6, opdracht 1 t/m 5
- Leren: Woordenlijst H4 + eerste helft H5

Huiswerk dinsdag 23 mei:
Repetitie Woordenschat H4, H5, H6






Leerdoel:
- Ik kan de betekenis van van onbekende spreekwoorden en uitdrukkingen opzoeken in het woordenboek.
- Ik ken de betekenis van alle spreekwoorden en uitdrukkingen uit dit hoofdstuk

Slide 1 - Tekstslide

timer
15:00

Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent "De hond in de pot vinden?"
A
Ik vind het eten vies
B
Thuis komen en alles is al op
C
Iets kwijt zijn en op gekke plaatsen zoeken
D
De hond in de pot is een recept uit China

Slide 3 - Quizvraag

Slide 4 - Tekstslide

Wat betekent "Je vingers erbij aflikken"
A
Streng op iemand letten
B
Honger hebben
C
Iets heel graag lusten
D
Niet weten hoe iets moet

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de betekenis van "Boontje komt om zijn loontje?"
A
Iemand wil meer geld
B
Hij wil alles zelf doen
C
Hij kan er niks aan doen
D
Eigen schuld, dikke bult

Slide 7 - Quizvraag

Wat betekent:
Het is weer koek en ei tussen hen.
A
Ze hebben ruzie
B
Ze gaan samen koken
C
Ze zijn verliefd
D
De ruzie is voorbij, ze zijn weer vrienden

Slide 8 - Quizvraag

Muil + Peer= Muilpeer
Muilpeer= Een klap in het gezicht
Grappige samenstellingen

Slide 9 - Tekstslide

Wat is een oorvijg?
A
Een klap
B
Een sieraad
C
Een fruitsoort
D
Een beestje dat in oren kruipt

Slide 10 - Quizvraag

Wat is komkommertijd?
A
Tijd voor een tussendoortje
B
Dan worden ze geoogst
C
Periode van weinig nieuws
D
In augustus als de komkommers goedkoper zijn

Slide 11 - Quizvraag

En nu...
- Maken: Woordenschat H6, opdracht 1 t/m 5

- Zorg ervoor dat je Woordenschat H4 en H5 nagekeken hebt

- Leer de woordenlijsten

Slide 12 - Tekstslide

Goedemorgen klas 2C

Vandaag...

- stillezen
- Lezen hoofdstuk 1
Goedemorgen klas 2B

Vandaag...
- Stillezen
- Woordenschat hoofdstuk 6: 
spreekwoorden en uitdrukkingen




 Huiswerk 

 







Leerdoel:
- Ik kan de betekenis van van onbekende spreekwoorden en uitdrukkingen opzoeken in het woordenboek.
- Ik ken de betekenis van alle spreekwoorden en uitdrukkingen uit dit hoofdstuk

Slide 13 - Tekstslide

timer
15:00

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Maak het spreekwoord of de uitdrukking compleet. Vul het ontbrekende woord in.
1. Waar rook is, is ...
2. De ... valt niet ver van de boom.
3. Als de ... van huis is, dansen de muizen op tafel.
4. Wie ... zegt, moet ook B zeggen.
5. Van de ... een deugd maken.
6. Oost, west, ... best.
7. ... huis heeft zijn kruis.
8. Een ... stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen.

Zet de acht beginletters van de invulde woorden achter elkaar. Welk woord lees je?

Slide 17 - Tekstslide

Filmpje
De man leest spreekwoorden en probeert ze te begrijpen. 
Dat gaat niet helemaal goed. Wat doet de man verkeerd?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Uitleg
  • Figuurlijk taalgebruik: lastig voor anderstaligen en jongere mensen
  • Geschiedenis komt er vaak in terug
  • Vaak ook dieren en lichaamsdelen

Slide 20 - Tekstslide

Uitleg
Spreekwoorden
Kan je niet veranderen: je gebruikt altijd dezelfde woorden in dezelfde volgorde.
Meestal is het een algemene wijsheid. Bijv.: 'Oost west, thuis best.'

Uitdrukkingen
Een vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis.
Bijv.: 'Hij heeft een oogje op haar.'

Slide 21 - Tekstslide

Check



'Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.'

Spreekwoord of uitdrukking?

Spreekwoord
Uitdrukking
Altijd dezelfde woorden en volgorde, algemene wijsheid
Vaste combinatie van woorden, maar de hele zin is veranderbaar

Slide 22 - Tekstslide

Het spreekwoordenspel
  • Foto, begin van een zin of een rebus
  • Tweetallen 
  • Nadenken, overleggen en invullen in de LessonUp
  • Per groepje 1 telefoon
  • Per vraag 1 minuut: oplossing én betekenis
  • 1 punt voor de oplossing, 2 punten voor de betekenis
  • Klaar? Even wachten op de rest
  • We bespreken elke vraag

Slide 23 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 24 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: hij heeft te diep in het glaasje gekeken.
Betekenis: hij heeft te veel (alcohol) gedronken.

Slide 25 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 26 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: de kat uit de boom kijken
Betekenis: 'afwachten'. Dus: niet meteen reageren, maar eerst goed kijken wat er aan de hand is.

Slide 27 - Tekstslide

Oog om oog, ...
timer
1:00

Slide 28 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: 'Oog om oog, tand om tand.'
Betekenis: wraak nemen voor wat jou is aangedaan

Slide 29 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 30 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: iemand blij maken met een dode mus.
Betekenis: iemand blij maken met iets wat niet zal gebeuren.

Slide 31 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 32 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: geen vlieg kwaad doen
Betekenis: alleen maar goede bedoelingen hebben, een goed mens zijn

Slide 33 - Tekstslide

Twee handen ...
timer
1:00

Slide 34 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: twee handen op één buik
Betekenis: twee mensen die het altijd met elkaar eens zijn, heel goed met elkaar kunnen opschieten en elkaar altijd steunen

Slide 35 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 36 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: daar komt de aap uit de mouw
Betekenis: het wordt duidelijk hoe iets echt zit, hoe iemand echt is of wat iemands bedoeling is

Slide 37 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 38 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: in het geld zwemmen
Betekenis: heel veel geld hebben, erg rijk zijn

Slide 39 - Tekstslide


timer
1:00

Slide 40 - Open vraag

Goede antwoord
Oplossing: de appel valt niet ver van de boom
Betekenis: kinderen lijken vaak op hun ouders

Slide 41 - Tekstslide

En nu...
We kijken Woordenschat hoofdstuk 5 na. 
De antwoorden vind je bij bestanden in Teams.

Daarna ga je starten met Woordenschat hoofdstuk 6:
opdracht 1 en 2.

Slide 42 - Tekstslide